|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Elseviers Weekblad, 27 mei 1967 In
gesprek met mijzelf
Als eerste vraag van dit vraaggesprek, zou ik u willen vragen de vragen
zelf te bedenken. Niets
doe ik liever. Alle nog volgende vragen worden u door mij in de mond gelegd.
Vraagt u maar waarom ik de mij voor Nooit meer slapen toegekende Vijverbergprijs
aan 'Eten voor India' heb laten sturen.
??? Ik
had gehoopt dat de lezers van
Nooit meer slapen dit zelf wel hadden kunnen
raden. Op pagina 153 van dat boek zegt iemand namelijk over de honger in India,
dat Europese reizigers in dat land niets dan honger om zich heen zien, maar zelf
gaan ze dineren in het Hilton Hotel. Ze zouden hun reisgeld, als ze werkelijk
zoveel beter waren dan Hitler of Himmler, kunnen verdelen onder vierduizend
hongerlijders. 'Vierduizend hongerlijders zouden ieder een dag hun buik kunnen
voleten. Het lijkt een druppel op een gloeiende plaat, maar een dag eten moet
toch een onvergetelijk feest zijn voor iemand die zijn hele leven lang met een
lege maag heeft rondgelopen.' Zoals u ziet, luister ik soms naar mijn eigen
romanfiguren.
Hoe denkt u over de Nederlandse film? Er
bestaan twee soorten Nederlandse speelfilms. De eerste soort is slecht, de
tweede soort is mooi maar saai.
Oorzaken? Een
grote handicap is dat er hier geen commerciële productie bestaat van films die
wel slecht zijn door banaliteit van onderwerp en clichématige behandeling, maar
overigens perfect qua compositie, spel, duidelijkheid, enz. Genre Rawhide, de
Beverley Hillbillies, enz. enz. In
Amerika, waar dat soort films aan de lopende band gemaakt wordt, weet men
tenminste hoe een denkbeeld in bewegende foto's, dialoog en muziek gerealiseerd
moet worden en dat moet je weten om iedere film te kunnen maken, ook de meest
avantgardistische. Adriaan Ditvoorst heeft je novelle
Paranoïa
verfilmd. Hoe denk je daar over? Hij
heeft begrip voor de atmosfeer van mijn verhalen, daarom heb ik ingestemd met
die verfilming. De fotografie van Jan de Bont is prachtig, de muziek van Marco
Klein is heerlijk, het spel van Pamela Rose is bijna onbegrijpelijk goed, als je
ziet hoe houterig en onovertuigd er in andere Nederlandse films wordt geacteerd.
Een tekortkoming van de film lijkt me dat Ditvoorst op sommige plaatsen bijna
alle dialoog heeft weggelaten, waardoor de acteurs erbij staan zonder tekst.
Meer dialoog dus? Misschien,
misschien niet. Een grote handicap in ons land is ook dat zo weinig mensen in
staat zijn een dialoog op een overtuigende manier uit te spreken. Dus dan denk
je, laat ze maar zo weinig mogelijk praten. In ieder geval is Ditvoorst's film
heel mooi om te zien. En het is de meest morbide film ooit in Nederland
vervaardigd.
Nog meer bezwaren tegen Nederlandse films? Nederlanders
denken ongaarne in symbolen. Daardoor deugt de constructie van Nederlandse
films, toneelstukken en romans meestal niet en worden ze vervelend. De meest
banale Amerikaanse cowboyfilm is boeiend omdat de constructie goed is. De
Nederlander, verstokt naturalist, puritein en estheet, denkt dat een film
automatisch banaal wordt als je voor een goede constructie zorgt.
Een lekker verhaaltje? Dacht
ik het niet? Nee, er zit meer aan vast. Ik versta er onder: expositie,
repetitie, dosering en ritme. Geen kunstenaar mag opzettelijk vraagtekens
scheppen. Vraagtekens ontstaan wel automatisch, ook bij het helderste exposé,
of beter: juist dan. Dat zijn de ware vraagtekens die het magische element in de
kunst brengen, de spanning, de betovering. De rest is bedrog en verveling.
Heb je dit de filmmakers ooit gezegd? Menigmaal,
maar sommigen luisteren liever naar buitenlandse beroemdheden die hun
fabrieksgeheimen niet willen prijsgeven en daarom de goegemeente wijsmaken dat
ze alles maar improviseren. Maar neem een film van Godard. Je moet wel heel naïef
zijn om niet te voelen dat de beelden, de woorden, nauwkeurig zijn uitgekiend.
Het is met die improvisatie als met de objets trouvés of ready mades. Marcel
Duchamp kwam als een van de eersten te voorschijn met een objet trouvé. Het was
een ijzeren rek om flessen op te laten uitdruipen. Waarom was dat verrassend?
Omdat het weliswaar een banaal voorwerp was, maar toch niet algemeen bekend. De
meeste mensen hadden nooit zo'n rek gezien, want je vindt dat alleen in de
wijnkelders van wijnhandelaars en apothekers. Voor wie niet weet wat het is,
lijkt het op een middeleeuws martelwerktuig, met z'n ijzeren haken. Dit geldt
voor alle ready mades: ze zijn geheimzinnig en toch banaal. ze zijn juist
schokkend omdat ze, hoewel banaal, toch altijd over het hoofd gezien zijn. Maar
niet alle banale voorwerpen zijn schokkend, de meeste alledaagse voorwerpen zijn
maar al te goed bekend en er valt niets meer aan te vinden. Essentieel voor een
objet trouvé is dat het aan zijn natuurlijke omgeving (zoals de wijnkelder)
wordt ontrukt. Hetzelfde geldt voor
spontane dialogen en voor improvisaties: ze moeten aan hun natuurlijke omgeving
ontrukt zijn, anders is er niets aan te vinden, anders blijven het banale of
stuntelige praatjes.
Een merkwaardige filosofie. Komt dat soms allemaal uit
Wittgenstein? De
domste vraag die ik u in de mond heb gelegd. Antwoord: helemaal niet. Maar over
Wittgenstein
gesproken. Vier jaar geleden schreef ik een essay Wittgensteins's levensvorm.
Door de meestal van weinig begrip getuigende reacties daarop, voelde ik me
gedwongen
Wittgenstein in de mode
te schrijven, een veel elementairder
beschouwing, overigens. Maar nu komt het onbegrip pas goed los. Het is eenvoudig
verbazingwekkend wat voor soort mensen: meesters in de rechten, dominees, leden
van de Hoge Raad enz. zich voor kundige filosofen durven houden.
(Glunderend) Een schandaal? Och... Ik ben geen beroepsfilosoof. Ik heb mij met Wittgenstein beziggehouden, maar voel geen behoefte mij over de rest van de wijsbegeerte uit te spreken. Maar bij de beroepsfilosofen was dat anders. Toen ik over de hier vrijwel onbekende Wittgenstein begon, meenden ze dat het nodig was, dat zij er hals over kop ook over gingen meepraten, omdat ze beroepsfilosofen waren. Dat loopt natuurlijk op catastrofes uit. Ik was mijn handen in onschuld.
Voor
de (her)publicatie van dit interview werd toestemming verleend door: ©
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 06 januari 2007 |