|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
FURORE 7, juli 1977
In
augustus verschijnt
Boze Brieven van Bijkaart bij de Bezige Bij. Het is
een verzameling stukje die W.F. Hermans sinds 1973 onder het pseudoniem Age
Bijkaart iedere zaterdag in Het Parool heeft geschreven. De honderdvijfenzestig
hoofdstukjes in het boek worden gevormd door de brieven tussen 29 december 1973
en 20 november 1976; alle brieven, uitgezonderd een lange brief over
Multatuli,
zijn opgenomen. Nieuw
zijn de illustraties en andere bijvoegingen, vooral bedoeld om de actuele
gebeurtenissen, waarop sommige stukjes betrekking hebben, in het geheugen terug
te roepen. Eén van die actuele gebeurtenissen was bijvoorbeeld in 1975 het op
de markt verschijnen van het blad Furore, waar Bijkaart onmiddellijk met een
stukje reageerde. Op onze beurt besteedt Furore nu aandacht aan Bijkaart:
Piet
Schreuders zocht de geheimzinnige stukjesschrijver op ten huize van
W.F. Hermans
in Parijs. PS:
De brieven van Bijkaart verschenen eerst eens in de twee weken, daarna
wekelijks. Ging dat van Het Parool uit? WFH:
Nee, van mij. Maar dat maakt eigenlijk geen verschil, want die eens in de twee
weken verschenen, waren tweemaal zo lang. PS:
U schrijft waarschijnlijk af en toe een voorraadje, zodat u wel eens met
vakantie kunt gaan? WFH:
Meestal als ik met vakantie ga, stuur ik wat vooruit, of terwijl ik met vakantie
ben stuur ik van mijn vakantieadres een stukje. Tenminste dat heb ik deze
afgelopen vakantie gedaan, eigenlijk voor het eerst. Maar ja, toen was ik ook
veertien dagen weg, meestal ga ik maar heel kort met vakantie, een weekend, of
een week... PS:
Mag ik weten wat het honorarium is voor één brief van Age Bijkaart?
WFH:
Nee, ik ben Van het Reve niet, of een andere circusartiest, die met z'n
honoraria te koop loopt. (Plotseling) Hoe komt u aan dat omslag van Bijkaart? PS:
Dat heb ik van de Bezige Bij. WFH:
O, mag ik dat zien, want ik heb alleen het ontwerp gezien. Hoe vindt u het?
foto: Rob Mostert collectie Letterkundig museum PS:
Eh, o da's lastig. Oorspronkelijk was
het anders, toen had je schrijfmachineletters en die stonden scheef... WFH:
Ja precies, dat heb ik ook, en dat heb ik afgekeurd, en nu hebben ze dit
gemaakt. Nou, dit vind ik beter dan het vorige. Ps:
Ja, dat vind ik ook wel, ja. WFH:
Want, en dat zijn echt details waar misschien ik alleen op let, er zat een
ongestempelde postzegel op, en bovendien in een tarief dat helemaal niet
bestaat, ik geloof vijfenzestig centimes of zoiets. En dit hebben ze echt van
een brief van mij gescheurd... PS:
ja, dat zag ik. WFH:
Maar ik vind het, hm, ja, gaat wel. PS:
U hebt ook een keer geschreven over hier in de buurt, een van de eerste was dat,
dat u aan kwam lopen en dan de Triomfboog van opzij zag, en een gebeeldhouwde
arm stak uit... hebt u die foto al gemaakt? WFH:
Ja, die heb ik gemaakt, die komt erin. PS:
O, die komt erbij. Jammer. WFH:
Hoezo jammer? PS:
Anders, haha, had Furore hem kunnen gebruiken. Er zijn dus dingetjes bijgevoegd,
plaatjes en knipsels... WFH:
Ja. Maar hoe... heeft u een complete drukproef gekregen van de Bezige Bij, hoe
bent u zo goed op de hoogte? De enige drukproef die ik heb gekregen, dat is wat
daar naast u ligt, dat zijn vellen... PS:
Ik heb dat katerntje... WFH:
O ja maar verder niet, alleen dat katerntje?
(stereofoto links: P. Roth - spiegelfoto rechts: P. Schreuders) PS:
Ja. Die Bijkaartbundel is helemaal kompleet, er is er, behalve die brief over
Multatuli, geen weggelaten. Hebt u dan WFH:
Nou, dat is uit mijn hele oude tijd, toen ik nog onder invloed was van de zeer
slechte opvoeding die iedere Nederlandse auteur ondergaat, want iedereen, of hij
't leuk vindt of niet en of hij wil of niet, leert toch op de een of andere
manier iets van zijn voorgangers, meestal slechte dingen, een enkele keer goeie
dingen... maar een slecht ding dat in mijn jeugd door de toen heersende
literaire generatie verkondigd werd, was: je moest maar raak schrijven, en nooit
wat corrigeren en zo, want zo deed Paul Léautaud het ook, en weet ik allemaal
wie nog meer. Dus in die tijd, zo 1945, 46, 47, 48 misschien, tot, nou ik denk
tot '51, toen ik al tot betere inzichten begon te komen, toen schreef ik maar
raak, hè, en achteraf moet ik zeggen, dat het tamelijk goed ging voor romans en
voor verhalen, maar die stukjes vind ik achteraf wel een beetje al te slordig
geschreven. En het is wel de moeite waard om een oud verhaal te gaan
herschrijven, dat heb ik bijvoorbeeld met Conserve gedaan, en in
De
Tranen der Acacia's heb ik in de latere drukken een hoop verbeterd, maar om
nou al die stukjes die ik in kranten schreef allemaal te gaan opkalefateren, dat
vind ik de moeite niet. Nu ben ik dus tot hele andere inzichten gekomen, en de
Bijkaart-stukjes maak ik echt zo goed als ik kan. Soms ook, als ik ze al
ingestuurd heb, bel ik op het laatste nippertje nog op en telefoneer drie of
vier verbeteringen door. Dán
komt het nog wel eens voor dat ik het achteraf, nóg niet leuk, niet aardig
genoeg vind. De stukjes die in het boek staan, heb ik wel allemaal voorzover
nodig gecorrigeerd. Die zijn allemaal zo goed als ik kan. Ja, 't kan best zijn
dat er slechte bij zijn, maar dat kan ik verder dan ook niet helpen. PS:
In de Haagse Post hebt u ook wel eens stukjes geschreven (in 1967), en sommige
daarvan vond ik héél erg leuk, en andere waren vreemd genoeg, ja, alsof ze
heel snel geschreven waren, tijdgebonden, en een beetje van de hak op de tak... WFH:
Ja. Toen deed ik er ook al erg mijn best op, maar het verschil was, ja, toen was
ik eigenlijk een amateur schrijver! Want ik had een volledige baan als lector in
Groningen. Dus als ik wat schreef, was ik gauwer moe. Nu heb ik de hele dag
niets anders te doen, ik kan er veel meer tijd aan besteden. Dat heeft invloed.
Het is u misschien niet opgevallen, maar de laatste drie jaar heb ik misschien
meer geschreven dan in alle jaren daarvoor! Zo'n dik boek als Onder
Professoren had ik nooit voordien geschreven. PS:
Hebt u plannen om andere korte stukjes nog een keer te bundelen? WFH:
Die stukjes in de Haagse Post, dat vind ik ook wel dat er bepaalde aardige bij
zijn, die ik ook nog misschien wel bundelen zal. PS:
Een Sadistisch Universum deel III, daar heb ik wel eens over horen
praten, ik heb het een keer aangekondigd gezien voor voorjaar '76, voorjaar
'77... ik weet niet door wie hoor, misschien wel door journalisten... WFH:
Nee, maar het zit wel in de lucht. Al die stukje die ik in Hollands Diep en in
de NRC schrijf, ook de langere stukken uit Het Parool, schrijf ik niet om ze in
de vergetelheid te laten raken. Dat oudere Sadistische Universum
is hoofdzakelijk samengesteld uit stukken die ik in Litterair Paspoort
schreef. Deze nieuwere stukken zal ik dus ook wel es een keer bundelen. Of het
nou weer het Sadistische Universum zal heten... PS:
Bijkaart heeft over Furore geschreven in een tijd dat er alleen nog maar
proefnummers verschenen waren. WFH:
Ik geloof dat Bijkaart toen maar één proefnummer had gezien. PS:
Ja, min vier, en toen moest het eigenlijk nog beginnen; wij deden maar wat.
'Lees Furore met vuurtoren': 'Met vuurtoren' is nu vervallen. WFH:
Nee, maar dat stond er ook niet. Er stond in de tekst oorspronkelijk 'met
vuur-oren', maar dat vond ik achteraf niet zo'n leuk grapje, dus dat heb ik
weggelaten. PS:
En had Het Parool daar vuurtoren van gemaakt? WFH:
Ja, die dachten, vuuroren, nooit van gehoord, zal wel vuurtoren wezen. PS:
O, ik dacht dat u had gehoord dat ik rood haar had en dat u daar een grapje op
gemaakt had. WFH:
(verbijsterd) Geen spráke van! Hier, dit is de doorslag van het stukje. Zie je
wel, vuuroren, heeft daar gestaan. Het was me helemaal onbekend dat u rood haar
had, maar nu u 't zegt, ja, 't is waar: zeer donkerrood soort haar, haha. Maar
het is iets waar ik niet speciaal aanstoot aan neem. Dus zelfs al had ik dat
geweten, dan zou ik zoiets nog niet geschreven hebben. Er zitten parodistische
elementen in Furore. Alles wat maar enigszins een parodistische indruk maakt,
maakt de indruk ergens tegenaan te hangen, staat niet op zichzelf. Dat is ook
wel het goed recht van de parodist, maar om een heel tijdschrift te maken dat
eigenlijk verder geen parodie is, om dat aan zulke parodistische dingen op te
hangen... een beetje overladen... ik weet niet of dat zo aan te bevelen is.
Verder vind ik het blad heel erg retro. PS:
De vormgeving, of ook de keuze van de onderwerpen? WFH:
De keuze van de onderwerpen voor een deel ook wel ja, die grote aandacht voor
schrijvers als James Cain en zo, uit die tijd. Ik verdenk u er dan ook van dat u
vooroorlogse jaargangen van de LACH thuis hebt liggen. PS:
Furore staat op zichzelf. Het lijkt niet op iets moderns, maar ook niet op iets
ouds. Maar dat moeten de mensen die 't lezen maar bepalen. WFH:
Ja, kijk... de reden dat Bijkaart er een stukje over geschreven heeft, Furore is
gewoon iets waarin iemand extreem z'n gang gaat. Ik bedoel, voor een normaler
blad zou je natuurlijk niet gauw zoiets schrijven, maar ik dacht nou ja, het is
echt iets voor de aardigheid en zo. Dat vond ik het leuke eraan. Behalve dan die
correspondentie over het Bungehuis die eruit ontstaan is, dat vond ik ook
interessant. Ik had wel 's graag gezien welke dingen die u nog uit het Bungehuis
gered heeft, deurknoppen geloof ik, en een klok of zoiets. PS:
Ik heb een aantal van die klokken, maar daar heb je niks aan want die lopen op
een moederklok. WFH:
Oh ik heb een moederklok! Ik heb een moederklok, maar geen slaafklokken. PS:
O dit heb ik ook nog teruggevonden: Bimbam hamertje WFH:
O! Ja! Haha, uit de rockopera! Maar het sloeg allemaal niet op mij, het sloeg op
een ex-collega van mij in Groningen, een hoogleraar Geologie daar, een heel
merkwaardige man. Ik was eens met hem op excursie, en toen had-ie twee hamers
bij zich, een grote en een kleine. Hij
had de gewoonte om, als-ie een stuk van een rots afsloeg, daar direct een mooi handstuk
van te maken. Een handstuk noem je zo'n mooie vierkante plak. En toen zei ik:
'Zeg Bert, waarom heb je toch eigenlijk dat kleine hamertje bij je?' En toen zei
hij: 'Ja, dat is voor het fijne bijtikken.' - Dat kost een hele dag natuurlijk
om die Furores allemaal in te pakken en postzegels erop te plakken, of doet een
drukker dat? PS:
Nee, maar dat is leuk werk! Al die dingen zijn leuk! Verzenden, stempelen... als
het niet teveel wordt... WFH:
Ja, ja... ik heb een keer een boek, de eerste druk van Mandarijnen op
zwavelzuur, in eigen beheer uitgegeven, en toen moest ik ook alles zelf
doen. Meestal waren het pakjes waar er één in zat; een enkele keer had één
boekhandel er twintig of veertig tegelijk genomen, die heb ik toen met de auto
naar Amsterdam gebracht in een sinaasappelkist. Die
eerste weken waren er bestellingen van boekhandels van vier of vijf tegelijk en
zo, maar daarna heb ik nog anderhalf of twee jaar zo'n twee, drie keer per week
er eentje moeten versturen. Nou, dat ging me wel de keel uithangen hoor. Die
eerste druk is besteld door ± 200 mensen. Dat was heel slim, want zo had ik de
drukkosten er al uit. Laatst heeft één van de bestellers me hier in Parijs
opgezocht. Vreemd, na vijftien jaar. En ene Betsy Bekker geloof ik bestelde hem
wel 5, 6 keer achter elkaar, je vraagt je af of ze dat steeds cadeau deed aan
tantes of zo. PS:
U deed dat, omdat de echte uitgevers het niet wilden doen? WFH:
Inderdaad. In 1962 was er geeneen echte uitgever die dat wou doen. Wat mij niet
speet, want op de manier waarop ik dat toen gedaan had had toch geeneen uitgever
het willen doen. PS:
Het was op een Executive-machine getikt hè? WFH:
Ja, niet door mij, maar door een firma in Groningen die dissertaties maakte op
die manier. Proefschriften. Goedkoper dan een echte drukker. Op een Executive
getikt en dan fotografisch verkleind. De pagina's heb ik helemaal zelf in elkaar
geplakt. PS:
Er wordt wel eens gezegd, wat vormgeving betreft, dat de auteur zelf de beste
typograaf is van z'n eigen werk. WFH:
Nou, kijk, voor zoiets speciaals is het wel zo natuurlijk, als je tenminste een
auteur hebt die daar aardigheid in heeft: zo'n boek maken, met allemaal rare
plaatjes, foto's, dingen, reproducties en stukken uit kranten geknipt. Maar voor
een normaal boek, een normale tekst, heb ik het liefst dat het zo sec en droog
en duidelijk mogelijk wordt. Mijn enige bedoeling is dat de mensen lezen,
en dat ze dus zo gemakkelijk mogelijk kunnen lezen. Dat het er zo gewoon
mogelijk uitziet. Maar dat is al heel erg moeilijk! Het is ontzettend moeilijk
om een boek te hebben dat er gewoon uit ziet en toch erg goed is. Dat wil je
natuurlijk, maar dat stuit op alle mogelijke bezwaren, vooral in onze tijd dat
er fotografisch gezet wordt en op weet ik wat voor mogelijke manieren geknoeid.
Het beste is natuurlijk een boek door een bekwaam iemand in Monotype gezet, en
gedrukt op heel goed wit papier, met een heel behoorlijke marge,
ook weer niet te gek breed, en om daar de juiste verhouding voor te
vinden, dat is een kunst op zichzelf. Dat het zo goed is dat het bijna
onopvallend van goedheid is. Het is eigenlijk een schandaal, dat als iets dus,
wat ik noem, onopvallend van goedheid is, dat het dan exceptioneel is! Dat is
een schandaal, maar zo is het nou eenmaal. Je kunt tegenwoordig ook zoveel doen
door die plakletters hè? PS:
Ja, maar die gebruik ik nooit. WFH:
U gebruikt ze nooit? Ik ben er gek op! Ik gebruik ze ook voor etiketten en zo.
En ik heb een boekje gemaakt met allemaal verschillende omslagen, allemaal met
plakletters. De Y heb ik zelf gemaakt. PS:
O, dat is dat geheimzinnige boekje waar Bijkaart een keer over geschreven
heeft... WFH:
Gemaakt met een vloeistofduplicator. [Dinky Toys, mg] PS:
Ja, heel ouderwets is dat. WFH:
Ja. Met alcohol. Ik heb eau de cologne ervoor gebruikt. Eau Sauvage,
ruikt u maar. PS:
Bent u nog wel eens opgebeld door mensen die de Haagse Post hadden opgezegd?
WFH: Oh, honderdduizenden mensen hebben me opgebeld, die hadden 'm zelfs nog nooit gelézen! Waarvoor ze dus door mij gefeliciteerd werden. - Wat het binnenwerk van tijdschriften betreft, is het van belang dat het overzichtelijk is. PS:
Dat vind ik ook wel, maar ze hebben een tijdlang de mode gehad om álles
overzichtelijk te maken. De hele wereld, alles moest één stijl zijn. WFH:
Het is dikwijls zo met die dingen: er bestaan filosofieën van
de mensen die die
dingen ontwerpen, maar de gebruiker merkt
daar dikwijls niks van. Als je leest
in oude boeken wat de filosofieën niet geweest zijn van architecten, dat zijn
geweldige filosofen. Dat soort dingen als dat Karl Marxhof in Wenen, waar u ook
over geschreven hebt, die architecten hadden een geweldige visie: de mensen
zouden zo gelukkig worden in die huizen! Nou, het ziet er voor ons gevoel uit
als een soort lugubere gevangenissen. Niet alleen die Karl Marxhof, maar ook
bepaalde buurten in Amsterdam, bij de Czaar Peterstraat, van die huizen waar
zelfs de gevels helemaal bedekt zijn met dakpannen, dat vonden ze dan heel mooi,
hele kleine raampjes erin... ik zou ook niet willen dat het afgebroken werd
hoor, want het is voor mijn gevoel van een soort surrealistische
spookachtigheid, maar de mensen die dat bouwden, dachten dat de eenvoudige man
die daarin woonde een gat in de lucht zou springen van blijdschap dat hij daar
zat. Maar de mensen die erin wonen hebben erg de pest in want het schijnt dat
als ze op een stoel zitten, dan zit het raam hier, ze kunnen niks zien, niet
naar buiten kijken! Heeft u het Centre Pompidou hier al gezien? PS:
Ja. WFH:
Ik heb zo het idee dat dat wél ongeveer beantwoordt aan de filosofieën van de
mensen die het ontworpen hebben, alleen ze hebben niet op zo'n massale toeloop
van mensen gerekend, die alleen voor de sensatie komen. Het is heel onrustig om
erin te zijn. PS:
Ik vind het altijd interessant hoe boeken eruit zien, en als je dat heel ver
doorvoert, kom je terecht op bibliofilie, waar u een keer over hebt geschreven
in Hollands Diep: 'Ondergang van de pornografie'... WFH:
(lacht) Ja... het heette 'De ondergang van de bibliofilie'. Toen heeft de
redactie daarvan gemaakt 'De ondergang van de pornografie'. Maar het heet
eigenlijk 'de ondergang van de bibliofilie'. Maar wat wou u zeggen? PS:
Dat je eigenlijk terecht komt bij oude drukken van Kuifje en zo, en... WFH:
Tja, dat is erg in trek op 't ogenblik! Maar 't is natuurlijk een ellende om dat
te verzamelen, want het valt tot poeier uiteen! PS:
Ik vind het ook heel opwindend hoe die dingen ruiken en hoe die omslagen zijn,
maar er zijn natuurlijk mensen die alleen maar boeken verzamelen omdat het
eerste drukken zijn, en die in opwinding geraken om de buitenkant van dingen. WFH:
Nou zij raken geloof ik niet in opwinding door de buitenkant van de dingen, maar
ook door de binnenkant, helaas, want ik heb een hekel aan eerste drukken; latere
drukken zijn altijd beter. Maar inderdaad, dat is een geweldig speculatieobject,
vooral de laatste jaren. Of het in Nederland zo'n vaart loopt weet ik niet, maar
eerste drukken van Hemingway en William Faulkner zijn een fortuin waard!
Speciaal als het stofomslag er nog omheen zit; nou, ik heb altijd, ook van mijn
eigen boeken, alle stofomslagen weggegooid, zelfs dat van De God Denkbaar;
ik weet wel dat de eerste druk van De God Denkbaar een heel mooi
stofomslag had, maar later merkte ik dat het gejat was, toen vond ik het
natuurlijk veel minder mooi! PS:
Hebt u nooit Kuifje gelezen, zegt u dat niets? WFH:
Ik heb een zoon die ze natuurlijk las, dus ik heb het ook wel eens gezien. Ik
heb ook zelfs een keer een film gezien van Kuifje, hij was geloof ik in
Zuid-Amerika in een onderaards paleis... PS:
Ja, dat is slecht. WFH:
Maar Kuifje, dat is werkelijk de meest extreme commercialiteit die er bestaat!
Die man die past ze aan, mét rassenhaat, zónder rassenhaat, kan hem allemaal
geen reet schelen! Hij is geloof ik altijd zo geweest, in de oorlog maakte hij
antisemitische Kuifjes, enfin, 'k zeg er niets van, maar 't zou hem geloof ik
geen barst kunnen schelen! Ik begrijp niet wat die mensen er zo goed aan vinden.
Als ik iets goed zou vinden zou ik Astérix toch nog wel het aardigste
vinden. PS:
Nee, dat is helemaal kunstmatig, volgens één stramien... die scenarioschrijver
heeft één keer succes gehad met die formule, oude Romeinen en Germanen... WFH:
Daarom juist! Dat is bij al die dingen zo! Bommel, die heeft één keer succes gehad. Een grote beer en een kleine
poes... Een heel twijfelachtig iemand, die Bommel, want van mevrouw Bommel hoor
je nooit; dus ik houd het erop dat Bommel het houdt met z'n huisknecht, die een
hond is, dus hij is niet alleen homoseksueel, maar eigelijk nog bestiaal! Hahaha!
Een bestiale beer is dat! Zeer pervers! Maar Asterix, daarvan is het aardige,
dat de eigenschappen van de Galliërs allemaal eigenschappen zijn van de moderne
Fransen. Daarom is het onuitputtelijk, alle eigenschappen van de Franse
kleinburger zie je bij de Galliërs terugkomen. Een hoop praats maken, en
drinken, en de geweldigste blunders maken, het loopt net goed af allemaal, dat
is de gein ervan. En
het zou vast en zeker veel populairder wezen als het prestige van Frankrijk niet
zo gezakt was. Als een Amerikaan zoiets gemaakt had, laten we zeggen over de
Indianen of over de Pilgrimfathers, dan zou iedereen het vréten. Maar ja die strips:
ik zeg het u: daar wind ik me niet over op. PS:
Er zijn een paar strips, die zijn goed, maar 't is eigenlijk hetzelfde met
films. daar werd vroeger ook wel eens op neergezien, dat was... WFH:
Nou de meeste films, die vind ik ook vervelend hoor. De tijd dat ik nog veel
naar films ging? De enige film die ik een beetje au sérieux nam, waren die ouwe
Franse en die ouwe Italiaanse films. Toen heb je een manie gekregen van: we gaan
nu alle cowboyfilms ineens allemaal erg goed vinden. Ja, ik vind ze technisch
erg goed, maar je ziet dat daar toch niet de minste invloed vanuit gaat, want
dat soort films wordt érg veel vertoond op de Nederlandse televisie, en dan kan
je dus echt goed zien hoe je een simpel verhaal moet opbouwen. Maar wat voor invloeden heeft het? Het blijft in Nederlandse films
allemaal hetzelfde gezeur over kopjes koffie drinken en zo. PS:
Van de televisie vind ik altijd de Amerikaanse series het beste: zo ontzettend
doorzichtig en kunstmatig in elkaar gezet, en toch is het heel goed. WFH:
Ja, precies. En zo hoort het: kunst moet kunstmatig zijn. Het echte leven, een
kopje koffie drinken, dat kan iedereen. Maar hoe iemand, laten we zeggen, met
een kopje koffie z'n schoonmoeder vergiftigt, dat is waar het in de kunst op aan
komt. Tja! Zo is het nou eenmaal. Dat zijn bittere dingen. PS:
Maar films moet je beoordelen als films, niet als iets anders, en strips moet je
ook beoordelen als strips en niet als iets anders. WFH:
Ik beoordeel ze ook niet als iets anders. Als ik karnemelk drink, beoordeel ik
het ook als karnemelk. Maar ik houd niet van karnemelk! Donald Duck, dat is nog
het aardigste, geloof ik, op het gebied van strips. Je hebt Oma Duck, en de
kleintjes Duck, en Dagobert Duck. Tenminste dat herinner ik me zo uit de tijd
dat ik het m'n zoontje moest voorlezen. PS:
Hebt u de opera Faust gezien? WFH:
Nee. De laatste opera die ik gezien heb, dat was in Amsterdam: Elektra. Dat is
schitterend. Van Richard Strauss. PS:
U gaat in Parijs ook wel eens, hè? WFH:
Ja, ja. PS:
Post, briefpapier en stempels vormen geloof ik een speciale wereld die u
aanspreekt. Ik kreeg een brief, met een heel mooi briefhoofd, met een
telefoonnummer erbij dat ik niet bekend mocht maken... WFH:
Nee, dat is m'n geheime telefoonnummer en m'n geheime briefpapier natuurlijk,
alleen voor die mensen bestemd die dat nummer mogen weten. PS:
Hebt u ook gezien dat er een blaadje is verschenen 'De Klopgeest' wat... WFH:
Ja. Die hadden een paar hele ouwe teksten uit een schoolkrantje. Ik heb ze toen
een brief geschreven "Aan Klopgeest Nico Kiekenbelt". Ik kan er
waarschijnlijk nog wel een kopie van vinden. Hier heb ik het ja. "Geachte
Klopgeest. Uw In Memoriam W.F.H.-nummer heb ik inderdaad wel leuk gevonden, al
is 99 procent van wat er staat helaas onecht. Nog leuker zou het zijn, als met
name het essay van één mijner voormalige uitgevers echt door die
literatuurliefhebber was geschreven, maar dat zal wel niet. Jammer. Iets anders:
zult u er geen gewoonte van maken zonder toestemming stukjes uit oude blaadjes
of kranten over te nemen? Dat zou een slechte gewoonte zijn. Voor deze keer zal
ik u vergiffenis schenken. De enige echte."
PS:
Bewaart u altijd van alle brieven een doorslag? WFH:
Van bijna allemaal. Speciaal van dit soort briefjes bewaar ik doorslagen. Zo
iemand als die Howard Hughes, die boeit mij mateloos. Alle kattebelletjes die
hij schreef, werden allemaal in kluizen bewaard. Het gekke was, want u heeft het
nou over het maken van doorslagen: die man maakte geen doorslagen! Die kan op 't
laatst niet allemaal onthouden hebben wat-ie allemaal op die kattebelletjes
vertelde. Heel vreemd. Er is ook een meneer geweest, die heette Cornelis
Verhoeven. Een filosoof. Die heeft een boek geschreven met filosofische essays,
dat heet Bijna Niets. In dat boek staat een stukje over mij, dat zeer
anti Hermans is. Toen heeft-ie mij een exemplaar van z'n boek toegestuurd met
een opdracht, dat-ie me toch heel erg bewonderde. Zoiets brengt mij niet in de
juiste stemming. Dus toen heb ik hem teruggeschreven. (citeert uit het hoofd)
"Zeer geachte heer Verhoeven! Ik ontving uw boekje Bijna Niets. Mag
ik u wel mijn complimenten maken? Men ontmoet maar zelden een boek met een titel
die zo volledig de inhoud dekt." PS:
Juist WFH:
"Hartelijke groeten." Hahaha! Ja. Er is nu een nieuw boek verschenen,
dat heeft u waarschijnlijk nog niet gezien. Het is geschreven door tien
theologen. Het heet Literatuur en Ethiek. Zó'n dik boek, zo groot. Nou,
dat boek kreeg ik toegestuurd door Elseviers Weekblad, die leek dat leuk als ik
daar over schrijven wilde. En dat heb ik gedaan, komt volgende week erin. Want
dan bereikt het meteen ook het publiek voor wie dat het meest geschikt is, ik
bedoel, als ik over zo'n boek laten we zeggen in Hollands Diep zou schrijven,
dan komt het niet in Kampen terecht - al die mensen komen allemaal uit Kampen,
één kwam uit Nijmegen, en de anderen allemaal uit Kampen. Je schijnt daar
bendes theologische hogescholen te hebben. Nou die lezen wel Elsevier, dus die
krijgen het dan meteen te lezen. Dat is ook het punt waar je als schrijver erg
rekening mee moet houden, waar je die dingen publiceert, dat ze terecht komen
bij het publiek dat daar het krachtigst door getuchtigd wordt. Ik ben ook een
geweldige tegenstander van dat onbegrijpelijke gekanker in Nederland op De
Telegraaf.. Onlangs las ik een interview met Maarten 't Hart. Die zegt dan heel
vroom (geaffecteerde stem) 'ja, ik heb dingetjes geschreven in allerlei bladen,
maar De Telegraaf of zo, zou 'k niet in schrijven!' Onzin natuurlijk! Ten
eerste, die praatjes over De Telegraaf is hoofdzakelijk laster, het is helemaal
niet waar dat De Telegraaf in de oorlog ernstiger gecollaboreerd heeft dan
andere kranten, het is allang bewezen dat dat helemaal niet waar is; ten tweede,
al die praat komt alleen voort uit het feit dat De Telegraaf in 900.000
exemplaren wordt gedrukt, en dan komt een hele tijd niks, en dan komt Het Parool
met 100.000! Dan komt er weer niks, en dan komt de NRC met 80.000 geloof ik. En
verder is natuurlijk De Telegraaf ook niet zo'n leuke krant hoor, die stukken
van
Henk van der
Meijden,
dat soort geschrijf, het is werkelijk niet te verteren, maar ik bedoel, al die
ethische lullepraat... een heleboel mensen in Nederland vertellen in interviews
of voor de televisie of waar dan ook "Ik schrijf niet in De Telegraaf". En dan
impliceert dat volgens hun idee eigenlijk: "Ik ben een groot schrijver." Onzin. PS:
De brieven die mensen aan u schrijven, zitten die weer in een ander map? WFH:
Ja, die zitten gewoon op alfabet in mappen. PS:
Wordt er nooit eentje weggegooid? WFH:
Nee. PS:
Die plakkertjes op de enveloppen, zijn die gewoon bij de Franse
postkantoren te krijgen? WFH:
Ja, maar het hoeft geloof ik niet voor brieven naar het buitenland. Het is hier
zo, dat als je een brief hebt die meer dan twintig gram weegt, moet je dat erop
plakken, want anders wordt het als drukwerk of als postpakket verstuurd. Maar ik
doe het maar altijd, omdat het toch al traag genoeg gaat, soms doet een brief er
wel drie, vier dagen over. Je kunt ze ook, maar die heb ik niet, moet u maar bij
het postkantoor vragen, krijgen met URGENT erop. Dat is ook wel leuk misschien
om te hebben. PS:
Nou, ze hebben in Frankrijk hele mooie formulieren, met touwtjes eraan, en met
ijzerdraadjes... WFH:
Ja, en je kunt ook dozen kopen. Maar die kosten geld. Dozen om postpakketjes te
maken, van golfkarton. PS:
Met ook nog iets erop gedrukt? WFH:
Ja. De moeite waard misschien, voor uw typografische verzameling, om er een paar
te kopen. PS:
Ja, zeker. WFH:
De posterijen zijn hier wel erg grappig hoor, want bijvoorbeeld boeken versturen
uit Frankrijk, dat kost bijna niks. Zie je, ze hebben toch weer gevoel voor
verspreiding van de Franse cultuur. De
postbestelling is drie keer per dag. Maar als je die postbodes ziet dan lach je
je gek. De ene heeft alleen een uniformpet, de andere heeft een uniformjas maar
daaronder een rooie fantasiebroek, en gymnastiekschoenen en dan hebben ze zo'n
klein, hoe noemen ze dat in Holland, een 'pukkel' geloof ik, zo'n klein
legertasje van canvas. Daar zitten dan tien brieven in. Die leveren ze ergens
af, dan gaan ze terug naar het postkantoor, dat is hier vlakbij, halen ze weer
tien brieven, hahaha. Fenomenen zijn het, de Franse posterijen. En dan staken ze
ook nog, bijna iedere dag. Vandaag staken ze geloof ik ook weer. Het
interview wordt afgesloten met een fotosessie. Iets waar WFH niets van wil weten
('U moet een totaal ongepubliceerde foto van Bijkaart plaatsen!'), hij zoekt met
grote zorg een geschikte foto uit om in Furore te zetten: Dit is een heel strenge, maar die vind ik niet zo goed. Zo ziet Bijkaart er wel
uit! Hier, dat is mooi, die heb ik niet gemaakt, maar die zou u moeten nemen hè.
Dit is namelijk een stereofoto, hier gemaakt door een meneer die ik verder ook
helemaal niet kende, u kent hem misschien wel, die jongen heet Pierre Roth. Dat
zou mooi wezen voor Furore, dan moet u er dus bij vertellen dat de mensen een
stereoapparaat moeten kopen om het te bekijken. Nou ik heb nog wel een mooiere
misschien hoor... Ja. Deze. Deze, dat is eigenlijk de goede Bijkaart-foto...
deze niet, die ziet er een beetje lijdend uit, Bijkaart is een vrolijke man.
Haha. Ik geloof dat m'n zoon die gemaakt heeft, dan moet het er wel bijstaan,
anders dan... u zet er onder 'Copyright R. Hermans'. Ik zal het er even achter
op schrijven anders vergeet u het, krijgen we grote moeilijkheden, hahaha. Even
later gaan Hermans en Schreuders toch tot zelf fotograferen over, met flits,
zonder flits, in de spiegel, met zelfontspanner, Meer dan eens waarschuwt WFH:
'Dat zijn geheime foto's, die zijn niet voor publicatie! En wanneer ik op de
foto moet: 'Denk even na over het volgende nummer van Furore... (klik) ja, haha,
zo is-ie goed hahaha! PIET
SCHREUDERS.
Voor de (her)publicatie van dit interview werd toestemming verleend door P. Schreuders. Afbeeldingen van het omslag van Boze brieven van Bijkaart en De Klopgeest werden door de webmaster toegevoegd.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |