|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Hans Sleutelaar en Piet Calis H.P.-gesprek metdr.
Willem Frederik Hermans Haagse Post, 31 maart 1962
U weet dat de meeste romanciers zelden gelukkig zijn met de
filmversie van hun werk. Hoe denkt u over de verfilming van romans in het
algemeen en van De donkere kamer van Damocles in het bijzonder? Ik
geloof niet dat het verschil maakt of de romancier zelf het scenario schrijft,
zoals ik in dit geval heb gedaan [zie ook gesprek met
Willem M.
Roggeman]. Zou
een willekeurige scenarioschrijver bij voorbeeld naar een novelle van Robbe
Grillet het script voor L'année dernière à Marienbad hebben gemaakt, dan was
het waarschijnlijk niks geworden. De romancier moet natuurlijk beschikken over
gevoel voor de compositorische en ritmische eisen waaraan een film dient te
voldoen. Belangrijk is ook, dat de roman een hechte intrige bezit. De donkere
kamer van Damocles werkt mee op dit punt; het is een spannend verhaal. U heeft al eerder een scenario geschreven en ook foto's geëxposeerd.
In De donkere kamer van Damocles speelt de
fotografie een centrale rol, evenals
in ander werk van uw hand. Waardoor voelt u zich tot de film en de fotografie
aangetrokken? Uit
de meeste Nederlandse romans en verhalen spreekt een sterk gevoel voor decor en
entourage. Nederlandse schrijvers neigen tot uitvoerige beschrijvingen van
deuren, huizen, landschappen, interieurs enz. Aangezien ik ook een Nederlandse
auteur ben, ben ik daarmee ook behept. Ik acht de neiging over het algemeen
funest voor de roman. Romans moeten gaan over mensen of over wat ze beleven,
schilderende beschrijvingen zijn uit den boze. Ik ben gaan fotograferen om die
neiging daarin bot te vieren. Tot het maken van films voel ik me aangetrokken,
omdat je daarin helemaal niets meer te beschrijven hebt; alles wordt
gefotografeerd.
Dat verklaart de literaire functie van de fotografie in uw
werk nog niet. Die
wordt, neem ik aan, bepaald door een preoccupatie met het zien. Ik bekijk de
wereld zoals je een microscopisch preparaat bekijkt. Ik kijk graag. Een
van de dingen die mij obsederen is het voorbijgaan van alles. Iedere keer dat je
je hoofd een klein beetje beweegt, zie je de dingen onder een andere hoek, dus
wat anders. In mijn
De God Denkbaar Denkbaar de God
komt een man voor die elk moment uit zijn dagelijks leven wil
fotograferen. Alles: zijn maaltijden, zijn excrementen, alles. Tot zijn films op
zijn en hij zijn huis niet durft te verlaten om nieuwe te kopen, omdat er
intussen te veel zou gebeuren: het failliet van de fotografie dus. Deze passage
benadert misschien het meest mijn binding tot de fotografie.
Kunt u iets vertellen over het ontstaan van De donkere kamer
van Damocles? Ik
ben het boek al beginnen te schrijven in 1952, en heb mij daarbij laten
inspireren door een aantal werkelijke gebeurtenissen uit het verzet. Zo ben ik
op het idee van de mysterieuze Dorbeck-figuur, in wiens opdracht de hoofdpersoon
Osewoudt zou hebben gewerkt, gekomen door de verrader Van der Waals. Die
beweerde na de oorlog zijn orders te hebben ontvangen van een Engels agent, een
zeker Verhagen, naar wie men maandenlang heeft gezocht. Pas op de avond van de
executie gaf hij toe het verhaal verzonnen te hebben. Destijds putte ik veel van
mijn stof uit de rapporten van de Parlementaire Enquêtecommissie, die jarenlang
mijn dagelijkse lectuur zijn geweest. Een onuitputtelijke bron van inspiratie,
die ook de vorm van deze roman wel enigszins heeft geïnspireerd. Maar de kern
van het Damocles-idee is veel ouder, die is al in mijn tweede roman De tranen
der acacia's te vinden.
Waaraan schrijft u het succes, zowel bij critici als bij
lezers, toe van De donkere kamer van Damocles? Het
is voor een auteur ontzettend moeilijk te begrijpen waarom zijn ene boek succes
heeft en een ander niet. Toen ik het boek af had, dacht ik: nou: dat zal wel
helemaal niemand willen lezen, want ook ik was in '58 grondig uitgekeken op de
oorlog en het verzet. Volkomen onverwachts kwam tegen '59 de nieuwe golf van
belangstelling voor het oorlogsverleden, die nog steeds voortrolt. Misschien
verklaart dat het succes; zeker weten doe ik het niet. Wel vind ik dat sommige
van mijn andere boeken te weinig succes hebben gehad. Of de film straks door
deze hernieuwde aandacht voor de recente geschiedenis ook succes zal hebben is
te hopen, maar niet te bekijken. Ook mogelijk dat het een van die films wordt
waarvan je zegt: "Die film, die moet je gaan zien!" met als
commentaar: "Dat was ik van plan, maar hij heeft maar één week in De
Uitkijk gedraaid."
"Alles komt door mijn uiterlijk," zegt hoofdfiguur
Osewoudt. Heeft u een idee wie die rol zou moeten spelen? Ik
heb gedacht aan James Dean, maar die is dood en Peter Lorre is langzamerhand te
oud. Maar de rolbezetting is mijn werk niet. Ik hoop op het wonder, dat ze op
een of andere manier totaal onbekende mensen weten op te scharrelen, die het
ineens 'zijn'.
In een groot gedeelte van uw oeuvre is het decor: de oorlog.
Wanneer ging die u bezighouden en waarom? In
1933, toen Hitler aan de macht kwam. Toen maakte ik er al ruzie over met een
jongetje uit mijn klas, die beweerde dat Hitler na 3 maanden een schop onder
zijn kont zou krijgen van de communisten, wat zijn vader natuurlijk in een
communistische krant had gelezen. Wij lazen thuis het Handelsblad, dus ik
verkondigde de mening dat Hitler wel tien jaar aan de macht zou blijven. Hitler
heeft mij een merkwaardige en humoristische jeugd bezorgd. Iedereen
zag met open ogen een catastrofe aankomen en hij kwam aan, alleen niet exact
zoals men gedacht had. Ik heb mij later eens herinnerd wat de NSB-ers in '38
opperden: alle joden moesten gedwongen emigreren naar Suriname. Als dat gebeurd
was, dan zouden de meesten nu nog leven. Uit zo iets blijkt wel wat een
humoristische tijd ik heb meegemaakt. Mijn hele jeugd stond in het teken van de
oorlogsdreiging. Ik had als jongen nogal een beperkte bewegingsvrijheid. Zeer
strenge ouders. Toen na mijn eindexamen gymnasium mijn studententijd had moeten
beginnen, brak de oorlog uit en werden ook die jaren verpest.
Het autobiografische element is nogal sterk in uw boeken,
zoals u zelf herhaaldelijk heeft opgemerkt. Is dat ook met De donkere kamer het
geval? Ik
zou liever willen zeggen, dat de fantasie in sommige van mijn romans en verhalen
sterk is geïnspireerd op wat mij is overkomen of had kunnen overkomen. Het
autobiografische element in De donkere kamer is zeer gering, eigenlijk nihil.
U was tegen de 19 toen de oorlog uitbrak... Achttien.
Op mijn achttiende verjaardag, 1 september 1939, rukten de Duitsers Polen
binnen. Met een licht gevoel in mijn hoofd heb ik toen een fietstocht gemaakt
langs de Amsterdamse havens, mij afvragend wat er nu zou gebeuren. Als je zo
jong bent, zie je in de oorlog kans op avontuur, ook al ben je van huis uit erg
pessimistisch. Ik heb dat gevoel nooit beschreven, omdat Van het Reve het al
deed in zijn De ondergang van de Familie Boslowits. Die
avontuurlijke kant van de oorlog heeft natuurlijk massa's mensen aangetrokken,
ook vóór de laatste wereldoorlog, al nam men aan dat iedereen de pest had aan
oorlog. Hemingway was duidelijk zo iemand. Waar geknokt werd, daar ging hij naar
toe. Zo iemand had ik in mijn jeugd misschien wel willen zijn. Maar ik ben niet
geschikt voor knokken en heb de oorlogsjaren doorgebracht als een intellectueel.
U bent niet in het verzet geweest? Nee,
niet noemenswaard.
Hoe dacht u over het verzet tijdens de oorlog? Weinig
gunstig. De mensen die ik in de oorlog ontmoette, die lieten doorschemeren in
het verzet te zijn, waren voor vijftig procent grappenmakers. De meeste
verzetshelden kwam je pas na de oorlog tegen. Proost in De tranen der acacia's
is het type verzetsman dat ik in die jaren ontmoette.
Heeft u ondergedoken gezeten? In
totaal veertien dagen bij een oom in Hilversum, toen de Duitsers in '43 een
loyaliteitsverklaring van de studenten eisten, die ik weigerde te ondertekenen.
U heeft de laatste jaren bij herhaling gefulmineerd tegen de
Nederlandse regering, de Nederlandse katholieken, de Nederlandse
literatuur, het koningshuis, de academici. Betreurt u het in Nederland te zijn geboren? Ja,
er zijn ogenblikken dat ik dat betreur.
Denkt u dat de methode, die u in uw Mandarijnen op zwavelzuur
heeft toegepast, zuiverend heeft gewerkt? Ik
moet maar 'nee' zeggen op die vraag, en waarom niet. Nederland is typisch een
land waar met schrijven niets te zuiveren valt. Het is als met de Nederlandse
regering: mensen als De Quay, Luns kunnen jaar in jaar uit belachelijk gemaakt
worden door Wim Kan, dat gaat er eenvoudig bijhoren. De consequentie dat ze weg
moeten, trekt niemand. Zo is het in de literatuur ook. Zo'n man als Victor van
Vriesland, als die ooit verdwijnt, dan zal het gewoon wezen omdat deze man
overlijdt met de obligate artikelen in de kranten.
"Arme Victor is dood", redevoeringen bij zijn graf en daarna
gaat men het vergeten.
Denkt u dat uw attitude wél een belangrijke invloed heeft
gehad op de jongere generatie? Ik
hoop het; maar ik heb van de jongere generatie nooit veel bijval gehad op die
Mandarijnenpublicaties. Dat heeft me soms wel eens verbaasd. Ik wil geen oude
koeien uit de sloot halen, maar ik zou ook wel voorbeelden van het tegendeel
kunnen citeren. Ik heb zo'n gevoel gehad, dat iedereen toch dacht: 'straks kan
het mij overkomen'.
Wat ergert u het meest in Nederland? Eigenlijk
alles, maar ik laat het maar niet meer tot ontwikkeling komen. De radio ergert
mij natuurlijk verschrikkelijk, maar ja, die ergert natuurlijk iedereen. Dat is
ook zo'n ding: iedereen ergert zich eraan, en er verandert niets. De moed om je
te ergeren, die raak je natuurlijk wel een beetje kwijt, omdat de tegenwerking
al zo vlug begint in Nederland; dat is in grotere landen misschien iets minder.
De beginhindernissen zijn al direct erg groot. Ik ben met die
Mandarijnengeschiedenis indertijd een beetje benauwd geworden. Ik dacht, als ik
zo doorga dan word ik op het laatst
Multatuli, het ene deel na het andere je
steeds over dezelfde kleinigheden ergeren, omdat je er eenvoudig niet toe komt
om je aan de grote dingen te ergeren. Een kleine ergernis is bv. dat geen enkele
uitgever die Mandarijnen op zwavelzuur durfde
uit te geven. Nu nog niet.
Zou u altijd nog geen literaire prijs accepteren? Nou,
in Nederland niet graag, nee. Het idee, dat je in Nederland een literaire prijs
zou accepteren, dat je dan een juryrapport krijgt met een welwillend
schouderklopje van dr. Victor van Vriesland, of dat je 's nachts om 3 uur door
Bert Bakker uit je bed gebeld wordt van: 'zeg klootzak, weet je wel dat je die
prijs aan mij te danken hebt', nee, daar zou ik toch maar liever voor bedanken.
Zijn er publicaties van uw hand die u betreurt? Ik
betreur geregeld diverse kleinigheden in mijn publicaties. Daarom heb ik er
altijd aan gehecht om als iets herdrukt werd, het helemaal te corrigeren. Daarom
ben ik ook zo uitermate kwaad geworden toen
Van Oorschot met die goedkope
herdrukken van de Acacia's en nu ook met
Paranoia is gekomen. Daar staan aperte
fouten in. Ik kan razend worden over bepaalde zetfouten, bepaalde stijlfouten of
bepaalde woorden die ik niet meer gebruik, de taal van oudere verhalen, waarin
ik een ouderwetser soort Nederlands schreef, met zulke woorden als 'slechts' of
'echter' of 'doch'. Ook het woord 'hen' gebruik ik niet meer. De voornaamste
opgave voor een schrijver is om een schrijftaal te maken die zoveel mogelijk op
de spreektaal lijkt. Maar waar heel weinig schrijvers in Nederland in slagen.
Je ziet dat dié auteurs het 't langst uithouden die de meest natuurlijke
taal gebruiken. De man die daar in Nederland ooit het geweldigst in is geslaagd
is voor mij Multatuli geweest. Dan heb je verder dus Elsschot, en Nescio, maar
die hebben het enorme nadeel dat hun onderwerp verschrikkelijk klein is. Vooral
bij Nescio zie je dat. Er wordt nu de heel nare fout bedreven door nagelaten
werken van Nescio te publiceren, nou, dat is eigenlijk één jammerklacht om
zijn eigen onmacht om iets nieuws te verzinnen.
Maakt uw leven deel uit van uw oeuvre? Houdt u bv. een
journal intime bij of iets dergelijks. Ja,
dat doe ik bij tijd en wijle wel, ja. Ik voel me overigens geen
levenskunstenaar, ik heb ook niet de behoefte om, ja hoe wordt dat meestal
uitgedrukt, om je leven in overeenstemming te brengen met wat je schrijft, dat
vind ik allemaal onzin. Mensen die hetzelfde willen leven als schrijven, die
kunnen net zo goed het schrijven laten. Schrijven is voor de niet gerealiseerde
mogelijkheden.
Heeft u het gevoel min of meer alleen te staan in de
Nederlandse literatuur, zowel wat het niveau als het karakter van uw werk betreft? Qua niveau wil ik niet zeggen, maar wat het karakter betreft wel ja. Ik heb een gevoel dat ik heel andere dingen wil dan de meeste andere schrijvers; ik heb een gevoel, en dat geldt niet alleen voor de moderne schrijvers, maar ook voor vroegere generaties, dat ze sterker aan mode onderhevig waren dan ik. Er is in Nederland een sterk gevoel van 'we moeten meedoen', 'we moeten het land opstoten op Europees peil'; die bedoeling is op zichzelf wel goed, maar het is dikwijls toch niet verder gekomen dan dat men een aantal schrijvers die in het buitenland de aandacht trokken, ging imiteren. Die schrijvers van wie men zegt dat ze internationale peil vertegenwoordigen, die blijven op zichzelf toch altijd in de eerste plaats nationale schrijvers. Iemand als Faulkner is eigenlijk een streekromannenschrijver. De moeilijkheid die een Nederlandse auteur heeft, dat is dat de Nederlandse problemen dikwijls geen internationale problemen zijn.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |