|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
Ischa Meijer 'Ik hoef niet meer zo nodig hard van me af te trappen' Het Parool, 7 februari 1970 Het
gesprek met Willem Frederik Hermans (48) zou, volgens afspraak, over
toneel
gaan. Dat het interview steeds weer afzwenkte van het oorspronkelijk geplande
onderwerp, is begrijpelijk. Niet voor niets schreef Hermans in een vrij
uitgebreide introductie tot zijn toneelspel
De psychologische test, dat
maandag op de tv te zien was: "Toneelstukken of romans schrijven zonder
allesomvattende problemen aan te snijden, is nu eenmaal niet mogelijk." Hij
stelt zijn dramatisch oeuvre op één lijn met zijn overige scheppende arbeid.
Anderen doen dat niet. Hermans ziet hierin een duidelijke negatie van een vitaal
stuk schrijverschap:
Ik heb me wel steeds bezig gehouden met toneelschrijven, maar wel met een steeds
meer dalend enthousiasme. Je kunt nog beter een ski-school in tropisch Afrika
beginnen dan in dit land toneelstukken gaan schrijven. Bij
de vaderlandse toneelgezelschappen schijnt men geen trek te hebben in Hermans'
werk, bij de televisie ook niet zo erg. Tussen
1950 en 1958 hield hij zich intensief bezig met theater, schreef drie stukken
die onder de titel
Drie drama's gepubliceerd werden, werkte aan een
vierde stuk dat nooit afkwam. Daarna
(omstreeks 1960) schreef hij zijn filmscenario De woeste wandeling, ook
eventueel bruikbaar als televisiespel. Hermans:
De belangstelling was weer nul, niks. Vorig
jaar tenslotte, leverde hij op bestelling van de stad Amsterdam zijn spel
King
Kong af, het mocht de goedkeuring van de jury wegdragen, er gebeurde verder
niets mee. Ook niet toen de NOS het kocht. Sterker: Hermans hoorde er tot op de
dag van vandaag niets meer van. De
ruime werkkamer in het grote huis in Haren (Groningen), uitzicht op een
halfbesneeuwde tuin, geen geluid. Willem Frederik Hermans: een ietwat verlegen
gentleman, zo te zien, vormelijk op een prettige manier. Wat direct opvalt is de
grote
rode elektrische
IBM-tikmachine. Hermans vertelt de geïnteresseerde
bezoeker op geamuseerde toon (vermakelijk-ironisch) over de technische
eigenaardigheden van het apparaat ('vervalsing' met 'vreemde' onderdelen
absoluut uitgesloten, zelfs reparatie alleen mogelijk door louter van de
fabrikant zelf gezondenen, vanuit kapitalistisch oogpunt bezien terecht, maar
wel onhandig). Toont daarna trots zijn uitgebreide
verzameling tikmachines
(merendeels antiek, ongeveer dertig in totaal), uitgestald op een brede
vensterbank langs een overloop midden in het huis. We
drinken pils. Het woord toneel valt, de schijnbare onmogelijkheid een
vaderlandse toneelproductie van de moerassige grond te lichten. Hermans trekt
meteen met een breek-me-de-bek-niet-open-gezicht een parallel tussen dit idiote
verschijnsel en de onmogelijkheid van Nederlandse auteurs om hun boeken in het
buitenland te slijten. Praat op zachte toon, afgepaste zinnen, blijft ook onder
de meest ironische of sarcastische passages beminnelijk kijken, bijna argeloos,
kwetsbaar eigenlijk.
Waarom bent u indertijd toneel gaan schrijven? Omdat
het theater in die tijd m'n belangstelling had. Dat heeft 't nu nog, maar
langzamerhand word je moe van alle tegenslagen, beperkingen, gebrek aan
belangstelling. Niet alleen op het gebied van toneelschrijven. Ik vind dat
verschrikkelijk frustrerend voor Nederlandse schrijvers... Wat kan ik nou nog
hier: een dichtbundeltje schrijven, een romannetje, af en toe een stukje in de Haagse
Post en daarmee is m'n arbeidsveld wel zo'n beetje bekeken. Terwijl een
toneelstuk schrijven... gesteld dat er in Nederland gezelschappen, regisseurs
waren met wie ik me verwant voelde... die om mijn dramatische arbeid zaten te
springen, die bestaan niet.
Is er toendertijd ook geen belangstelling aan uw stukken geschonken? Maar
nee, helemaal niet. Het eerste stuk is tijdens de boekenweek in 1953
opgevoerd door amateurs. Het tweede is nooit opgevoerd (ik stuurde het op voor
een of andere prijsvraag, kreeg er driehonderd gulden voor, of zo, en daarmee
was de zaak wel bekeken; niemand heeft het willen opvoeren en ik ga er toch heus
niet mee leuren). Het derde, De psychologische test is in 1969 gespeeld
door de toenmalige experimentele groep van het Nieuw Rotterdams Toneel en werd
toen in de kranten, merkwaardig genoeg, gunstig besproken. Ze hebben het geloof
ik twee keer opgevoerd. De acteurs hadden toen weer andere dingen te doen of zo,
en die acteurs namen het stuk trouwens niet zo au sérieux, geloof ik. Ook was
het in die tijd een soort publiek geheim dat de spelers die in zo'n
experimentele groep zaten, eigenlijk niet goed genoeg bevonden waren om in
grotere producties mee te doen maar toch af en toe wat te doen moesten hebben.
Nou, dan waren ze goed genoeg om van een totaal onbekend schrijver, haha, ook es
een stukkie te spelen... Dat stuk heb ik geschreven in een tijd dat Van Iersel
opkwam als de grote promotor van het moderne experimentele toneel. Een kennis
ried me aan een stuk te schrijven, speciaal voor Van Iersel, die enige toen die
Beckett of Ionesco aandurfde... En let nou goed op - de meeste mensen maken
zoveel fouten... omdat ik nu dat stuk King Kong tegen voor Nederlandse
begrippen forse honoraria heb geschreven... Vijfduizend
gulden van de stad Amsterdam plus nog es twee mille van de NOS, zoveel is 't nou
ook weer niet voor eerlijke arbeid, maar 't is wel een hoop geld voor arbeid
waar niets mee gedaan wordt... Maar dat stuk De psychologische test heb
ik helemaal op eigen risico gemaakt, voor noppes. Nu
praten ze maar steeds weer over dat bedrag voor King Kong, krijg ik
laster te horen van meneer Rengelink... Goed
laten we terugkeren tot de feiten: ik had dat stuk De psychologische test
dus gemaakt voor Van Iersel. Ik had het opgestuurd, hoorde er natuurlijk weer
niets van, belde op en hoorde van Van Iersel dat-ie het een geweldig stuk!
vond. Ik vroeg: 'Gaat u 't dan opvoeren?' Nou,
ik moest dan maar es komen praten. Ik kwam praten met Van Iersel. Weer: een
geweldig stuk! Maar weet je, een beetje te kort. En als je een stuk
opvoerde, moest 't altijd zo lang wezen dat je er een pauze in kon lassen, want
in die pauze moest de koffiejuffrouw koffie kunnen verkopen, en als het stuk
niet zo lang was dat er in de pauze... Nou ja, wat ik wil zeggen is dit: het
gesprek tussen auteur en regisseur ging over koffie, koffiejuffrouw, pauze
koffieverkoop in de pauze. Niet over toneel, niet over de merites
van mijn stuk. Dat is verlammend, dat kunt u zich wel voorstellen... Ik weet ook
niet wat je er verder aan moet doen... Als je op deze mensen indruk wilt maken,
dan moet je imiteren. En dat is iets waar ik me altijd met hand en tand
tegen verzet heb. Ze imiteren hier ook altijd alles uit het buitenland. Je moet
Tennessee Williams en Faulkner hebben gelezen om dan voor de dag te kunnen komen
met een toneelspel als Suiker (stuk van Hugo Claus). Dat is dan modern,
dat pikken ze.
U verwijt Claus dus hier epigonisme? Jaja.
U heeft 't nu over Claus. Diens laatste stuk Vrijdag wordt over
het algemeen als "volksstuk" betiteld. Een associatie: u noemde uw
tweede stuk, Dutch Comfort, dat nooit opgevoerd
werd, "een proeve tot volkstoneel". Wat
is volkstoneel? Dat is natuurlijk een rekbaar begrip. Je zou dit kunnen zeggen:
de personages in Dutch Comfort hebben geen mythische grootte...
Zoals in De psychologische test... Precies,
nou, dan heeft u het toch al begrepen.
Nou, in de figuur van Thera (hoofdpersoon in Dutch Comfort) zie ik
zeer zeker een 'mythische figuur'. Als je ziet hoe die vrouw door het Noodlot
dramatisch bepaald wordt... Jaja,
maar waarom zou het Noodlot het volkstoneel sparen?
Maar Thera blijkt daardoor wel een bepaalde mythische grootte te
vertegenwoordigen. U spreekt u zelf tegen, er klopt iets niet. Beste
meneer, dat stuk is twintig jaar geleden geschreven. Als u me dat nou twintig
jaar geleden gevraagd had, dan had ik dat misschien helemaal exact kunnen
beantwoorden. Ik zal u een ding vertellen: u vraagt me nou wat over dat spel,
dit is de eerste keer in twintig jaar dat dat stuk bestaat, dat iemand me ernaar
vraagt. Ik waardeer dat ontzettend, dat iemand mij überhaupt es iets vraagt.
Niemand in dit land vraagt je ooit iets...
Van de drie stukken, gepubliceerd onder de titel Drie drama's,
heeft eigenlijk maar een het tot een normale, conventionele opvoering gebracht: De
psychologische test - wat voor
soort emoties bracht de opvoering ervan bij u teweeg? Niet
zulke vrolijke... Wat me vooral erg droevig maakte was dat bijna alle
Nederlandse acteurs die 'toneelschooltoon' hebben, dat alles er te zwaar en te
langzaam uitkomt.
Een kwestie van gêne, dacht ik, schaamte voor eigen emoties... Ach,
of 't nou gêne is, of gewoon domme routine... Het is zoiets verbazingwekkends,
de manier waarop in Nederland geacteerd wordt. Alles doen ze alsof 't de Gysbreght
was - alles. En zelfs de Gysbreght zou nog om aan te zien zijn als
ze 't deden alsof 't de Gysbreght niet was. Een paar jaar geleden werd
Kees Brusse ontdekt als de grootmeester van de under-acting. Met diezelfde
under-acting verkoopt-ie nou Persil voor de televisie. Je begrijpt 't gewoon
niet! Of die mensen nou gek zijn, of ze van financiële zorg niet weten wat
ze doen...
U keert zich in een recent twistgesprek met Harry Mulisch (Haagse Post)
nogal heftig tegen gesubsidieerde acteurs die voor de STER-reclame werken,
schnabbelen. ...
De waanzinnige manier waarop in Nederland die zaken geregeld zijn... Als ik 't
nu voor het zeggen had, zou ik zeggen: goed, het Nederlandse toneel kan
blijkbaar niet zonder subsidie, dus komt er subsidie. Die mensen moeten dan een
zo groot salaris krijgen dat ze niet met de pet hoeven rond te gaan. Maar daar
zou dan absoluut aan verbonden moeten zijn dat ze geen zeeppoeder staan te
verkopen of zoiets dergelijks. Ten tweede zouden er voornamelijk Nederlandse
stukken gespeeld moeten worden. Het is toch te gek dat de Nederlandse staat nu
buitenlandse auteurs subsidieert, want die krijgen toch een behoorlijke som
gelds wanneer hun stukken hier worden opgevoerd, niet? Als zo'n Aktiegroep
Tomaat daar nou es tegen fulmineerde. Maar nee, hoor: al die revolutionaire
bewegingen, of 't nou Tomaat is of de studenten, die halen hun inspiratie ook
eerst uit buitenlandse boekjes en volgens die patronen gaan ze dan optreden. Ik
heb niet het idee dat de opstandelingen zich werkelijk voor iets interesseren.
Ze willen alleen maar herrieschoppen. Ze willen 'discussie' in het theater
brengen.
Maar waarom, in godsnaam??? U
maakt zo'n gedesillusioneerde indruk op me. Waarom? U hebt
toch een vermaarde naam in dit land. Ja.
Tja. Dat zegt u nou. Ik merk d'r zelf weinig van als 't op resultaten
aankomt. Ik heb meestal 't gevoel dat ik helemaal niemand ben. En dat is geen
valse bescheidenheid. Het is een ontmoedigingsproces waar ik dagelijks mee
knokken moet.
U hoeft, bijvoorbeeld, toch niet te leuren met manuscripten... De
laatste jaren niet meer zo. Dat zou d'r dan nog bij moeten komen, dat ik
hier thuis een onuitgegeven werk van dertig jaar zou hebben liggen. Maar
tot ik bij De Bezige Bij kwam, werden mijn boeken bij
Van Oorschot altijd
uitgegeven zoals ik 't per se niet wilde. Daar heeft Van Oorschot zich nooit en
te nimmer iets van aangetrokken,
dat is toch om stapelgek van te worden. Nu wordt Van Oorschot als een held
beschouwd omdat-ie het werk van Russische auteurs uitgeeft die in eigen land
niet kunnen publiceren. Dat hij mijn boeken nog steeds publiceert in een
vorm die mij niet bevalt, daar lees je niks van in de krant... Van
Hermans zullen ze nu dan wel zeggen: dat is een fascist, een querulant, hè, zo
is dat. Dat ontmoedigingsproces, zoals u 't noemde, lijkt wel een slijtageslag op uw creatief vermogen. Daarom zult u nu wel minder toneel schrijven dan vroeger, maar u schrijft nog wel romans, toch? Tja,
je moet toch wat hebben. Als ik morgen naar
Geert Lubberhuizen (directeur
Bezige Bij) ga met een manuscript, schenkt-ie me alle mogelijke lekkere flessen
sherry, het boek ligt meteen bij de zetter. Maar waarom, in godsnaam, zou ik nog
toneel schrijven als niemand zich er iets van aantrekt. Dan zou ik toch wel
stapelgek zijn. Alles moet geïmiteerd worden, 'absurd' zijn, nagemaakt wezen
van Ionesco, gebaseerd op Tennessee Williams. Als Van Iersel Beckett brengt
denkt-ie dat-ie een hele grote jongen is, omdat-ie internationaal repertoire
brengt. Maar wie weet nou in Frankrijk wie meneer Van Iersel is? Als
je in Nederland met iets nieuws voor de dag komt, dat niet op buitenlandse
voorbeelden lijkt, dan zeggen ze: je hebt niet in de gaten hoe 't moet... Met King
Kong is 't ook weer hetzelfde. Misschien zit hier over twintig jaar ook weer
iemand die zegt: hee, dat King Kong van twintig jaar geleden, wat is daar
toch in godsnaam mee gebeurd...? Dat zoiets kan, dat dat kan. in
Nederland.. Nou,
't kan hier! U bent panisch voor imitatie. Straks noemde u Hugo Claus als epigonist... Ik
beschouw Claus als een modekunstenaar. Niet als een interessante man die iets te
zeggen heeft. Hij is als achttienjarig jongetje begonnen met een
imitatie-Faulkner (de roman De Metsiers) te schrijven. In die tijd heeft
Claus gezegd dat-ie alles voor geld deed.
Ik vond Vrijdag anders geweldig, u moet 't beslist gaan zien. Ja,
zal ik doen. Maar ik geloof wel, haha, dat 't ook een proeve van volkstoneel is,
hè? Ik werd voor een voorpremière of zo van dat stuk uitgenodigd. In
de uitnodiging stond dat het 'om een klassiek dramatisch gegeven' ging. Nou, wat
was dat klassieke dramatische gegeven dan wel? Een man moet de bak in omdat-ie
z'n dochtertje van zeventien of achttien genaaid heeft; z'n vrouw heeft
inmiddels ook niet stilgezeten en krijgt een kind van de jongere buurman. Maar
dat is geen dramatisch gegeven, dat is een komisch gegeven.
Dat kan wel dramatisch uitpakken. Trouwens, op een geheel ander niveau,
kun je het gegeven in uw stuk Dutch comfort ook wel 'komisch' noemen: hoe
je 't ook bekijkt, om welke figuur het is
dat stuk ook gaat, constant wordt de bedrieger bedrogen... Ik
heb 't ook niet geafficheerd als een klassiek dramatisch gegeven. Ik ben een
voorstander van tragikomisch en melodramatisch.
Toen u die stukken schreef moet u een ideaalbeeld voor ogen hebben
gestaan. Een toneelschrijver 'ziet' meestal tijdens het schrijver precies wat er
gebeurt. Zou u wel uw eigen stukken
willen regisseren? Dat
zou ik niet kunnen omdat ik de miserabele eigenschap bezit dat mensen nooit doen
wat ik wil. Nooit. Hoe vriendelijk ik ze 't ook vraag. Ze doen 't
gewoon niet. Dat zal wel met mijn psychologische set-up te maken hebben. Ik
heb geleerd mij verre te houden van welke situatie dan ook, waarin ik bevelen
zou moeten geven. Op welk gebied dan ook.
Welke stukken vond u mooi in de tijd dat u zelf intensief met
toneelschrijven bezig hield? Ik
herinner me dat ik De dood van een handelsreiziger (Arthur Miller)
geweldig vond. De eerste stukken van Ionesco, het spel met de taal, het isoleren
van taal, dat vond ik geweldig. Het geweldige van toneelschrijven vind ik ook
dat je alles met een bepaald taalprocédé moet doen: de dialoog. Daarmee moet
je 't afkunnen - alleen door de dialoog kun je de handeling zich laten afspelen.
In een roman kun je de dialoog nog wel er es 'verdoezelen', comprimeren in een
beschrijvend resumé. Met toneel kan dat niet, dat is een uitdaging.
King Kong heeft als onderwerp een niet opgehelderde
oorlogssituatie (was King Kong de man die de aanval op Arnhem verried?), te
vergelijken, qua onderwerp, qua sfeer, misschien
met De donkere kamer, met het boek van
Weinreb. Wat vindt u van
het boek van Weinreb; wat vind u van het plan om er een documentair toneelspel
(Nieuw Rotterdams Toneel) van te maken? Kijk
es, eerst wil ik 't wel even over het boek van Weinreb hebben. Een oordeel over
de zaak Weinreb heb ik niet zo, wel vind ik een ding vreemd... ik heb zo m'n
bezwaren... Kijk, die drie delen zijn in feite voortgekomen uit de pagina's uit Ondergang
waarin Presser voor rechtsherstel van Weinreb pleit, waarbij hij aantekent
alle documenten van de zaak te hebben gelezen.
Welnu, Presser noemt Weinreb steeds 'Friedrich' terwijl die man nooit
en te nimmer zo heeft geheten, of zich zo heeft genoemd, wel Fryderyk, Frits of
Freek maar nooit Friedrich (d.w.z. niet in Nederland. WFH). Voorts
vermeldt Presser, dat Weinreb zes kinderen zou hebben gehad, ook dat is onjuist.
Het lijken details, maar voor iemand die voorgeeft alle documenten te hebben,
gelezen, toch wel dubieus... vind ik... Ik heb alle drie delen gelezen, het
eerste snel, de andere twee met moeite, maar ik heb ze gelezen, gewoon omdat ik wist
dat de recensenten op het moment dat de recensies verschenen die boeken nooit
gelezen konden hebben... Maar ja, dat is zo de gewoonte in dit land, dat
critici de boeken niet lezen die ze in de krant bespreken... Dat is de gewoonte,
zo gaat het, wist u dat niet? Het succes van het boek... misschien dat men
onbewust de stijl van De donkere kamer een beetje nagevolgd heeft omdat
het onderwerp zich er zo uitermate voor leende, ik weet 't niet. Maar nu, dat toneelstuk
van de zaak Weinreb, dat vind ik gewoon, gezien King Kong, imitatie;
misschien dat Weinreb nu een beetje beter ligt dan King Kong... ik weet 't niet.
Maar in ieder geval, ik ben er niet blij mee, met zoiets. het ergert mij, ja. Een toneelschrijver als Pinter moet u toch aanspreken... Ja,
indertijd. De huisbewaarder, vond ik geweldig. Nu wordt 't al weer
vervelend. Gek, toen ik 't voor het eerst zag, dacht ik: een gedramatiseerde Van
het Reve, ik dacht: die dialogen had Van het Reve moeten schrijven.
Van het Reve heeft The caretaker ook grandioos vertaald. Het
zielige is dat het omgekeerd had moeten wezen.
Imitatie, haha, maar dan nu in het buitenland. Omgekeerde
zaak! Ja,
u lacht nou, maar 't schijnt nog er wel es voor te komen. Een boek als The
spy who came in from the cold lijkt ontzettend op De donkere kamer. Le
Carré heeft toegegeven dat hij mijn boek kende en zeer bewonderde, toen hij
zijn eigen boek aan het schrijven was. Van The spy zijn over de twee
miljoen exemplaren verkocht... En zulke dingen komen heus meer voor, denk ik.
Het zijn dingen die aan Nederlandse auteurs vreten, die ons voor de tijd doen
verslijten, cynisch maken... Het
succes-hebben als schrijver is even willekeurig als het niet-succes-hebben... God,
ik heb een hekel aan mensen die zich afficheren als miskend, of, nog erger, als
miskend genie. Maar ga es na: toen ik
Mandarijnen op zwavelzuur
schreef
durfde geen uitgever eraan. Acht jaar later heb ik 't op eigen kosten laten
uitgeven. Nu wil Thomas Rap zelfs weer een nieuwe druk maken, maar eigenlijk
heeft het boek geen zin meer. De meeste schrijvers die ik er in aanviel zijn
dood, dus kan het boek nooit meer op de echte merites geschat worden. Dat had
wel gekund als het meteen na het schrijven ervan was gepubliceerd. Zoiets maakt
je down. En nu dan weer die toneelstukken. Ik heb er tot nu toe nooit langer dan
vijf minuten over gepraat.
Heeft u zich ooit met een figuur in uw toneelstukken of romans helemaal
geïdentificeerd? Die
vraag kun je eigenlijk niet stellen. Niemand weet wie Shakespeare was, dus weet
je ook niet of Shakespeare zichzelf ooit op de planken heeft gezet.
Ja, maar Shakespeare leeft niet meer, u nog wel. Elke
schrijver identificeert zich met al z'n personages. Dat is niet alleen de basis
van het toneelschrijven maar van al het schrijven, dat je bepaalde figuren
schept die als het ware ontsproten zijn aan bepaalde stukjes van jezelf, toch.
Maar niemand weet precies wie hij zelf is en je kunt van jezelf wel twintig
personen maken. De schrijver doet het systematisch en rondt dat af.
Tot en met uw Fotobiografie bent u spaarzaam met autobiografische
gegevens, eigenlijk. Tja,
en d'r zijn mensen die vinden dat ik 'verhullender dan ooit zou zijn geweest' in
de Fotobiografie, terwijl elke biografische notitie erin naar beste weten
eerlijk is... Ik vind niet dat ik zo'n interessant leven achter de rug heb. Als
je je
autobiografie schrijft moet die volledig zijn... en dat kan niet...
Dat is eigenlijk misschien wel een van de essentieelste elementen van het
schrijven. De autobiografie moet volledig zijn, de roman niet, die moet naar een
'knooppunt' toe. In
mijn nieuwe roman - Herinneringen van een engelbewaarder - komt een
figuur voor, die een theorie heeft dat ons leven door God geschreven wordt.
Ieder leven. Na je dood zou je dan dat boek te lezen krijgen in een hiernamaals.
In dat boek, daar staat werkelijk alles, alles en alles in. De eeuwigheid is
niet genoeg om het uit te lezen. Een vormeloze brij is 't, een berg van
sentimenten, feiten, emoties, leugens, zoveel, zo vormloos, dat we onszelf er
niet meer in kunnen herkennen. We kunnen alleen maar hier, nu een selectie
maken. Iedereen bouwt aan zijn eigen (fictieve) persoonlijkheid... Ook in het
schrijven.
U wordt almaar droeviger. In een stuk in de Haagse Post stelt u
dat de melancholicus eigenlijk de enige is die het
leven goed ziet, dat de melancholicus juist door de psychiater voor gek
verklaard wordt. U stelt zich steeds kwetsbaarder op, dan word je automatisch
meer aangevallen. Dat
is ook de enige manier om iets van betekenis te schrijven. Anders moet je je
conformeren aan de maatschappelijke gemeenplaatsen, de nooduitgangen, de slagen
om de arm. Dan word je een banaal schrijver. Als je dat doet.
Als u door een stuk gegrepen wordt, zoudt u dan kunnen huilen? Dat
zou wel kunnen, ja. Maar ik huil eerder bij de televisie of de film.
Huilt u wel es tijdens het schrijven? Nee,
nee, dat zal de meeste mensen dan wel weer tegen me innemen, maar bij de meest
treurige, dramatische passages in mijn boeken heb ik alleen maar een gevoel van
triomf dat ik 't heb kunnen schrijven.
Waarom zou dat mensen tegen u in nemen? Ik
weet langzamerhand wel hoe de mensen reageren op die uitlatingen. De mensen zijn
leken, maar de meeste critici hebben er ook helemaal geen gevoel voor dat het
schrijven van een boek een technische prestatie is en willen niet dat
enige schrijver van z'n vreugde om technisch-kunnen blijk geeft.
Ziet u een overeenkomst tussen de schrijversactie en de Aktie Tomaat,
bijvoorbeeld? Nee, de schrijvers willen gewoon meer [poen, de tomatenjongens maken gewoon herrie op plaatsen waar dat niet te pas komt. Dat is toch de meest volstrekte waanzin om een acteur aan te kijken op dingen die-ie zegt in een bepaalde rol. Enorm geborneerd. Te geborneerd om over te praten. Daarmee ga je je op 't standpunt stellen dat bepaalde menselijke dingen iemand vreemd zouden zijn. Ik geloof dat acteurs of schrijvers alleen maar iets kunnen presteren wanneer ze willen toegeven dat niets menselijks hun vreemd is. Als je de mensen van Tomaat gelijk gaat geven, dan is dat net zoiets als wanneer je bepaalde mensen zou willen verbieden om flikkers op het toneel te spelen omdat je toevallig tegen homoseksualiteit bent. [Hij staart steeds meer, gezicht afgewend van de bezoeker, naar de tuin die donker wordt in de late namiddag, zegt:] Ik woon hier wel afgesloten van de wereld, ja. Soms is dat afschuwelijk, vooral wanneer ik neerslachtige buien heb. Vroeger, toen ik in Amsterdam woonde reageerde ik die melancholie dan af door even in de stad te gaan lopen, aan te wippen bij deze of gene. Dat kan hier niet, dat drukt dan wel. Aan de andere kant is het hier heerlijk stil, vooral 's nachts, om te kunnen werken. En ik heb een grote tuin. In de zomer loop ik dan even naar buiten en rook een sigaretje, da's geweldig... Ik ben nu 48, ik heb steeds meer het gevoel dat ik naar de 60 loop. U lacht daarom, toch is 't zo. Ik word gelatener, geloof ik. Ik hoef niet meer zo nodig hard van me af te trappen. Wat wil je, wat wil je? Die Mandarijnen, dat is een les voor me geweest. Toen trapte ik nog hard. Maar god, iedere generositeit is de mensen vreemd, vooral hun die zich publiekelijk uiten. Ze misgunnen 't me dat ik een stuk in Avenue schrijf. Waarom in godsnaam? Je begrijpt 't niet. Ach, op 't laatst wordt alles een kwestie van overleven. Strindberg, wat ze die man niet aangedaan hebben tijdens zijn leven. Boeken worden uitgegeven met drukfouten, met bladzijden eruit. Pestende uitgevers, treiterende critici. Toen Steinbeck op 't eind van zijn leven (hij was toen al kapot van de drank) de Nobelprijd kreeg en interviewers hem vroegen wat zijn plannen waren, zei-die: "Vraag de belastinginspecteur wat zijn plannen zijn." Haha! Successen na je dood geven geen soelaas. Misschien is zelfmoord nog wel de enige oplossing. Hoewel, de zelfmoordenaar zal nooit het genoegen van zijn daad kunnen smaken. Hij valt ten prooi aan de drogreden, dat zelfmoord een daad is, waar je met genoegen aan terug zou kunnen denken.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |