|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: > 1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Utrechts Nieuwsblad, 21 oktober 1977. 'Het
zou krankzinnig zijn om deze prijs
niet aan te nemen' Rudolf
Bakker Parijs
- De 56-jarige Nederlandse romanschrijver Willem Frederik Hermans is begiftigd
met de Nederlands-Belgische driejaarlijkse
Prijs der Nederlandse
Letteren. De
prijs beloopt 18.000 gulden. De sinds 1973 in
Parijs wonende auteur heeft de
prijs aanvaard. Deze aanvaarding heeft in literair Nederland enig opzien
gebaard, omdat Hermans in zijn in 1963 verschenen
Mandarijnen op zwavelzuur
had opgemerkt: 'Ik zal geen enkele literaire prijs, subsidie of reisbeurs
aanvaarden, nooit meer.' Inderdaad weigerde Hermans de P.C. Hooftprijs. Hermans
gaf zijn functie als lector in de fysische geografie aan de
universiteit in
Groningen op na een reeks van moeilijkheden, waarvan de ware achtergrond, als
in alle drama's waarin Hermans verwikkeld raakte, moeilijk meer te reconstrueren valt. Hij vestigde zich in 1973 in Parijs, waar hij sindsdien geheel
van zijn pen leeft. Bijdragen van zijn hand verschijnen onder andere in
NRC-Handelsblad en in Het Parool, waar hij een column heeft onder het pseudoniem
Age Bijkaart. De laatste van Hermans verschenen roman heette
Onder
professoren. Men noemt het een sleutelroman over het Groningse universitaire
leven. Een medewerker van het Nieuwsblad van het Noorden, Gert Fockens, was in
staat het ware gezicht achter romanfiguren en romantoestanden te reconstrueren.
Hij ontving hiervoor via een bevriende relatie de lof van Hermans. Is
Onder Professoren echt een sleutelroman? En waarom heeft Willem Frederik
Hermans de Prijs der Nederlandse Letteren wél geaccepteerd en de P.C.
Hooftprijs niet? De meester ontvangt me in zijn
Parijse appartement voor een
interview, waarin op dergelijke vragen antwoord gegeven zal moeten worden. Niet
ver van de Place de l'Etoile woont Hermans in een stijve straat uit de
glorietijd van de Franse bourgeoisie. Een ouderwetse lift met rieten bankjes
heft de bezoeker zacht schommelend omhoog uit het rumoer van de grote stad. De
rit eindigt in de complete stilte van de vijfde etage. Het licht valt er door
hoge ramen met ingekleurde veldbloemen. Ook in de ontvangsthal van Hermans' flat
keren de veldbloemen terug. We
zijn in de hemelse dreven van de Nederlandse letteren, hoger kan geen mens meer
gaan. Hier woont de opperrechter, hier spreekt hij zijn banvloeken uit over
Neerlands kleine prutsers. In de lange gang staan lange rijen oude schrijfmachines, een van de
hobby's van de auteur. Ze wekken de indruk van bovenaardse
telexen, waarop alles wat in Holland geschreven wordt meteen verschijnt om aan
het laatste oordeel te worden onderworpen. Dit oordeel is bijna steeds
hetzelfde: 'Knoeiwerk!' In
de werkkamer van Hermans, waar gefilterd herfstlicht de meester van Nooit
meer slapen in een milde gloed zet, komt allereerst de vraag aan de orde van Onder
professoren's achtergrond. Als de bandrecorder is aangezet, leunt
Hermans enigszins voorover en vernietigt hij meteen de indruk dat de vorser in
het Groningse blad (in zijn laatste roman als 'Het Sufferdje' betiteld) ook maar
enige lof verdiende. Heeft
hij die lof dan niet uitgesproken? 'Geensdeels,'
antwoordt Hermans, en hij zegt: 'Dat ik die meneer, hoe hij er bij komt dat ik
hem lof toegezwaaid zou hebben, dat begrijp ik helemaal niet, want eigenlijk is
er niemand die dit... Dit boek gaat over een gefantaseerde universiteit, met
gefantaseerde personages, er is geen sprake van dat sommige personages op
bestaande personen zouden zijn geïnspireerd.' En
dan duurt het niet lang meer of de vraag naar de aanvaarding van de Prijs der
Nederlandse Letteren komt aan de orde. 'Mijn
aversie tegen prijzen in het algemeen is natuurlijk gefundeerd, en is dat nog:
Ik bedoel: als het zo is dat iemand een of ander slecht pamflet schrijft en hij
krijgt daarvoor een romanprijs omdat een aantal van zijn vrienden in de jury
zit, terwijl zijn boek allereerst helemaal geen roman is en ten tweede alleen
maar een slecht pamflet, dan vind ik zoiets schandalig en dan hoef ik zo'n prijs
niet meer te hebben.' 'Maar
met deze prijs, dit is een prijs, dit is de mooiste prijs die er bestaat op dit
gebied in Nederland, maar het is bovendien een internationale prijs, want het is
een half Belgische, half Nederlandse prijs. Deze prijs wordt alleen maar eens in
de zes jaar toegekend, en die prijs wordt uitgedeeld of die wordt overhandigd
door de Belgische koning. Het is dus het meest eervolle wat je je kunt
voorstellen op dit gebied. Het zou dus idioot wezen om die prijs te... te...
weigeren. Dat zou krankzinnig zijn.'
'U behoort tot de mensen die het nog eervol vinden om uit de handen van een monarch
iets te ontvangen?' 'Het
gaat niet om die monarch, maar het gaat erom dat... de monarch vervult een
functie in een natie, hè, en als een natie door zijn hoogste vertegenwoordiger
zo'n prijs laat uitreiken of laat overhandigen, ja, dan is daar menselijkerwijs
niets tegen in te brengen.'
"U acht de monarch, laten we zeggen, onschendbaar, puur, boven de kleine
kliekjes staan, boven de menigte. 'Moet
u eens horen, meneer, deze prijs hè, die is dus toegekend op advies van een
jury van zes leden, van drie Nederlanders en drie Belgen. Van al die zes
mensen heb ik er een, dat is professor Sötemann, misschien twintig jaar geleden
wel eens
'Wanneer bijvoorbeeld de PC Hooftprijs door koningin Juliana zou zijn uitgereikt, had u hem dan geaccepteerd? 'Ja,
meneer, dat is nu allemaal oude koek, oude koeien uit de sloot halen, en
bovendien, die PC Hooftprijs is verre van mij, nietwaar, dat is een prijs die
ieder jaar wordt uitgereikt, dat is ook met die prijzen zo, of er nu een goed
boek verschijnt of niet, ieder jaar moet die prijs worden uitgereikt,
enzovoorts, enzovoorts.'
En er verschijnt niet ieder jaar een goed boek, dus dat kan niet? 'Ja,
precies. Dan is zo'n prijs op het laatst ook geen onderscheiding meer, en dat is
het nadeel dat aan die prijzen vastzit, in tegenstelling tot subsidies die
gewoon door de staat gegeven worden, nietwaar, dat die mensen, die... Er wordt
een hoop poeha gemaakt van zo'n prijs hè, ook als zo'n prijs eigenlijk ook
financieel haast niks meer voorstelt. Ook qua eer haast niks meer voorstelt,
omdat ieder jaar die prijs uitgedeeld moet worden, en dan is er een onnoemelijk
aantal prutsers dat die prijs ook krijgt, en dan wordt er nog een jury benoemd,
een hoop ambtenaren zijn erbij betrokken, allemaal mensen die eigenlijk veel
meer van de prijs profiteren dan degene die bekroond wordt.' En
dan zegt Hermans nog: 'Ik heb nimmer in de jury voor wat voor prijs dan ook
zitting gehad.' [WFH
heeft bovenstaand interviewer na tien minuten de deur gewezen. Zie
'Door
gevaarlijke gekken omringd' blz. 214 en Heftig
treffen tussen prijswinnaar en provinciaal pennevoerder, VN, 10-12-1977.]
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |