|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< > 1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
foto: Philip Mechanicus Lezerskrant, februari 1978
De mens als de eeuwig bedrogene van het universum door
Jef van Gool
Willem
Frederik Hermans
is een omstreden figuur in de Nederlandse letteren.
Hoewel géén weldenkend mens aan de literaire waarde van zijn oeuvre twijfelt
(men gewaagt zelfs vrij algemeen van 'de belangrijkste naoorlogse Nederlandse
auteur'), kunnen velen het niet nalaten een moraliserende vinger in zijn
richting te priemen. Zijn romans zouden immers getuigen van immoraliteit, ja
zelfs van amoraliteit. Hij waagt het bovendien lelijke dingen over Nederland te
zeggen; hij schroomt zich niet het geloof te bestempelen als
'de belangrijkste uitdrukking van het dierlijke in de mens'; hij schrikt
er evenmin voor terug filosofen, dokters, communisten, professoren enz. op de
tocht te zetten. Als polemicus blijkt hij geenszins te evenaren: in MANDARIJNEN
OP ZWAVELZUUR stelt hij meedogenloos de wormstekigheid en incompetentie
van een aantal literaire coryfeeën aan de kaak. Onder
het motto 'de schrijver is de mens' werd Hermans geïdentificeerd met zijn
uitspraken en uitgekreten voor een rancuneus, cynisch kortom een harteloos mens.
In haar rapport heeft de jury van de
Prijs der Nederlandse Letteren nu echter
gewezen op het belang van het sentiment in zijn werk: 'onmenselijk is het
laatste woord dat men op Hermans' oeuvre kan betrekken, welke zin men er ook aan
toe wenst te kennen.' En
dat het beeld van een hautaine, niet te benaderen mens evenzeer een loos
fabeltje is, mocht ik persoonlijk ook ervaren toen ik hem voor het onderstaande
interview bezocht in Parijs, waar hij met zijn gezin de vijfde etage van een
statig herenhuis bewoont. De
romans van Hermans laten zich lezen als boeiende verhalen. Zo kan je
Donkere
kamer van Damokles ondergaan als een spannende verzetsroman,
Nooit
meer slapen als een realistische, haast filmische reportage van de reis
van een jong geoloog naar het barre noorden, Herinneringen van een engelbewaarder als het relaas van een
besluiteloos man in de meidagen van '40. Toch gaat er achter deze eerste
verhaallaag een diepere dimensie schuil, elke roman wordt gedragen door een
idee, is de veraanschouwelijking van de levensvisie van de auteur. In het
volgende, vaak aangehaalde citaat uit Het
sadistische universum I verwoordt hij zijn kijk op het schrijverschap: 'De
schrijver verdient zijn bewegingsvrijheid alleen, door zijn belagers
onophoudelijk te overtuigen dat zij geen recht hebben hem iets te verwijten, dat
zijzelf, hun leugenachtige maatschappij (elke maatschappij is leugenachtig,
altijd, overal), hun absurde weten, hun domme niet-weten, hun huichelachtige
vergeten, hun op niets gebaseerde wetten, hun veile geloof, hun futiele streven
naar zelfbehoud of zelfs succes, hun tijdelijkheid, hun overbodigheid, even
sterk verachten als hij (...). De schrijver bestrijdt wat de massa denkt en
brengt aan het licht wat de massa niet durft te denken.' Deze
denkbeelden liggen ten grondslag aan Hermans' romans en novellen, zij zijn
bepalend voor de actie en de gedragingen en gesprekken van de personages.
Sommige van deze personages staan 'buiten de wereld die doen blijft wat gedaan
'moet' worden en nalaat wat 'verboden' is, zonder dat iemand kan aanwijzen
waarom.' Zij staan echter hopeloos in de marginaliteit, met hun rug tegen de
muur van de gevangenis of het gekkenhuis. Anderen zijn volkomen verankerd in de
traditie, zij geloven (aanvankelijk) in de zinvolheid van de mens en zijn
wereld, zij stellen zich een taak of achten het hun plicht een opgelegde taak te
vervullen. Hen wacht een calvarie: de tocht door de romanwereld van Hermans
waarin - naar zijn eigen woorden - de arme, brave wees echt niet het
buitenechtelijke kind is van de miljonairsdochter en waarin de betoverde prinsen
altijd betoverd blijven. Deze tocht (gesteld dat zij hem ten minste overleven)
laat hen gedesillusioneerd en met lege handen achter. Zelfs
het geringste detail in Hermans' romans is afgestemd op de uitdrukking van zijn
ideeën omtrent mens en wereld. Er mag niet eens een mus van het dak vallen,
zonder dat het gevolg heeft. Naar analogie met het klassieke drama (eenheid van
plaats, tijd en handeling) noemt Hermans dit een klassieke roman. Hiernaar
gevraagd stelt hij nog: 'In
een roman beschouw ik de personages en de conflicten die tussen hen ontstaan als
het belangrijkste. Zoals een zakenbrief mag een roman maar één onderwerp
behandelen, één conflict en niet van alles en nog wat door elkaar. In de 18e
eeuw, de beginperiode van de roman, gaan de boeken uitsluitend over mensen. In
de 19e eeuw begint men ook te beschrijven: in de hoek van de kamer staat een
kast en voor het raam hangt een vogelkooitje enz. Dit zgn. realistische procédé
overwoekert in Nederland de romankunst op een ontzettende manier. Denk maar aan
Mensje van Keulen, Doeschka Meijsing of aan Carmiggelt.
'In een essay noemt u ook realistische roman een mythische roman en de
auteur ervan een magiër. Romanschrijven is in wezen het scheppen van een mythe. 'Dat
is ook zo! De werkelijkheid is zo overstelpend rijk dat geen menselijke brein
haar kan omvatten, laat staan beschrijven. Je maakt daaruit dus een keuze en die
wordt bepaald door een zekere voorkeur. Ik probeer wat ik uit de werkelijkheid
kies ondergeschikt te maken aan mijn bedoelingen, ik tracht dus, om een groot
woord te gebruiken, mijn levensvisie daarin vorm te geven.
'U schrijft dat ook de taal ontoereikend is om die overstelpende
werkelijkheid weer te geven. 'Dat
weerspiegelt zich inderdaad in de taal. Er is in de werkelijkheid erg veel dat
we niet kunnen beschrijven. De taal moet steeds aangevuld worden. Maar als
schrijver kun je daar niet bij blijven stilstaan, want in een roman bestaat de
werkelijkheid alleen in taal, in woorden en volzinnen.
'Toch blijkt de mens in uw romans vaak sterk aan de taal gebonden. Is in De
donkere kamer van Damokles het drama van Osewoudt immers niet dat hij
niet kan weergeven, kan 'vertalen' welke gebeurtenissen zich in het eerste deel
van de roman hebben voorgedaan? De taal geeft alleen maar aanleiding tot
misverstanden. 'Dat
lijkt me te ver gezocht. Het probleem van Osewoudt is niet dat hij iets moet
realiseren in de taal maar dat hij degene op wie hij zich voortdurend beroept
niet te voorschijn kan toveren. Hij beschrijft de gebeurtenissen zoals hij ze
heeft beleefd, anderen geven hun visie van de feiten en die twee corresponderen
niet. Dat is niet alleen een kwestie van gebondenheid aan de taal, maar ook van
waarneming en het beschikken over informatie. Als drie getuigen hun visie geven
van een auto-ongeluk, dan komen ze alle drie met een verschillend verhaaltje.
'U verwerpt ook de geldigheid van begrippen als goed en kwaad in de taal;
u treedt daarin de filosoof
Wittgenstein bij die zegt dat je in de taal alleen
feiten kunt meedelen. 'Als
ik zeg: 'Dit is de goede weg van Parijs naar Amsterdam', dan bedoel ik daarmee
doorgaans de weg die het minste oponthoud veroorzaakt. Dat is dus inderdaad een
feitelijke mededeling. Hetzelfde geldt voor 'Piet is een beter tennisspeler dan
Jan' (hij wint meestal), maar niet voor 'Piet is een beter mens dan Jan'. Waar
heb ik het dan over? Dat kan ik niet vertalen in een feitelijke mededeling, het
is een ethische uitspraak. Ethiek is van tijd, plaats, gemeenschap en van alles
en nog wat afhankelijk.
'Als ik het goed heb begrepen, dan zijn uw bezwaren tegen de ethiek
vooral terug te voeren tot het feit dat zij een reorganisatie in de weg staat
die eigenlijk via de weten schap verwezenlijkt zou kunnen worden. 'Daar
komt zij inderdaad heel vaak mee in conflict. Neem nu bijvoorbeeld de
Baader-Meinhof groep. Deze mensen - of ze het geloven of niet weet ik niet -
hebben zelf het gevoel dat wat ze doen verschrikkelijk ethisch is. Maar ze
bederven het leven van misschien miljoenen mensen. Een mooie technische
verworvenheid was dat je in een vliegtuig kon stappen om in een paar uur ergens
te komen. Onze voorouders zouden daar een half jaar over gedaan hebben. Maar dat
wordt nu grondig verpest omdat je bij het instappen vier uur moet wachten, je
zowat naakt moet uitkleden enz. enz. Zo rijdt de ethiek, een bepaald soort
ethiek, de technische en wetenschappelijke verworvenheden in de wielen.
'In een gesprek met
Mulisch voor de Haagse Post (26-11-'69) stelde u dat
de beschaving bepaald wordt door de mate waarin technologie en wetenschap
voortschrijden. Gaat dit dan niet ten koste van de mens die, zoals u in Het
sadistisch universum I schrijft,
van de dingen om zich heen even weinig begrijpt als 'de papoea van de
bloedsomloop of van het zonnestelsel'. 'De
meeste mensen beseffen dit helemaal niet, niemand eigenlijk. U zet een
apparaatje aan, maar u heeft er geen idee van hoe het precies werkt, hoe het
gemaakt is of van welke grondstoffen. We zijn echter gewend het te gebruiken, we
kennen de gebruiksaanwijzing. Maar eigenlijk is het heel benauwend! In feite
bestond het probleem ook voor de primitieve mens. Die stopte een aardappel in de
grond en een half jaar later zaten er 20 aardappels in de grond. Hoe dat in zijn
werk ging, wist hij ook niet. Hij had alleen maar van zijn vader gehoord dat hij
zo moest handelen.
'En toch is dat net het conflict dat in een aantal van uw romans aan de
orde komt: mensen die zich via de wetenschap proberen waar te maken. Zo ook wat
de hoofdpersoon in uw verhaal Hundertwasser
opmerkt: 'Ik wilde groot worden op eigen
kracht, ik wilde iets opbouwen uit niets'. Maar is het in uw visie niet
onmogelijk iets nieuws te doen, iets nieuws te vinden? 'Voor
de meeste mensen is dat natuurlijk onmogelijk. Toch heb ik de indruk dat heel
veel mensen dat willen en dat slechts een enkeling iets bereikt dat erop lijkt.
Als een professor inderdaad iets vindt, zoals Dingelam in
Onder
professoren, is dat één op de 10.000-en professoren. Bovendien komt hij
tot het besef dat de erkenning ervan twintig jaar te laat komt. Tegenover zijn
vriend zet hij uiteen hoe hij in feite zijn ontdekking had gedaan: in een flits,
gewoon het tegenovergestelde doen van wat zijn voorgangers hadden gedaan. Hij
ondergaat het eigenlijk als een gelukkig toeval. Die vinding is te weinig om
zijn hele leven te vullen. 'Ook Alfred Issendorf in Nooit meer slapen gaat op zoek naar iets écht nieuws, i.c. meteorieten, dingen die van buiten de aarde komen. Het is ook in Nooit meer slapen dat die uitspraak voorkomt: 'Der Mensch ist der ewig Betrogene des Universums'. Het
zijn natuurlijk ook verschrikkelijk ergerlijke dingen. Om een voorbeeld uit mijn
eigen leven te noemen: in 1940 kreeg ik een tuberculeuze pleuritis, een
longziekte. Ik moest toen drie maanden in bed gaan liggen, terwijl je er
tegenwoordig in vier dagen met drie inspuitingen penicilline mee klaar bent. En
zo is het met al die kleine dingen, denk maar eens aan de kindersterfte in de
vorige eeuw.
'U ironiseert ook vaak de wetenschap. Ik noem slechts Onder
professoren en figuren als Nummedal en Sibbelee in Nooit
meer slapen. 'Die
professoren zijn in het dagelijkse leven ook gespitst op kleinigheden als
baantjesverdeling, salarisjes enz. De échte Nobelprijswinnaar in
Groningen was
professor Zernike, in 1953 geloof ik. Hij was eens op bezoek in Parijs, in het
Nederlands Instituut hier, dat een grote collectie etsen van Rembrandt bevat.
Men was zeer vereerd dat de grote Nobelprijswinnaar die etsen kwam bekijken en
toen Zernike ze gezien had, zei hij: Nou ja, het is altijd erg aardig als iemand
een hobby heeft, ik ken iemand die verzamelt wekkers.' Dat was het commentaar
van een Nobelprijswinnaar op Rembrandt!
'Wat de zoekers in uw romans meestal wel vinden is een inzicht in hun
eigen situatie, een besef van hun gebondenheid, hun onvrijheid, hun mislukking. 'Ook
die gebondenheid is natuurlijk betrekkelijk. Je kunt zeggen dat iemand die
geweldig mooi is, gedetermineerd is om filmster te worden. Maar er zijn ook hele
lelijke. Die kunnen ook slagen. Wat Alfred Issendorf uit Nooit
meer slapen steeds van zijn moeder over zijn vader heeft gehoord, dat kon
hij wel of niet accepteren. Hij komt tot het besef dat hij het beter niet had
kunnen accepteren, achteraf denkt hij: 'Was ik nou maar fluitist geworden'. En
Arthur Muttah uit
De tranen der acacia's
is geobsedeerd door het verhaal dat hij van Napoleon zou afstammen. Hij
denkt dat hem dat verplichtingen oplegt, maar hij had er net zo goed zijn
schouders over kunnen ophalen. Er lopen honderden nakomelingen van Napoleon
rond.
'Toch gaat Alfred Issendorf zich weer onmiddellijk zorgen maken om de
luchtfoto's als hij van de Vuorje is afgedaald. Op de top van die berg had hij
nochtans de volstrekte nietigheid van de mens en zijn wereld gepeild. 'Dat
is nu juist de kwestie! Met dat soort verhalen kun je natuurlijk niet
thuiskomen. Hij is student, hij moet bij zijn professor terugkomen met een
resultaat. Hij kan toch niet tegen hem zeggen: 'Professor, ik ben boven op een
berg geklommen en er was overal mist en ik ben tot het inzicht gekomen dat het
hele leven mist is, dus gegroet!' Dat kan nou eenmaal niet! Dat is juist het
tragische van het menszijn. Het is van oudsher de kern van het tragische
geweest, ook bij de Grieken al. Iemand kan niet twee keer leven. De mensen van
de Baader-Meinhof groep hebben misschien ook al in de gaten dat ze fout zijn,
maar wat moeten ze dan? Als ze toegeven dat het allemaal verkeerd is, dan is het
enige wat ze kunnen doen in de gevangenis gaan zitten. Er is geen weg terug.
'In Het
sadistische universum I
noemt u de mens een wezen dat verdoofd moet worden en verblind, als zijn ogen
werkelijk opengaan, ziet hij geen reden meer om te leven. Is dat het conflict
dat aan de meeste van uw werken ten grondslag ligt? 'Misschien
wel. Maar de mens heeft ook een soort ingebouwde vitaliteit die zelfs door
inzichten niet wordt aangetast. Ik geloof echt dat de mensen die zelf een eind
aan hun leven maken, op een bepaalde manier ziek zijn.
'De
fotografie speelt in uw werk een erg belangrijke rol bij het
bewustzijnsproces van de mens.
Foto's leveren het onomstotelijke bewijs dat het
beeld dat men van zichzelf heeft, nauwelijks klopt met de realiteit. 'Toen
de fotografie pas was uitgevonden, dachten sommige mensen dat zij de teken- en
schilderkunst totaal zou vervangen. Zij schiep de mogelijkheid iets te maken dat
vóór die tijd alleen subjectief kon worden vastgelegd. Dat is inderdaad iets
om erg lang over na te denken. Stel je voor dat een dergelijke uitvinding gedaan
wordt die de literatuur vervangt. Volgens mij kan dat niet, maar toch... De
zekerheid die een foto biedt als weergave van de werkelijkheid, kan een
literator nooit bereiken. Nooit! En daarbij komt inderdaad het feit dat je de
realiteit, zoals die is vastgelegd op een foto, nauwelijks kunt herkennen. Het
is zoals het horen van je eigen stem op een bandrecorder, die klinkt van
binnenuit ook heel anders. In hoeverre heeft de mens de manier waarop hij zich
presenteert dan nog in de hand als een ander steeds een stem hoort die je niet
eens als je eigen stem herkent? Zo is het ook met een foto: 'Zie ik er zó uit!
Hoe is het mogelijk?' Zo kan het gebeuren dat de mens zich op een bepaalde
manier wil presenteren aan de anderen, maar dat hij heel anders overkomt.
'Uw laatste boek heet
Bijzondere
tekens en gaat over 'de genese van de schrijfmachine'. U heeft zelf ook
een rijke collectie van die apparaten. Wat boeit u zo bijzonder in
schrijfmachines? 'Dat
heeft een historische achtergrond. Vanaf mijn eerste grotere boek,
Conserve,
heb ik alles direkt op de schrijfmachine getikt. In 1965, na zo'n 22 jaar mijn
eerste machine te hebben gebruikt, heb ik via een kennis die daar korting op kon
krijgen - belangrijk! - een Erica schrijfmachine gekocht. Een goed geconstrueerde
machine, maar gemaakt in Oost-Duitsland, door die communisten die toch voor hun
werk geen geld krijgen en die maar wat aanknoeien dus... Na één dag ging hij
kapot! Een kleinigheid, maar ik had toen helemaal geen verstand van
schrijfmachines. Ik zat net midden in een verhaal. Het was ontzettend vervelend,
dat kan ik u verzekeren. Later ging ik een maandje naar een boerderijtje op
Terschelling en weer die machine mee. Ik schreef toen - en nu nog - veel 's
nachts en na een paar dagen, om een uur of twee in de morgen, deed hij het weer
niet. Toen ben ik geweldig razend geworden! Ik heb die machine door de kamer
geschopt, helemaal in elkaar getrapt. De volgende dag ben ik mijn oude machine
gaan ophalen: met de fiets naar West-Terschelling en dan op de boot naar
Harlingen en verder met de trein naar Groningen. Dat
mocht mij niet weer gebeuren! Als je twee schrijfmachines hebt, kan zoiets je
niet overkomen. Een paar weken later heb ik voor een paar tientjes in de
Raadhuisstraat een oude Engelse machine gekocht. Een prachtig apparaat was dat,
precies het Olympisch Stadion. Ik vond het zo mooi dat ik ben begonnen oude
schrijfmachines te kopen. Ten slotte was het ook mijn werktuig, wat een hamer is
voor een timmerman, dat is een schrijfmachine voor mij. Toen
ben ik ze ook uit elkaar gaan halen om te onderzoeken hoe ze in elkaar zaten. Er
zijn interessante verschillen tussen de machines. Ik ben er ook in geslaagd
literatuur erover op de kop te tikken.
'Het is dus mede gegroeid door uw belangstelling voor de techniek. 'Ja,
en ik heb ook gemerkt dat er nog andere schrijfmachineverzamelaars waren. Nou
ja, van het een komt het ander.
'U tikt dus altijd meteen op de schrijfmachine. Dat klinkt of al wat u
schrijft meteen goed is. 'Nou,
meteen goed... Wel is het helaas zo dat ik moeilijk kan beginnen te schrijven,
waardoor ik er eerst een hele dag over loop te tobben. Ik kan moeilijk iets
totaal weggooien, wel er veranderingen in aan brengen, het nog een keer
overtikken. Maar je hebt ook verhalen over auteurs die een boek maken, het
verscheuren en dan helemaal opnieuw beginnen. Dat kan ik niet! Ik kan wel iets
veranderen dat ik eenmaal gemaakt heb, maar het helemaal weggooien, nee.
'Opvallend is ook dat u in uw uitgegeven boeken nog veranderingen
aanbrengt. Vaak zie je de vermelding 'Gewijzigde herdruk'. Het streven naar
perfectie? 'Ja,
ik vind het ontzettend als er in de gedrukte versie iets voorkomt waar ik
naderhand niet meer achter sta. Toen ik begon te schrijven in de veertiger
jaren, jong en zorgeloos, vond ik het al gauw welletjes. En voor de oorlog had
je het tijdschrift Forum dat steeds de mond vol had over natuurlijk schrijven.
Je moest niet mooi, maar natuurlijk schrijven. Grote onzin, want natuurlijk
schrijven is even moeilijk als mooi schrijven op de manier van Couperus. Als
iemand maar zijn gang gaat en niet overleest wat hij schrijft, dan wordt het
heel slecht. Het doet zelfs niet natuurlijk aan.
'Houdt u bij die wijzigingen ook rekening met wat in de kritieken over
een bepaald werk wordt gezegd? 'Als
een criticus iets opmerkt waarvan ik erken dat het fout is, dan hecht ik eraan
het te verbeteren. Ik verander ook wel eens als ik in een kritiek merk dat een
bepaalde passage klaarblijkelijk niet begrepen wordt op de manier die ik heb
bedoeld.
'De fout kan uiteraard ook bij de criticus liggen. 'Ja, maar ik vind wel dat ik toch altijd zó moet schrijven dat iedereen het begrijpt zoals ik het bedoel. Zelfs de grootste stommeling of de kwaadaardigste uitlegger mag niet de mogelijkheid hebben er een verkeerde uitleg aan te geven. Er zijn natuurlijk altijd mensen die kwaad willen, maar daarvan blijkt dan wel dat ze blunderen.
Met dank aan de heer Ph. Mechanicus, die toestemming gaf zijn foto's te herpubliceren.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< > 1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |