|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
N.R.C./Handelsblad 27 juli 1973 W.F.
Hermans: Als ik Den Uyl het woord leefbaarheid hoor uitspreken
De
schrijver Willem Frederik Hermans is tot nu toe, in 1973 uitsluitend in het
nieuws geweest om persoonlijke redenen. In januari van dit jaar weigert hij de
P.C. Hooftprijs, in maart kondigt hij aan met schrijven te stoppen, in juni
neemt hij per 1 september van dit jaar zijn ontslag als lector in de fysische
geografie aan de rijksuniversiteit in Groningen en vorige maand stond in de
krant dat hij van plan is in Parijs te gaan wonen. Het eerste
literaire
nieuws van deze auteur is half augustus te verwachten: dan verschijnt zijn
nieuwe roman Het evangelie O Dapper, Dapper. Onderstaande
weergave van het gesprek met
W.F. Hermans is geheel voor mijn verantwoording. Max
van Rooy. Deze
verklaring op papier, die ik normaliter stilzwijgend als vanzelfsprekend
beschouw, was de voorwaarde die W.F. Hermans stelde aan een gesprek met hem.
Vroeger wilde hij interviews met zichzelf altijd van te voren lezen. Maar omdat
Hermans op het gebied van publicaties een zorgvuldig man is (Zijn uitgever
Lubberhuizen: 'Hij is wel zeer precies, wil bijvoorbeeld nooit dat een eerste
druk al meteen gebonden verschijnt omdat daar meestal toch nog drukfouten
inzitten', H.P. 15-9-'71) bezorgde hem dat steeds een hoop werk, corrigeren,
herschrijven, schrappen. Hij doet het allemaal niet meer. Gesprekspartners
kunnen nu, na het interview te zijn begonnen met een verklaring als hierboven,
zijn uitspraken verminken en 'door elkaar hutselen' (Soma
10-11'70); ik heb
daarentegen getracht de essentie van zijn antwoorden zo getrouw mogelijk weer te
geven. En dat is dan de laatste verklaring die aan dit interview vooraf moest
gaan. Grauw
weer De
ondertitel van deze zomerserie Gesprekken in de open lucht gaat in dit
geval niet op. De aanduiding werd gekozen in een tijd dat men zich een wolk niet
meer kon voorstellen. Intussen is dat veranderd; toen ik afgelopen zondagmiddag
W.F. Hermans in het Groningse Haren bezocht, waren er zeer veel van die wolken.
Grauw weer en regen bij vlagen. Maar ik had niet de moed om de auteur - die de
naam heeft nukkig te zijn en scherp te reageren wanneer hem iets niet bevalt -
voor te stellen tóch maar, desnoods met jassen en paraplu's, buiten te gaan
zitten of een wandeling door Haren te maken. Want Haren is een zeer chique, dus
doodstil dorp met veel bomen: het Wassenaar van het Noorden. Het
huis van Dr. Hermans werd in 1931 gebouwd door twee leerlingen van H.P.
Berlage met de gevolgen van dien: baksteen, kleine vierkante ramen in de
voorgevel en een tot laag doorlopend rieten dak met ronde vormen. Een beetje
een geheimzinnig soort villa waarvan het Engelse karakter wordt versterkt
door een onberispelijk gazon. In de stille, statige laan parkeer ik de auto vóór
de garage van de schrijver, tussen twee bomen, een plek die hij mij
telefonisch had aangeraden. Maar nauwelijks tot stilstand gekomen stopt naast
me een geruisloze, crème wagen. Achter het stuur een grijze, bruinverbrande
heer die opmerkt dat ik hier niet mag staan en onherroepelijk in aanmerking
kom voor een 'proces-verbaal' indien ik niet aan de overkant parkeer. 'U bent
hier in een dorp', verklaart hij vriendelijk, maar met een ondertoon van groot
gezag. Ik gehoorzaam. Waarschuwing In
zijn werkkamer begint W.F. Hermans het gesprek met een waarschuwing: 'Ik
word steeds minder links en denk uw lezers met mijn uitspraken eigenlijk niet
te plezieren' (hetgeen de lezers zélf het beste kunnen uitmaken:
NRC-Handelsblad, Cultureel Supplement, Postbus 596, Amsterdam). Waarop hij
zijn gestaag veranderende geaardheid eigenlijk het meest duidelijk illustreert
aan de hand van de Haagse Post. Hermans: 'Tijdens
de recente moeilijkheden met dat weekblad, waarvan ik medewerker ben geweest,
stond mijn naam ook in die protestadvertentie. Niet omdat ik dat nou zo'n goed
blad vind, maar omdat ik voelde dat er iets gebeurde dat niet in de haak was.
Maar de Haagse Post was leuk ten tijde van Trino
Flothuis, Hans Sleutelaar en
Simon Vinkenoog; nu staat er elke week een andere doordrammerige vakbondsman
in. HP staat minder werktijd voor, maar aan de ander kant gaan we volgens dit
weekblad naar de verdoemenis. Maar het is: óf het een, óf het andere.' Waarbij
Hermans duidelijk laat uitkomen dat het niet van die werktijdverkorting moet
komen: 'De
vrije tijd wordt verknoeid, verkwist met bermtoerisme en nutteloos tv-kijken.'
En verder: 'Neem nou het wegwerpglas - Ik kan duizenden andere voorbeelden
noemen, maar neem nou het wegwerpglas. Waarom wordt dat weggeworpen? Omdat er
geen mensen zijn die het schoonmaken. Men kan zo'n fles dan wel terugsturen naar
de fabriek waar deze wordt omgesmolten, maar dat is natuurlijk waanzin. Maar
voor flessenspoelen kan men hooguit nog gastarbeiders krijgen. Vroeger
zetten we de bevolking in de koloniën aan het werk; nu halen we de mensen
daarvandaan om hier te werken. Anders is het niet. Daarom is dat geprotesteer
tegen het feit dat Portugal koloniën heeft zo hol.' Hermans
is absoluut niet blij met de recente politieke ontwikkelingen in ons
vaderland. Hij zegt: Wedstrijdsport Hermans:
'Een van de nieuwe hobby's van links is het veranderen van de
maatschappijstructuur omdat deze gebaseerd is op de concurrentie, de
competitie. Wat is nou kwantitatief de grootste liefhebberij van de
mensheid? Niet componeren, niet schilderen of beeldhouwen, niet het schrijven
van boeken. Nee, dat is de Wedstrijdsport! Nóg harder fietsen, nóg
harder tegen een bal trappen, dát is competitie in de meest hevige, de meest
felle vorm. Dus wat moet men doen om de mentaliteit te veranderen? Beginnen
met het verbieden van de wedstrijdsport.' Hij begint te lachen, krijgt wanneer
hij lacht een zeer innemend gezicht, zelfs kuiltjes in zijn wangen. 'Zouden ze
veel kiezers overhouden?' vraagt hij vrolijk. Zijn
vrouw, donker, klassiek, mooi, aangenaam gezicht, heeft dranken gebracht.
Tomatensap (voor Hermans) en pils, bovendien een houten bak met pinda's, waarvan
tijdens het gesprek niet gegeten zal worden. De werkkamer is schemerachtig; de
schrijver zit - een been half onder zich gevouwen - voor een raam dat met
luxaflex is afgeschermd en waardoorheen vaag en donker de achtertuin zichtbaar
is. Hij plukt aan het langharige oor van de huishond en stelt voorstander te
zijn van een regering die de mensen zoveel mogelijk met rust laat, terwijl nu
van het tegendeel sprake is (zegt Hermans): 'Men
is zo schijnheilig! De benzineaccijnzen moeten worden verhoogd; men wil dat
meer gebruikt wordt gemaakt van het openbaar vervoer, maar d'r moet gewoon
begonnen worden met het vrachtvervoer. a) Nederland is rijk aan spoorwegen; b)
rijk aan waterwegen. En wat roept men hier trots: Nederland is hét
vrachtrijdersland van de wereld!!! Een uitroep die getuigt van warrige schande.
Maar ja, dááraan iets doen, betekent komen aan de boterham van
honderdduizenden vakbondsleden! Hij
lacht ineens hard en smakelijk, heft zijn hand omhoog en slaat zich op de knie: 'Als
ik Den Uyl het woord leefbaarheid hoor uitspreken.....'
'Dan moet u hard lachen? Hermans:
'Nee, dan krijg ik een gevoel van diepe ergernis.' Vlak
elastiekje Hermans
noemt 'de twee grootste bedrijven' van de regering, het leger en het hoger
onderwijs, lichtende voorbeelden van wanbeleid: 'Misschien
kan ik de krankzinnige verkwisting nog het beste toelichten aan de hand van de
universiteiten. Sinds
De Democratisering wordt men verplicht eindeloos tijd te verdoen met wauwelen en
kletsen. Stel dat u een vlak elastiekje nodig hebt. Dan moet u daarover eerst
misschien wel een dag lang vergaderen (het kan net zo goed iets anders zijn: een
instrumentje of iets dergelijks). Nou zijn hoogleraren goed gesalarieerd, laten
we zeggen zo'n 80.000 gulden per jaar, moet u eens uitrekenen wat zo'n man kost
als hij vier uur zit te zwetsen? Maar
goed, met dat vergaderen bent u er nog niet, want dan moet er een brief ter
aanvraag worden geschreven, maar die gaat natuurlijk eerst naar een instantie
die er niets mee te maken heeft. Dus er komt een tweede brief. Nou zijn hoogleraren geen zakenmensen, dus niet bekwaam in het dicteren aan een secretaresse.
Ik ken zelfs hoogleraren die in dergelijke gevallen eerst eindeloos bezig zijn
om met potlood een kladje te maken. Dat kost allemaal veel geld. Tegen
de tijd dat u dat vlak elastiekje, of laten we zeggen instrumentje binnen heeft,
is een hulpinstrumentje noodzakelijk en dat krijgt u dan over twee jaar
wanneer dat oorspronkelijke instrumentje reeds verouderd is; of wanneer voor
het geheel reeds een nieuwe vinding is gedaan. Uit die democratisering is
absoluut niets goeds voortgekomen! En
nog zijn ze aan de linkerkant niet tevreden. Er zijn plannen om de studietijd te
bekorten. Dat kan heel goed, maar daartegen wordt dan weer geageerd met het
argument dat een studie desnoods twintig jaar moet kunnen duren. Dat is heel
nobel, alleen wanneer je met vrucht kunt studeren. Veel mensen vinden het
echter een kwelling. Iedereen is even begaafd wordt dan gezegd; maar de hele
menselijke geschiedenis heeft bewezen dat het niet zo is. Ik had liever
theoretische natuurkunde willen doen in plaats van geologie, maar ik ben
daarvoor wiskundig niet genoeg begaafd. Iemand die één meter vijfentachtig is
kan doormiddel van het eten van grote hoeveelheden havermout nou eenmaal geen
één meter vijfennegentig worden. Een kop kleiner maken kan echter wel. En dát
is het waar al die progressieve idealen op uitdraaien: het kleiner maken van
koppen. Onzindingen
'Vanaf 1 september bent u niet langer verbonden aan de
Universiteit
van Groningen als lector in de fysische geografie. U heeft zelf ontslag genomen' Hermans:
'Ik ben op een bepaald ogenblik gaan nadenken en kwam tot de conclusie dat ik
een geweldige hoop tijd kwijt was met onzindingen, gezwets, papierwinkel:
tijdverknoeierij. Iedereen wordt daaraan op de universiteit meedogenloos
onderworpen. Sinds ik ontslag heb genomen (begin juni), heeft niemand nog
gezegd: wat jammer dat Hermans weggaat. Dat kan je op twee manieren uitleggen:
óf ze zijn blij dat ze me kwijt zijn, óf ze zijn jaloers dat ze niet hetzelfde
kunnen doen. Je bént niet aangesteld om urenlang met Jan, Piet en Klaas te ouwehoeren! Maar het soort mensen dat met Den Uyl omhoog komt zal dat alleen
nog maar versterken. En
ik kan u op een briefje geven dat dit alles wat ik nu zeg schandelijk gevonden
zal worden, reactionair, paternalistisch, ga maar door.
'Straks leven van de pen? Hermans:
Leven tussen aanhalingstekens. Het belangrijkste is dat ik nu de rust en de tijd
krijg om een paar dingen af te maken. 'Kijk, meneer, ik wil wel wakker liggen,
maar niet omdat de inrichting van een laboratorium twee jaar geleden is
toegezegd en er na die tijd nóg niet is. Dat soort wakker liggen vind ik, dik
gezegd, verraad aan mijn roeping. Ik ben twintig jaar aan de universiteit
verbonden geweest en mijn literaire werk heeft er nooit onder geleden, maar de
laatste tijd werd ik écht ziek van de universiteit. Ik
kreeg evenwichtsstoornissen. En
nadat hij de vergelijking heeft gemaakt tussen de manier waarop heel vroeger een
kermisbeer dansen werd geleerd, namelijk op een gloeiende plaat en het leven,
citeert hij Oscar Wilde die er al aan het eind van de vorige eeuw uitspraak
heeft gedaan over de invloed van
het socialisme op de kunsten. Hermans:
Wilde heeft gezegd: 'wanneer een koning bukt voor een kunstenaar is dat om zijn
penseel op te rapen, wanneer het volk bukt voor een kunstenaar is dat om modder
te werpen.' In
de socialistische landen zie je dat gebeuren. En dát wordt door Den Uyl
nagestreefd. Waarop
W.F. Hermans constateert dat Nederland een te klein land is om van de pen te
kunnen leven; dat men aan de ene kant schande spreekt wanneer de schrijver een
beroep ernaast uitoefent, maar dat aan de andere kant 'onleesbare'
figuren als Jacques Firmin Vogelaar worden gesubsidieerd.
'Hoe moet dat dan? Geen subsidie? W.F.
Hermans: 'Dat kan ik moeilijk zeggen, hoewel ik dat wel zou willen zeggen. Maar
ik zeg het niet omdat de staat miljoenen besteedt aan nutteloze dingen en
waarom dan niet een paar duizend voor die armlastige lui? Maar ja, met het uitschrijven van zo'n stipendium zijn ook weer acht, of negen ambtenaren, die goed
betaald worden, in de weer. En hoe! Zelfs ministers maken tikfouten! (Hermans
doelt hier op de Staatsprijs voor literatuur, de P.C. Hooftprijs die hem in
januari van dit jaar werd toegekend. In een begeleidend schrijven stond dat de
bijbehorende som gelds fl
18.000,- bedroeg. Dit moest echter zijn: fl
8000,-. Toen hij hiervan op de hoogte werd gesteld, weigerde hij de prijs met
als argument: 'Men kan nauwelijks verwachten, dat een schrijver zich bijzonder
vereerd zal voelen, wanneer hij bekroond wordt door een minister wiens
handtekening van de ene dag op de andere tienduizend gulden in waarde daalt.') Atoombom Het
grootste deel van de dag zit W.F. Hermans in huis. 'Ik ben dan met iets bezig',
zegt hij. En dat iets is dan lezen, het repareren
van een schrijfmachine (zoals bekend heeft de auteur een zeer originele
collectie van deze instrumenten), of
schrijven want het bericht dat hij
daarmee zou ophouden, berust op een te snelle conclusie van een te ijverige
journalist. W.F.
Hermans: 'Ik heb me altijd erg voor Frankrijk geïnteresseerd; mijn
proefschrift in het frans geschreven. Dus als ik uit Nederland wegga, zal het
Frankrijk worden. Daar komt nog bij dat dit land de atoombom heeft en ik écht
niet begrijp dat iemand nog in een land zonder atoombom durft te leven.
Reactionair als ik ben vind ik dat een bijzondere attractie. Maar, zonder
gekheid, ik wil wel eens van lucht veranderen. En nu kan dat. Het
beste boek dat gedurende de laatste vier binnen onze vaderlandse literatuur is
verschenen, vindt W.F. Hermans Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale
verwarming, geschreven door Heere Heeresma en onlangs bij Thomas Rap
verschenen. Hermans:
Het zijn verhalen over de dood, maar niet de dood als frase zoals bij G.K. van
het Reve. Het boek is in Vrij Nederland besproken (door Gerrit Komrij, naar
wie in bedoelde bundel een stadsdeel is genoemd. Hermans: 'Het was erg. Nog
erger dan hij verwacht had. De treurige benepenheid van het Geurt Komrijkwartier
was wurgend) en in die kritiek besteedt de bespreker ruim driekwart van de
ruimte aan de manier waarop hij ooit door de schrijver is behandeld. Wanneer op
zo'n manier over iemand wordt geschreven, móet hij een genie zijn.' Stoelgang Afgezien
van Heeresma heeft Hermans weinig waardering voor de hedendaagse Nederlandse
literatuur: 'Men
weet hier niet het verschil tussen het maken van een verslagje, en een verhaal. Volgens
hem bestaat onze literatuur traditioneel uit vertalingen, schetsen en
navertellingen uit de bijbel. Hermans:
'Nu is bij de toenemende ontkerstening de klad gekomen in de navertellingen,
maar het genre van schetsen bloeit nog volop. Een oude traditie waarin sommige
mensen excelleren, zoals Nescio en Van het Reve die met een stilistische verfijning schrijft over onbenullige gebeurtenissen in het leven van een onbenullig
iemand. Waarop
Hermans Bleekers Zomer van Mensje van Keulen hekelt zonder deze kleine
roman met zoveel woorden te noemen. Het boek gaat over W.F.
Hermans: 'Er zijn mensen die bij hoog en bij laag beweren dat dát nou zulke
sterke literatuur is, maar zij zijn blind voor de dramatische mogelijkheden die
de literatuur kan bieden. En het is zéér ontmoedigend om een dergelijk klimaat
om je heen te hebben. Zéér neerdrukkend.' Willem
Frederik Hermans heeft geen contact met andere literatoren. 'Daarmee heb ik
niets te bespreken', zegt hij.
'Maar hij heeft toch wel de behoefte aan een dergelijk contact?' Hermans:
'Ja, maar die wordt toch niet bevredigd'.
'Wat is zijn mening over de weerklank van zijn werk in Nederland?' 'Ach
meneer, ik heb in de loop van dit gesprek een aantal kritische opmerkingen laten
horen en - zoals u misschien weet - doe ik dat al jaren. Maar ik heb niet de
indruk dat het iets heeft uitgemaakt. Het heeft wel gevolgen gehad, maar
dan misschien de gevolgen die ik niet had voorzien.'
'Schandalen, processen, opspraak' Hermans:
Ik kan niet zeggen dat ik me er op toeleg om dat soort dingen te veroorzaken.
Onlangs is het pleidooi dat ik in 1952 heb geschreven naar aanleiding van het
proces over Ik heb altijd gelijk verschenen in het Hollands Maandblad (HM
mei/ juni '73). En als je dat nou toch weer leest, dan denk je; hoe is het
mogelijk dat daarover indertijd zo'n drukte was. Toch
heeft het me een hoop schade berokkend, vooral in mijn universitaire carrière;
bij mensen die het boek niet hadden gelezen kreeg ik het aureool van: met die
man is iets aan de hand. Maar die dingen blijven doorgaan. Wanneer de mensen
over een jaar of tien lezen wat ik allemaal naar mijn hoofd kreeg geslingerd,
omdat ik niet vond dat Weinreb te goeder trouw was, zullen ze dat even
verbazingwekkend vinden.'
'De misantropie in zijn boeken is duidelijk. Bij hemzelf?' Hermans:
'Misantropie is gebaseerd op de beschouwing van de menselijke geschiedenis die
niet opwekkend is (met als oorzaken natuur, maar vooral de medemens). Een
misantroop nu, meent goede redenen te hebben om aan te nemen dat dat nooit zal
veranderen.'
'Zoals u.' 'Ja,
en er zouden minder misantropen zijn wanneer er geen optimisten waren die
grotendeels uit bedrieglijkheid, maar ook uit domheid bezig zijn de mensheid
zand in de ogen te strooien. En dan denk ik weer aan het begin van ons
gesprek: al die vakbondsuitkramers verhevigen mijn misantropie.'
Waarmee
de cirkel is gesloten. W.F.
Hermans begeleidt me over het pad door het onberispelijke gazon naar het groen
geschilderde tuinhekje waarnaast een groen geschilderde brievenbus aan een
paaltje hangt. 'Geheel
voor niets gekregen van de posterijen', verklaart de schrijver, 'omdat mijn
hekje meer dan tien meter van de voordeur is verwijderd. Dat loopt een
postbode tegenwoordig niet meer. Weet u wat er op een brief moet, tegenwoordig?
Veertig cent!' Een
gesprek(je) in de open lucht. Max
van Rooy.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |