|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Arnhems dagblad, 9 jan 1962
Johan
van der Woude:
Hermans:
schrijver uit post-Freudiaanse tijd
WILLEM
FREDERIK HERMANS werd in 1921 in Amsterdam geboren, was redacteur van het
naoorlogse
Criterium, later korte tijd van
Podium en woont nu in
Groningen, waar
ik hem in zijn bijzonder fraai gelegen huis aan de
Ossemarkt heb bezocht. Zijn
romans behoef ik, denk ik, niet in uw herinnering terug te roepen; we hebben ook
niet in de eerste plaats over die boeken gesproken, wel over de achtergronden
ervan. Een paar titels wil ik nog noemen:
DeTranen der
Acacia's, Ik heb altijd
gelijk, Paranoia,
De god denkbaar de
god, Drie melodrama's en het langzamerhand
befaamde boek:
De donkere kamer van
Damocles. Uit dat gesprek met Hermans, dat uiteraard over veel meer onderwerpen ging, heb ik enkele vragen geformuleerd. U zult ze hierna aantreffen, met zijn antwoorden erop, waaruit men zich een voorstelling kan maken van de motieven die Hermans bezighouden en de wijze waarop hij werkt.
De eerste vraag die ik
Hermans stelde, luidt: 'Hoe kom je eigenlijk aan de onderwerpen voor je boeken?' 'Ja,
Van der Woude, als ik daar antwoord op moet geven, dan moet je er rekening mee
houden dat ik ben, wat ik zelf zou willen noemen een schrijver uit het
post-Freudiaanse tijdperk. Ik wil daar onder verstaan, een schrijver die beseft
dat de onderwerpen van zijn boeken uit zijn onderbewustzijn voortkomen. Bij mij
is het zo gegaan dat ik soms deze onderwerpen, ik denk daarbij aan bepaalde
novellen die ik geschreven heb, op een zeer onmiddellijke manier uit mijn
onderbewustzijn zijn voortgekomen, namelijk doordat het eigenlijk dromen zijn.
Ik heb die verhalen min of meer kant en klaar gedroomd en daarna opgeschreven.
In andere gevallen is het minder direct gegaan, maar ik ben er mij toch altijd
van bewust, dat speciaal de hoofdpersonen van mijn boeken wel geen
autobiografische figuren zijn, maar figuren waarvan ik denk dat ik op die manier
had kunnen leven wanneer in mijn leven bepaalde omstandigheden anders zouden
zijn geweest. Ik beschouw ze als gemaskerde dubbelgangers van mij zelf.'
'Maar is het niet
altijd zo, dat een onderwerp uit het onderbewuste van een auteur komt?' 'Ik
geloof wel dat dat altijd zo is, maar veel auteurs willen daar niet van horen,
veel auteurs zouden dat niet willen weten, dat niet willen erkennen.'
'Er bestaat natuurlijk
verband tussen het onderwerp en tussen de conceptie. Onder de conceptie verstaan
wij dan de vorm van het boek. Is er voor jou verband tussen het onderwerp en de
vorm?' 'Natuurlijk
is daar een zeer nauw verband tussen. Om een absurd voorbeeld te noemen, er
bestaan bijvoorbeeld romans in brieven. Ik vind dat weliswaar een van de
onmogelijkste romanvormen die ooit zijn uitgevonden, maar je zou je kunnen
voorstellen dat er een onderwerp bestaat waarvoor die vorm het meest geschikt
zou zijn. Een dergelijk onderwerp heb ik nooit aangetroffen, of liever gezegd
heeft nooit zo mijn aandacht getroffen dat ik dacht nu ga ik een roman in
brieven schrijven. Vormen die wél verleidingen voor mij zijn en waar ik dus ook
wel afwisselend in geschreven heb is een boek in de derde persoon of in de
eerste persoon. Nu heb je boeken die in de derde persoon geschreven zijn, die
toch eigenlijk min of meer in de eerste persoon zijn geschreven, want de
hoofdpersoon treedt wel op in de derde persoon, maar de aandacht van de auteur
en dus van de lezer is uitsluitend op die ene persoon, die in de derde persoon
geschreven wordt, gecentraliseerd. Er worden geen omstandigheden, geen
gebeurtenissen beschreven, waarbij de hoofdpersoon niet aanwezig is.'
'Met andere woorden,
je zou dus kunnen zeggen dat de derde persoon een verhullende vorm is van de
ik-vorm.' 'Ja,
het is eigenlijk een ik-vorm die op een afstand geplaatst wordt; het is dezelfde
manier waarop dus Caesar in zijn bekende oorlogsgeschiedenissen in de derde
persoon over zichzelf schreef: en toen deed Caesar dit en dat. Bij de meeste
auteurs is het wel zo dat als ze in de derde persoon schrijven, dat ze eigenlijk
schrijven als of het een eerste persoon is, maar nu maken sommige auteurs
volgens mij de fout, dat ze ineens uit die rol vallen en dingen gaan beschrijven
die die hoofdpersoon nooit kan hebben meegemaakt, die de hoofdpersoon nooit kan
hebben waargenomen.'
'Als figuur bedoel je
dus.' 'Ja.
Die zich op tonelen afspelen waar die hoofdpersoon niet bij aanwezig is. Dan
treden ze, hoewel het boek in de derde persoon geschreven is, uit die derde
persoon waar ze toch ingekropen zijn en gaan terzijde staan. Het stoort mij
ontzettend dat ik zoiets in een roman tegenkom. Dat werd in het eind van de
achttiende eeuw, het begin van de negentiende eeuw wel gedaan, bijvoorbeeld
Lawrence Sterne deed dat, maar die deed dat dan opzettelijk en bewust.
Multatuli
deed het zeer opzettelijk en bewust in Woutertje Pieterse.'
'En heden ten dage
doet men dat niet meer opzettelijk en bewust?' 'Zelden,
geloof ik. De roman is dermate geëvolueerd, dat als je dat nu zou doen het een
komisch effect zou hebben. Er zijn nog auteurs genoeg die het bij wijze van
vergissing doen.'
'Nu zeg je, de roman
is dermate geëvolueerd. Wat versta je daaronder?' 'De
roman heeft de laatste dertig, veertig jaar een enorme concurrentie te verduren
gekregen van allerlei vormen van artistiek genot, in het bijzonder van de
film
en nu is het bij de film zo, dat de filmbezoeker in een donkere zaal zit. Zijn
blik is op één bepaald lichtpunt geconcentreerd en daardoor krijg je, dat van
een film een enorme hypnotische macht uitgaat. Aan de andere kant is een
filmbezoeker in de meeste gevallen weer bijna alles vergeten als hij de bioscoop
verlaat, wat bij een goede roman, hopen we, niet het geval is. De film geeft
dermate krachtige sensaties, dat de roman daar toch op zekere hoogte mee kan
concurreren. Daarom onderscheidt men in de moderne roman een streven naar een
zeer grote directheid, een streven de roman zo te maken, dat de lezer zich
gemakkelijk met de hoofdpersoon kan identificeren; ik denk daarbij in het
bijzonder aan Hemingway. Door
te veel intellectualistische poespas te maken, door laat ik zeggen als een
balletmeester om je romanfiguren heen te draaien, leid je de aandacht van de
lezer af.'
'Je vindt dus dat men
nu veel directer moet schrijven dan vroeger werd gedaan. Geloof je niet, dat dit
ook iets te maken kan hebben met de concentratiemogelijkheid van de lezer?' 'Dat
geloof ik niet. Je kunt geloof ik heel best een roman maken die een behoorlijke
diepgang heeft, maar waarbij je alle overbodigheden vermijdt. De hedendaagse
lezer zal in ouderwetse romans heel veel als overbodig beschouwen omdat dat ook
inderdaad overbodig was.'
'En dan is er in jouw
roman De donkere kamer van Damocles sprake
van het zogenaamde dubbelgangersmotief dat veel vaker in de literatuur is
gebruikt. Hoe ben je nu aan dat motief gekomen?' 'Op
zich zelf is het dubbelgangersmotief een heel oud motief, het was vooral in het
begin van de negentiende eeuw een geijkt romantisch motief, maar die
dubbelgangers bij de romantici hadden een andere betekenis dan die in mijn boek.
Als in een romantisch verhaal iemand zijn dubbelganger tegenkomt is dit meestal
een voorbode van zijn naderende dood. De dubbelganger in De donkere kamer van
Damocles heeft een ander functie. Het is mij in de oorlog opgevallen, dat bij
veel mensen door totaal veranderde omstandigheden als het ware kanten van hun
persoonlijkheid naar voren kwamen, die zonder die oorlogsomstandigheden nooit
aan het licht zouden zijn gekomen. Die kanten van de persoonlijkheid van de
hoofdpersoon in De donkere kamer van Damocles, Osewoudt, die dan door de
oorlogsomstandigheden aan het licht komen, worden als het ware aangebracht door
de ontmoeting met Dorbeck, die uiterlijk zijn evenbeeld is. Met dit belangrijke
verschil, dat Osewoudt bleek, blond en onbetekenend is en Dorbeck donker en
fascinerend; bovendien zijn zij psychologisch volmaakt aan elkaar tegengesteld.
Een man als Dorbeck, die in die oorlogsomstandigheden een beroep doet op
Osewoudt, sleept daardoor Osewoudt mee in een leven dat, als de oorlog is
afgelopen, voor Osewoudt niet alleen niet de minste zin meer heeft, maar
bovendien zijn ondergang met zich meebrengt.'
'Dus eigenlijk ontmoet
Osewoudt ook in de dubbelganger zijn naderende
dood.' 'Dat
zou je kunnen zeggen, maar die dood had hij in de oorlog ook op een andere
manier kunnen ontmoeten. Daar was gelegenheid genoeg voor. Waar we het nu over
hebben is alleen de dubbelganger in de roman. Essentieel voor de dubbelganger
van Osewoudt is ook, dat hij na de oorlog niet meer teruggevonden kan worden.
Dat betekent dat het leven hetwelk Osewoudt onder invloed van die dubbelganger
in de oorlog heeft geleid, na de oorlog geen betekenis meer heeft. De inspirator
daarvan is weg. Dat heeft ook een dubbele betekenis, want je zou kunnen zeggen
dat Dorbeck de man is die Osewoudts daden leidt. Maar wie is in feite de man die
in een roman de daden van de hoofdpersoon leidt? Dat is de romanschrijver zelf.
De onvindbare Dorbeck is dus eigenlijk de schrijver zelf. Mij wordt wel eens
gevraagd: bestond die Dorbeck of bestond hij niet. Daar kan ik dan dit antwoord
op geven. De auteur bestaat eigenlijk nooit en eigenlijk altijd.'
'Dan het volgende. Hoe
en welke is nu volgens Hermans de relatie
tussen de personages onderling?' 'Als
je dat vraagt, vraag je eigenlijk: wat is jouw levensbeschouwing, om met een
groot woord te zeggen. Wat is volgens jou zo essentieel dat je daar een roman
over wilt schrijven. De relaties tussen de de personages zijn van een
jungledierachtig karakter, al moet ik in het midden laten in hoeverre in het
dagelijks leven de relaties tussen mensen van een jungledierachtig karakter
zijn. In
ieder geval ligt het ten grondslag aan mijn romans. Het wordt natuurlijk
gemaskeerd, zoals het in het dagelijks leven ook wordt gemaskeerd. Volgens de
idealisten is dat geen maskering, maar is dat óók waar, volgens mij is het
niet waar. Mijn romans zijn geschreven door iemand die denkt dat alles in het
dagelijks leven, overeenkomsten, conventies, tactvolheden die het leven doen
marcheren, dat die een maskerade zijn. Verder ga ik er vanuit, dat tussen
personages onderling geen relaties bestaan die anders zijn dan van dit
instinctieve, of dierlijke plan. Essentiële relaties tussen mensen zijn alleen
mogelijk in toestanden van bewustzijnsvernauwing, bepaalde erotische toestanden
en dat is de zin van de erotische episodes in mijn boeken. Het kan bv. ook zijn
de toorn, het verdriet, die een piek kunnen bereiken in woede-uitbarstingen, in
tranenuitbarstingen. Toen ik indertijd De Tranen der Acacia's schreef,
hebben veel critici daar erg om gelachen en geschreven, we krijgen de romantiek
terug met het gehuil van de romantiek. Het huilen in mijn romans betekent heel
iets anders dan het huilen bij een romanticus. Het is in mijn boeken een
verflauwde vorm van het doodbloeden, dat ook vaak in mijn boeken voorkomt.'
'Mag ik weten wat je
daar precies mee bedoelt? Wat dat voor jou betekent?' 'Dat
betekent voor mij precies hetzelfde als het leeglopen van een accu. De stroom
van het leven die het lichaam verlaat.'
'Zou je nu precies
kunnen formuleren wat voor jou de maskerade is? Dat men een rol speelt in het
leven, of moet spelen?' 'Dat
men zich moet handhaven. Wat ik nog zou willen aanstippen is, dat mijn boeken
essentieel tactloos zijn, daarin worden waarheden tactloos op het tapijt
gebracht. Ik vind niet dat een romanschrijver er moet bijdragen om het
maatschappelijk leven soepeler te doen verlopen, of om mensen beschaafdere
manieren bij te brengen. Dat is voor mij allemaal onzin. Mijn boeken beschouw ik
als een soort kleine psychoanalyse.'
'Van wie?' 'In de eerste plaats van de auteur zelf, maar ook van de lezer, die er aan deelneemt door het te lezen en zich te identificeren met de hoofdpersoon.'
Hermans en ik hebben
uiteraard over heel wat meer onderwerpen gepraat, één ervan boeide mij
bijzonder, en wel dit, of er eigenlijk nog wel literatuur bestaat voor mensen
boven de veertig jaar. Hermans zei toen: 'Eerst
dit. Ik geloof dat het beste wat een auteur kan overkomen, speciaal in Nederland
is, te overlijden beneden de veertig jaar.'
'Waarom speciaal in
ons land? 'Omdat
de literatuur in Nederland bijzonder weinig armslag heeft, zoals trouwens in de
meeste kleine landen. Kijk, veel auteurs zijn na hun veertigste opgehouden met
schrijven, of ze zijn gaan schrijven op een ander plan waarbij zij zich verder
van de eigenlijke literatuur hebben verwijderd. Waarom is dat zo? In de eerste
plaats, geloof ik, omdat een van de belangrijkste aandriften van de literatuur
de erotiek is, die om te beginnen al minder belangrijk wordt voor mensen boven
de veertig jaar. Wat lezers boven de veertig jaar dus meer zou interesseren zijn
boeken die op andere driften zijn gebaseerd, driften die misschien afgeleid zijn
van de erotiek, maar die toch niet in de eerste plaats erotisch zijn,
bijvoorbeeld de machtsdrift. In wezen vind ik de romans van Bordewijk romans
voor lezers voor boven de veertig, omdat zij op machtsdrift zijn gebaseerd.'
'Dus jij wilt
eigenlijk zeggen dat het iets te maken heeft met bepaalde driften, dus ook met
bepaalde onderwerpen? Jij vindt dus eigenlijk dat de hedendaagse literatuur niet
wordt geschreven voor veertigjarigen? 'Niet
alleen de hedendaagse, ook de meeste oudere literatuur. Ik geloof toch niet dat
iemand boven de veertig nog echt onderste boven raakt van Die Leiden des Jungen
Werthers.'
Er
bestaat, zoals ook in dit gesprek tot uiting kwam, een voor iedere schrijver
specifieke relatie tussen zijn onderwerp en de vorm waarin dat onderwerp
gestalte krijgt. De conceptie van b.v. een roman als De donkere kamer van
Damocles is technisch uitermate knap, -dat is op zich zelf ook iets, - en men
moet zich eens de moeite getroosten dit boek te lezen en bij zich zelf na te
gaan hóe het is geconcipieerd. Of Dorbeck dan al of niet bestaat, dat moge dan
ook voor die lezer een vraag blijven; Hermans bestaat in ieder geval wél. Johan
van der Woude Arnhems dagblad, 9 januari 1962.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 06 januari 2007 |