|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Het Vaderland, 7 mei 1966 Aanvallen
als Zelfverdediging D.F.
van de Pol Schrijver W.F. Hermans: "Vriendelijk en goedhartig"
"Mijn
meest essentiële eigenschappen zijn mijn fundamentele goedhartigheid en
vriendelijkheid, - dat doordrenkt mij van top tot teen. Ik schrijf mijn
polemieken niet uit een soort fundamentele kwaadaardigheid zoals de meeste
mensen denken, maar uit zelfverdediging. Ieder geschrift dat mij niet bevalt,
beschouw ik als een rechtstreekse persoonlijke belediging. Bijna de gehele
Nederlandse literatuur wordt door mij afgewezen; en dat is géén grapje - ik
meen het serieus". Op
soortgelijke wijze beschouwt dr. Willem Frederik Hermans (45) publicaties die
hemzelf betreffen, waaraan hij in de een of andere vorm zijn medewerking heeft
verleend. Sinds hij zich een paar jaar geleden in een interview enkele
diskwalificaties liet ontvallen die aanleiding gaven tot een proces dat hij
verloor, eist hij niet alleen het recht op zijn eigen uitspraken te controleren,
maar vooral ook de tekst daaromheen. Op zijn verzoek zijn in het onderstaande
een drietal bekortingen aangebracht. Hij
heeft het 8 jaar laten duren voordat hij na De donkere kamer van
Damocles, een
nieuwe roman publiceerde: Nooit meer
slapen, die vlak voor de Boekenweek
verscheen. Niettemin bleef er intussen wél voortdurend sprake van Willem
Frederik Hermans. De donkere kamer, zijn tot dusver bekendste, maar door hem
niet als zijn beste erkende boek, dat in het Engels, Frans, Duits en de
Scandinavische talen werd vertaald, werd een paar jaar geleden onder de titel
Als twee druppels water verfilmd; er was daarvóór al direct sprake van
aanzienlijke verwikkelingen toen de schrijver zich niet met het draaiboek van
regisseur Fons Rademakers bleek te kunnen verenigen. Hij
begon tevens tegen zijn toenmalige uitgever, Geert van
Oorschot, een civiele
procedure over de goedkope en zijns inziens nogal inferieure herdrukken van zijn
boeken Paranoia en De tranen der acacia's mede over de Duitse en Engelse
vertaalrechten van De donkere kamer van Damocles. Van Oorschot spande vervolgens
op zijn beurt een proces tegen Hermans aan, toen hij zich in een interview met
het Eindhovense studentenblad Bourgond het woord "aasgier" uit de mond
had laten vallen, naar aanleiding van het fonds van allemaal dode auteurs dat
Van Oorschot zijns bedunkens bezit. Hermans verloor beide processen. In
1963 liet hij in zijn eigen beheer Mandarijnen op zwavelzuur in boekvorm
verschijnen - een in het midden van de vijftiger jaren begonnen reeks van
opzienbarende aanvallen op de gevestigde, vaderlandse letterbent, de
"mandarijnen". Venijnige
analyses en verzonnen dialogen, bijtende meningen, verdachtmakingen en
indiscreties, die het tegen Ik heb altijd gelijk jegens alles en iedereen
bedoelden te bewijzen in het tijdschrift Podium. Het
leverde hem de afkeer, afkeuring, haat en woede op van vrijwel de gehele
Nederlandse literatuur; het vormde de aanleiding tot een al even
pamflettistische tegenaanval van Adriaan Morriën die hem van "facsistische"
strijdmethoden beschuldigde. Zijn scandaleus geschrift in dezelfde reeks tegen
Ter Braak en Du Perron lokte later een uitvoerig gedocumenteerde weerlegging van
de Vlaming Julien Weverbergh uit; zekere Camille Houckaert publiceerde
vervolgens in een Podium-aflevering van 1964 hiervan op zijn beurt een
weerlegging en verschafte daarmee niet zozeer de bewijzen voor Hermans' gelijk
als wel de aanwijzing dat Hermans-zélf zich onder een Vlaams pseudoniem
trachtte te verdedigen tegen zijn aanvallers. Gevraagd
naar de werkelijke identiteit van Houckaert, zet Willem Frederik Hermans eerst
een komisch, mysterieus gezicht, verklaart dan plechtig: "Houckaert is een
jonge onbekende Vlaamse polemist. Hij wordt voortdurend nagezeten en opgejaagd
door de geheime politietroepen van Weverbergh. Hij moet op kaden en onder
bruggen slapen. Ik kan u wél met honderd procent zekerheid zeggen dat het niet
Freddy de Vree is, zoals Weverbergh heeft beweerd". Kan hij dat met even
grote stelligheid van zichzelf beweren? Hij lacht weer, zegt dan hierop geen
ander commentaar te willen geven en verwijst alleen naar de onbetrouwbaarheid
van degene die dit had gesuggereerd. "Dan kunt u het zelf wel nagaan". Een
soortgelijk "rookgordijn" zoals
hij het zelf ook wel wil noemen legt hij over het autobiografische gedeelte dat
hij heeft geïnvesteerd in Alfred Issendorf, de 25-jarige hoofdpersoon van Nooit
meer slapen. Hij is een pas afgestudeerde geoloog die, ten bate van zijn eigen
doctorstitel en in het belang van het "gelijk" dat zijn professor met
enige veronderstellingen aldus wil proberen te "bewijzen", voor een
wetenschappelijk onderzoek naar Finnmarken trekt - een gebied in het noorden van
Noorwegen dat dr. W.F. Hermans, als lector in de fysische geografie aan de
Groningse rijksuniversiteit, een paar jaar geleden tijdens een excursie óók
bezocht. De
tocht door de "barre bergen", het zoeken naar de meteorieten, die de
professorale veronderstelling moeten steunen blijkt voortdurend vergeefs: het is
een verhaal vol mislukkingen en ongelukken, vervuld van de vraag naar de zin van
dit streven en van ieder streven; een vraag die in laatste instantie als het
letterlijke "nooit meer slapen" van de hoofdpersoon resulteert in
diens geestelijk ontwaken ontkennend wordt beantwoord door Willem Frederik
Hermans.(.....) Hij
zegt: "Een zaak die mij mateloos ergert, is dat de Nederlandse
literatuurbeschouwing bij uitstek anti-literair is, fundamenteel anti-artistiek.
Ze vinden hier een boek pas belangrijk als het op de auteur persoonlijk
betrekking heeft, als hij het zelf allemaal heeft meegemaakt. Maar de relatie
boek-auteur is in feite een secundair belang. Een roman of een toneelstuk dient
als een wereld apart te worden beschouwd. En dan is alleen de vraag van
betekenis: hoe bekwaam is die wereld opgebouwd? De gedachte die Merlyn leidde had in beginsel zeer zeker mijn sympathie, de methode
van close reading, maar de vormgeving is toch niet helemaal geslaagd. Ze zijn tóch
weer begonnen de persoonlijke belevenissen van de schrijver in hun benadering te
betrekken." "Nooit
meer slapen zie ik niet als een soort journalistiek verslag van wat er allemaal
is gebeurd, maar als een aparte wereld, een wereld op zichzelf, waarin alleen géén
dingen voorkomen, die niet zouden kúnnen voorkomen. De functie van de romancier
is: een wereld op zichzelf te scheppen, op te schrijven, zoals hij gedwongen is
die voor zichzelf samen te stellen. Dé waarheid kun je alleen maar vaststellen
in de natuurwetenschappen. En de bedoeling van deze wereld apart is de
mislukking van het menselijk streven aan te geven. Zelfs als die Alfred wel in
zijn opzet was geslaagd zou het nog een soort mislukking zijn geworden. Want in
het hele boek is volgens mij - tenminste: dat hoop ik, voortdurend het besef
aanwezig dat je slechts een kruimel te weten kunt komen van alles dat geweten
kan worden". Zegt
dan: "In het algemeen vind ik dat een boek veel méér is gebaat bij een
filosofisch stramien, dan met wat in de wandeling "psychologie" wordt
genoemd. Ik ben er ook een voorstander van dat alles in een roman functioneel
is, met de handeling méédoet. Ik ben tegen alle natuurbeschrijvingen óm het
beschrijven zelf, zoals zo rijkelijk gebeurt in de Nederlandse literatuur,
voorzover daar dan sprake van is. Ik kan de natuur alleen als functioneel decor
gebruiken." In
één van de 'esseejs' opgenomen in de eind 1964 verschenen bundel Het
sadistische universum, laat hij weten dat "het belangrijkste experiment dat
een Nederlands auteur zou kunnen nemen het schrijven van een
"klassieke" roman zou zijn". Hij schrijft dan: "Ik
versta daaronder een roman waarin het thema volledig is verwerkt in een verhaal,
waarin een idee wordt uitgedrukt door middel van handelingen, waarin de
optredende personages desnoods eerder personificaties zijn dan psychologische
portretten. Een roman waarin alles wat gebeurt en alles wat beschreven wordt
doelgericht is; waarin bij wijze van spreken geen mus van het dak valt, zonder
dat het een gevolg heeft en waarin dit alles geen gevolg mag hebben, wanneer het
de bedoeling van de auteur geweest is, te betogen dat het in zijn wereld geen
gevolg heeft als er mussen van daken vallen. Maar alleen dan". Hij
schreef dit stuk in 1953, nadat hij kort daarvoor voor het eveneens in Het
sadistische universum herdrukte 'esseej' Fenomenologie van de pin-up girl de
essayprijs van de gemeente Amsterdam had ontvangen. En ook nadat hij inmiddels
een proces door het openbaar ministerie tegen zich had zien aangespannen wegens
gedeelten uit zijn roman 'Ik heb altijd gelijk', die als "opzettelijk
kwetsend" voor het rooms-katholiek volksdeel werden ervaren. Dit proces
eindigde in vrijspraak. Willem
Frederik Hermans werd op 1 september 1921 in Amsterdam geboren als zoon van een
onderwijzer; hij verzamelde in zijn jeugd een collectie stenen en liet zijn
andere "passie", voor literatuur, tot uiting komen toen hij op zijn
vijftiende jaar een boek schreef waarvan hij een paar fragmenten nog steeds in
"een geheime la" bewaart. En,
zoals hij later tevens zou meedelen in een autobiografisch stuk in de serie
Schrijversdebuten van Het Vaderland: "Onder alle onbeholpenheden, invloeden
van lectuur enz. kan ik toch in dat manuscript het boek terugvinden waar ik nog
altijd aan schrijf". Als
oorzaken voor deze "opmerkelijke rechtlijnigheid onder alle tijdelijke
gedaanteverwisselingen, vals pathos en afdwalingen", signaleert hij in
hetzelfde stuk: "1. mijn grote gedweeheid en leerzaamheid" en "2.
mijn grote eerzucht". Onder punt 1 vermeldde hij toen, op 39-jarige
leeftijd, o.a.: "Ik bedacht (als kind - vdp) dat, wanneer ik maar van de
uiteindelijke mislukking aller dingen overtuigd was, niets mij zou kunnen
overkomen waarop ik niet was voorbereid en dat tegelijkertijd ook deze
overtuiging zelf weer op een of
andere manier gelogenstraft zou worden zoals de man die alle voetangels en
landmijnen weet te liggen, hoogstwaarschijnlijk wordt getroffen door een
meteoor." Voordat
hij zijn nieuwe afsplitsing, Alfred Issendorf, mislukkenderwijs op zoek zou
zenden naar de meteorieten in Noord-Noorwegen, schreef hij, behalve de reeds
genoemde, boeken als Conserve (zijn debuutroman), De god denkbaar denkbaar de
God, Moedwil en misverstand, Drie
melodrama's, Drie drama's, Een landingspoging op Newfoundland en andere
verhalen. Hij debuteerde in 1944 met de gedichtenbundel Kussen door een rag
van woorden, verschenen in een tijd dat hij zijn natuurwetenschappelijke studie
aan de Amsterdamse gemeente-universiteit had moeten staken; na de oorlog
studeerde hij af en in 1955, het jaar dat de eerste 'Mandarijnen op
zwavelzuur'
werden gezet, promoveerde hij (cum laude - voegt hij er aan toe)
tot doctor in de wis- en natuurkunde. Zeven
jaar later schreef hij een filmscenario, 'De woeste
wandeling', waarvan hij
zegt: "Het
is tot nog toe onverfilmd gebleven. Maar kan ik het helpen dat niemand hier in
Nederland knap genoeg is om het te verfilmen? Dat is mijn schuld niet. En zelf
film ik niet daarvoor ben te veel amateur, de beeldkwaliteit is niet goed
genoeg." Maar
hij fotografeert wel; fotografie neemt in zijn beide laatste romans een
aanzienlijke plaats in. Het gebeuren in De donkere kamer van Damocles is, in
overeenstemming met deze titel, bijvoorbeeld mede-afhankelijk van foto's die
niet kunnen worden ontwikkeld, zoekraken e.d. Zoekgeraakte of opzettelijk
achtergehouden en later toch nog opduikende (lucht)foto's van Finnmarken bepalen
ook in niet onaannemelijke mate het lot van Alfred Issendorf en zijn vriend Arne. W.F.
Hermans: " De fotografie is een soort objectieve weergave van de
werkelijkheid. De confrontatie van wat de mensen denken dat de buitenwereld is,
en het objectieve van foto's van die buitenwereld, is bij mij de basis van veel
misverstand en verwarring." Aldus
brengt hij ook een 'radicale' scheiding aan tussen zijn romans en zijn polemisch
proza - zijns inziens juist "een realistische vorm van literatuur",
die volgens zijn critici, hier merendeels zelf in geschrifte geslachtofferd,
echter getuigt van krachtige vooringenomenheid en bewuste subjectiviteit. Zo
kon er in de maart-, april-, mei-afleveringen van het Hollands Maandblad nog een
polemiek tot ontwikkeling komen naar aanleiding van een voornamelijk gunstige
kritiek van prof. Karel van het Reve op Mandarijnen op zwavelzuur. H. van Galen
Last, verzorger van de correspondentie tussen Ter Braak en Du Perron, schreef
bij die gelegenheid onder meer: "W.F. Hermans voornaamste kracht als
"polemist schuilt daarin dat hij de indruk wekt bereid te zijn, niet als
wijlen Maarten Luther voor één Laatste Waarheid, maar voor ieder van zijn
leugens te sterven", en citeerde vervolgens met erg veel instemming de
gedetailleerde tegenaanval waarmee Julien Weverbergh toen net het
Bok-tijdschrift had gewijd. K.
van het Reve moest in zijn repliek erkennen: "Ik geloof eerder dat W.F.
Hermans een grote hekel heeft aan het ondergraven van zijn eigen werk en zijn
beschuldigingen slechts met grote tegenzin en liefst helemaal niet op juistheid
controleert (-). Dat neemt niet weg, dat ik, ware ik in de plaats van Ter Braak
en Du Perron, liever door W.F. Hermans aangevallen zou willen worden dan
verdedigd door H. van Galen Last". Waarna deze in repliek weer sprak
over "ongetwijfeld de grootste levende prozaschrijver van Groningen,
Willem Frederik Hermans". En W.F. Hermans zelf: "Het merkwaardige is dat sommigen het binnenshuis wél met mij eens zijn. Ik zou u daarvan namen kunnen noemen, maar ik doe het niet. Zij durven het alleen niet te bekennen (...)".
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |