|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Amersfoortse Courant, 12/02/62 Willem
Frederik Hermans pakt uitgever aan [W.A.M. de Moor]
Het
gebeurt niet elke dag dat een schrijver zijn uitgever aanklaagt omdat deze zich
te zeer beijverd zou hebben het werk van de auteur buiten diens medeweten verder
te verspreiden. Zoals
men heeft kunnen lezen, is een groeiend conflict tussen Willem Frederik Hermans
en de Amsterdamse uitgever Geert van Oorschot
zo hoog opgelopen, dat Hermans
dezer dagen zijn advocaat mr. dr. J.P. van der Does bij de rechtbank in de
hoofdstad een civiele procedure heeft laten aanspannen tegen Van Oorschot. De
laatste zou zonder Hermans' toestemming vertaalrechten voor de roman De
donkere kamer van Damocles verhandeld, de roman De tranen der acacia's in de
goedkope reeks "De witte olifant" heruitgegeven en de heruitgave van
Paranoia in dezelfde reeks aangekondigd hebben. Als
Hermans' beschuldigingen waar blijken te zijn en wij hebben geen reden om het
tegendeel aan te nemen, dan is deze uitval van een schrijver aan het adres van
zijn uitgever geen slag in de lucht. Kunstenaars moeten, onzakelijk als zij per
naissance zijn, maar al te dikwijls ervaren, dat handige zakenlieden zich van
hun creaties meester maken en er grof geld aan verdienen, terwijl zij de
schepper van het kunstwerk met een snoepje zoet houden. Nu
gaat dit misschien in Van Oorschots geval niet op, want zijn verdiensten in het
literaire uitgeversvak zijn genoegzaam bekend maar in zijn algemeenheid geldt
het zeker. Hermans
is al eerder in de publiciteit getreden buiten zijn eigen werken om. En dan ging
het altijd om een conflict, verschillende tegenstanders heeft hij genadeloos op
de hak genomen. Van een onenigheid met het ministerie van O. K. en W. heeft hij
zijn zwarte wijze poes Cals overgehouden. En menigeen zal zich de moeilijkheden
herinneren, die rezen rondom een brochurereeks van Hermans, Mandarijnen op
zwavelzuur geheten. Wie
is Hermans? Jacques
Gans zei van hem, dat hij lafhartig was en zijn romanfiguren verloochende. Victor
E. van Vriesland liet hem behoren tot die jongeren die cynisch zijn "door
de beschroomde kwetsbaarheid der jeugd, al zou men dit aan hun rauwe taal niet
zeggen en geenszins doordat het harde leven hen zo gemaakt heeft",
ingewijden in de literatuur kennen de sombere foto's, die van hem in omloop
zijn. Voor
sommigen is hij een levend protest tegen alle burgerlijkheid in de
maatschappij, de verwording bestrijdt hij met verwording, de walging om
de werkelijkheid anno nu met zijn eigen walging. Voor
zeer velen is hij een steen des aanstoots, maar dan een steen die liggen blijft,
halsstarrig in zijn verzet tegen alle heilige huisjes en conventie. Voor
wie hem werkelijk leest is hij een bezetene, zijn eigen en anderer profeet,
drager van datgene wat in onze hedendaagse wereld aan beschaving over is
gebleven. Hij
kiest de onbezonnen aanval, want aan de bezonnen gelijkmoedigheid sterft onze
westerse cultuur langzaam ja, maar zeker. Zijn
tegenstanders zijn verre in de meerderheid, want de superioriteit van het blanke
ras verhindert ons nog altijd de waarheid onder ogen te zien. De dragers van de
waarheid moeten het ontgelden, opdat onze eigen angst in leugens worde gesmoord. Wie
is deze gevaarlijke mentaliteitsbederver wel? Een
ontmoeting met Willem Frederik Hermans doet wonderen. Met vrouw en zoon Ruprecht
bewoont hij een veel te groot herenhuis aan de Spilsluizen in de Groningse
binnenstad. Het
interieur van het huis is niet in overeenstemming met het interieur van de
romans: de huiskamer straalt zonder meer gezelligheid uit en is evenals de wat
donkerder werkkamer van de auteur, waar wij met elkaar praten, smaakvol
ingericht. In
beide vertrekken staart een majestueuze, manshoge soldaat uit de vorige eeuw ons
aan; die in de werkkamer houdt zelfs zijn karabijn in de aanslag. "Op een
hoop oude rommel gevonden", zegt Hermans nagenietend. Een kast beplakt met
bizarre foto's doet ons herkennend knikken. Een strak modern bureau licht
op tussen de donkere oude kasten vol boeken, veel Frans, veel Engels. Een
star glimlachende jongemeisjeskop staart ons aan, vlak naast een levensschets
over Salvador Dali. Gemakkelijke fauteuils voor het bezoek en Hermans zelf. Wie
een gesloten, schuwe figuur verwacht, wie alleen maar op een ja- en
neenspelletje had gerekend, komt bedrogen uit. Hermans is een charmant gastheer:
"Drinkt u koffie? Suiker? Blijft u eten vanavond, ik heb er op
gerekend". Combinatie
van sportsman en zakenman in zijn figuur, dun golvend haar, wat bleek, strak
gezicht, dat zich gemakkelijk tot een lach ontspant, 40 jaar, vlot kostuum. Levensloop Willem
Frederik Hermans werd in 1921 geboren in het Amsterdamse Diaconessenziekenhuis,
aan de Overtoom. Hij
zegt: "Al
in mijn vroegste jeugd werd me verweten, dat ik zo eigenwijs was". Eén
zuster had hij. Ze was drie jaar ouder en stond zonder het te weten model voor
de drie jaar oudere zuster van Lodewijk Stegman, de hoofdfiguur uit de roman Ik
heb altijd gelijk. Zijn
eerste levensjaren beleeft de toekomstige schrijver in Amsterdam-West, eerst in
de Brederodestraat, later in de Eerste Helmersstraat. Hij gaat naar school in de
Pieter Langendijkstraat, die later onder een andere naam voorkomt in het verhaal
Manuscript in een kliniek gevonden uit de bundel Paranoia. "Ik
moet zeggen, ik ben niet voor mijn plezier op de lagere school geweest, helemaal
niet. Ik werd daar vanaf de eerste dag als het buitenbeentje beschouwd. Ik had
daar echt het gevoel, dat ik aan een vervolging bloot stond. Ik had ook van huis
uit niet veel ruggesteun, was een kind van oude ouders, onderwijzer en
onderwijzeres. Ik heb mijn moeder nooit anders dan grijs gekend. Eigenlijk ben
ik opgevoed op een heel bangelijke manier. De onderwijzer, die ik had, trok
altijd partij voor de massa die tegen mij was. Thuis sloeg vooral mijn
grootmoeder de toon van de negentiende eeuw aan. Als een kind maar even morste
met zijn eten, werd direct gezegd: je groeit op voor galg en rad. En ik nam al
dat soort dingen letterlijk. De grootmoeder figuur keert dan ook in al haar
verschrikkelijkheid terug, onder andere vermomming uiteraard, in De Tranen
der Acacia's en eerder al in Conserve. Na
de lagere school verhuist hij naar het Barlaeus
Gymnasium. In de lagere klassen
heeft hij meer belangstelling voor de mathematische en natuurkundige kant dan
voor de literatuur. Die exacte interesse mondt uit in de studie van de fysische
geografie, enigszins tegen de verwachting van leraren in, die in hem eerder een
toekomstige letterkundige zien, dit tengevolge van enige publicaties in
schoolkrant ed. Het
literatuuronderwijs verafschuwt hij, ofschoon langzamerhand zijn ogen opengaan
voor een andere, buiten het onderwijs liggende literatuur. Na
het gymnasium fysische geografie bij Brouwer en Bakker. Kandidaats in '43, tien
dagen voor de Duitsers de universiteit in Amsterdam sluiten. Hij duikt zelf niet
onder, al zijn de ervaringen van onderduikers nog zo levensecht in zijn werk
weergegeven. "Nee", zegt hij, "die zijn door de bestudering van
de rapporten van de Parlementaire Enquête Commissie tot stand gekomen".
Nooit tot een Knok-Ploeg behoord. "Zou
'k niet durven", zegt hij. In de zomer van '43, hij heeft toch veel vrije
tijd, schrijft hij Conserve en andere verhalen. Al eerder, in 1940, had
hij een verhaal, dat later onder de titel Ontvoogding verscheen,
opgestuurd naar het tijdschrift Criterium. De uitgever van Criterium, Meulenhoff,
sloot toen hij deze novelle gelezen had, onmiddellijk een optiecontract met
Hermans. "Toen
zijn eigenlijk mijn eerste conflicten al begonnen", zegt hij, "want de
adviseur van Meulenhoff was Binnendijk. Die vond mijn eerste verhaal Ontvoogding,
erg mooi, maar mijn later werk werd steeds slechter, celebrale fantasie en zo.
Mijn debuut had nog eerder plaats, namelijk in april 1940, in het
zaterdagavondbijvoegsel van Het Handelsblad. Le plaisir de se voir imprimé heb
ik toen voor het eerst gesmaakt. Hij
ontmoet in '43-'44 schrijvers als Morriën, Aafjes, Bloem, Debrot, een briljant
causeur vindt hij. En daarna verschenen zijn boeken: in 1944 de eerste gedichten
Kussen door een rag van woorden, in 1946
Horror Coeli en andere
gedichten, in 1947 Conserve (roman), in 1948
Hypnodrome
(gedichten) en Moedwil en misverstand (novellen), 1n 1949 De tranen
der Acacia's (roman)
in 1952 Het behouden huis (novelle), in 1953
Paranoia
(novellen). In
1955 komen twee brochures van de persen en voltooit hij zijn proefschrift Description
et genèse des dépots meubles de surface et du relief de l'Oesling. Een
jaar later volgt de roman De god denkbaar, denkbaar de god en in 1957 Drie
melodrama's en Een landingspoging op Newfoundland en andere verhalen
(novellen) en ten slotte in 1959 zijn meesterwerk De donkere kamer van
Damocles. Het
contract met Van Oorschot was de laatste twee jaar al miniem. "Die
man spreek ik nooit meer. Heel die groep schrijvers rond Van Oorschot, 't zijn
trouwens vooral vertalers, drijft ontzettend op Ter Braak en Du Perron, en ik
geloof dat op zichzelf de rol van Ter Braak en Du Perron erg nuttig is geweest
voor de Nederlandse literatuur, maar om aldoor maar ná te doen, ná te praten,
te zeggen wat deze mensen al gezegd hebben, dat vind ik zinloos. Dat heeft mij
meer en meer tegen gestaan". Willem
Frederik Hermans streeft naar de perfecte roman, een roman die een afgesloten
eenheid vormt. Een roman moet een gesloten einde hebben, waar het leven een open
einde heeft. Kunst
is niet hetzelfde als leven. De intrige moet niet een kapstok zijn, waar de
schrijver zijn verhaal aan ophangt, maar hij moet de kern van de roman vormen.
Wat de auteur heeft willen zeggen, zijn idee, moet daarin belichaamd zijn. Niet
ieder verhaal met een pointe of ontknoping is een perfecte roman. In een
detectiveroman bijv. is wel een hechte intrige en een stevige ontknoping, maar
het probleem is volkomen materieel, een probleem zonder achtergronden. "In
het lot dat de personen van mijn boeken treft probeer ik uit te drukken een
kwaadaardig beginsel. Ik
geloof dat de mensen au fond allemaal kwaadaardig tegenover elkaar staan. Ik ben
wel eens van plan geweest een boek te schrijven dat heette Het Sadistisch
Universum. Het
kwaad is een vermomming van de dood. Het feit, dat wij allemaal sterven, trekt
het hele universum naar één kant. Met de individuele dood houdt alles op. Dus
het "kwaad" wint op de duur altijd, men verdwijnt, men gaat ten
gronde. Dat is dan ook het hoofdthema van al mijn werk. Over
de kritiek Over
de kritiek in het algemeen is Hermans slecht te spreken: "Veel
critici schrijven maar wat op, omdat ze niet de moeite hebben genomen het werk
te lezen. Veel critici heb ik persoonlijke terechtwijzingen toegediend in een
boekje als Mandarijnen op zwavelzuur. Deze mensen krijgen daardoor innerlijke
weerstand. Wat
ze over mij vertellen is waardeloos, of het nu prijzend is of misprijzend, dat
doet er niets toe. Voor
mij is alleen van belang: heeft de lezer begrepen wat ik heb willen
zeggen?" Als
ik hem vraag welke critici zijn werk z.i. het best begrepen hebben, zegt hij:
"Ik moet bekennen dat dikwijls katholieke critici op een manier op mijn
werk ingaan, die mij afterall nog het beste bevalt. Dat soort katholieke
intellectuelen is vaak filosofisch het best geschoold, en is er dan ook het
meest op uit te vinden welke ideeën de auteur heeft. Door een andere
levensopvatting kunnen zij er natuurlijk maar tot op zekere hoogte begrip voor
hebben." In
zijn jeugd heeft het werk van Slauerhoff hem veel gedaan, later dat van
Bordewijk, speciaal diens beschrijving van menselijke gezichten en
achterbuurten. Ook de harde sfeer van Bordewijk is hem verwant. Zijn
generatiegenoten Mulisch en Claus zeggen hem heel weinig. Claus vindt hij zeer
onoorspronkelijk. Van het Reve is zeker de belangrijkste auteur van de naoorlogse
generatie. Een saillant detail hierbij is dat Van het Reve Hermans het hoogst
aanslaat. Hermans
kiest van zijn eigen werk het liefst enige verhalen zoals Dr. Klondyke, Manuscript
in een kliniek gevonden, De God Denkbaar en De blinde fotograaf.
Over de hoofdpersonen in zijn boeken zegt hij: "Haast alle hebben zij iets
profetisch, wel zijn zij mislukt en ridicuul, maar toch profeten quand' même.
In Conserve bijvoorbeeld wilde ik weergeven wat er gebeuren zou, wanneer
heel Europa overrompeld wordt door een totaal andere levensbeschouwing, een
totaal andere waardescala waardoor wij gewoon verpletterd zouden worden". Zeer
waarschijnlijk zal zijn laatste roman De donkere kamer van Damocles dit
jaar onder regie van Fons Rademakers verfilmd worden. Eind 1962 komt de film
klaar. "Een boeiende maar ook hachelijke onderneming", vindt Hermans,
"men kan als auteur het scenario schrijven, eventueel aanwijzingen geven,
ik kan met Fons Rademakers uitstekend opschieten en het is afgesproken dat we
alles samen zullen doen, maar ja, wat je schrijft in woordtaal is nog niet
altijd in beeldtaal om te zetten". Of het magisch schrijverschap waar Willem Frederik Hermans de drager van is, zich laat verenigen met het nu al negen jaar beklede lectoraat van Dr. W.F. Hermans? De schrijver voelt zich in de keuze van zijn onderwerpen zeer zeker aan de wetenschapsman verplicht, want deze maakt het hem mogelijk zijn lezers te voeren naar gebieden waar geen enkele andere gids hen is voorgegaan.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |