|
INTERVIEW MET WFH
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
De Telegraaf, 15 mei 1976 W.F.
Hermans heeft biografie gereed: 'Multatuli
was een kind in de zonde' I.
Sitniakowsky 'Met
een zekere weerzin leef ik van mijn pen. Je kunt als Nederlandse auteur niet te
veel praatjes hebben. Je moet een partijganger zijn. Anders hoor je niet bij de
club. Er was eens een tijd dat je niets tegen Ter Braak mocht schrijven, die
volgens mij de Potgieter van de 20e eeuw zal blijken te zijn geweest. Multatuli
is voor velen nog steeds een geloofsartikel, waar ze geen kwaad woord over
willen horen. Maar ik zie geen reden om allerlei minder fraaie dingen van hem
onder de toonbank te werken. Dat partisanisme, dat is de pest!' 'Al
dertig jaar geleden,' aldus Hermans, vatte ik het plan op om Multatuli's
biografie te schrijven, maar het kon er steeds niet van komen, omdat die
verzamelde werken maar steeds niet verschenen. Dat is de reden dat ik me nu
enigszins heb beperkt, al heb ik mijn voorgenomen lengte toch overschreden. Het
is helemaal niet ondenkbaar dat ik mijn boek over een aantal jaren moet
aanvullen of ingrijpend herzien. Ik ben er nog van overtuigd dat er nog van
alles rondzwerft - en ook boven water komt. Maar een definitieve biografie: daar
is voor één man geen beginnen aan. Daar zou een team aan moeten werken, en dat
zou een boek van 1500 bladzijden worden. Gesteld dat al het materiaal daarvoor
is bijeengebracht en geordend.' Komt
na Wittgenstein dank zij Hermans nu ook Multatuli bij ons in de mode? Het is wat
overdreven om het zo te stellen, al was het alleen maar omdat er van het nieuwe
deel Brieven en documenten nog maar bitter weinig zijn verkocht. Succes Anderzijds
kwam de televisie laatst met Vorstenschool op de proppen, verfilmde Fons
Rademakers de Max Havelaar in
Indonesië en publiceerde P. Spigt over
Multatuli Keurig in de contramine. Hierover:
over Multatuli, zijn biografen, het Multatuligenootschap, Hermans' geheime
plannen en de onlosmakelijke band met Nederland praten wij met Hermans in zijn
Parijse appartement - exclusief,
net als vorig
jaar. Zijn roman Onder
Professoren, waar de Telegraaf een voorpublicatie uit bracht, werd een
stevig succes. Er zijn nu vijftigduizend exemplaren van verkocht, in weerwil van
de soms lang niet malse kritieken. Zal dat met het Multatuli-boek, waar wij
eveneens exclusief uit voorpubliceren, ook gaan gebeuren? In
het blad, waar Hermans onder het pseudoniem Age Bijkaart optreedt als columnist,
werd 'Onder Professoren' in enkele regels gekraakt. 'Vrij
Nederland' probeerde hem een beetje te treiteren door aan te voeren dat Dingelam,
de hoofdpersoon uit het boek, een typische Ter Braakiaanse figuur was. 'Ik
heb nog nooit een boek willen uitgeven of de mensen zeiden bij voorbaat al: 't
is slecht. Ik wil nu wel verklappen dat het blad De Revisor een gedeelte van 'Onder
Professoren' in huis heeft gehad, toen het boek nog moest verschijnen. Maar
ze vonden het niet zo mooi als mijn vroegere romans, zeiden ze. Van
alle kanten moet ik aanhoren dat de Bijkaartstukken toch zo weinig de moeite
waard zijn. Ik denk toch dat ik ze allemaal in een boekje publiceer, ook de
minder goede. Om der wille van de volledigheid dan maar. Er
is een tijd geweest, dat ik maar heel weinig ophad met de gedichten, die ik lang
geleden heb geschreven. Daar heb ik in 1968 toen die keuze Overgebleven
gedichten uit gemaakt, bij Rap. Dat zou ik nu niet meer hebben gedaan. Ik
denk nu anders over die gedichten. Drukfout Iemand
vertelde me laatst, en u doet het nu ook, dat mijn bundel Kussen door een
rag van woorden, voor een bedrag van
¦1650.--
in een antiquariaatscatalogus staat. Toen ik het hoorde, dacht ik, dat moet een
drukfout zijn, dat is natuurlijk ¦
16,50. Ik heb er geen exemplaren meer van. Er waren er een stuk of dertig, ik
heb ze weggegeven, denk ik. In
de tijd die ik nodig had voor mijn Multatuli-biografie had ik wel drie Professoren
kunnen schrijven. Een van de grote moeilijkheden waarvoor iedere biograaf komt
te staan, is dat er zo'n enorme Multatuli-literatuur bestaat. Best mogelijk dat
het bij mekaar duizend titels zijn. Dan ben ik de duizend-en-eerste. Je bent
verplicht om de belangrijkste bronnen te becommentariëren. Alle
oudere biografen van Multatuli zijn druk bezig met psychologiseren. Al die
interpretaties komen voor hun eigen rekening. Ik geef voor mijn doen weinig
commentaar en in de eerste plaats feiten. Er zijn al vraagtekens genoeg. Er is
zoveel dat we het niet precies kunnen zeggen. Ik krijg de indruk dat er
verschrikkelijk veel materiaal is vernietigd. Duizenden brieven aan zijn vrouw
Tine en de kinderen zijn zoek, en Tine zelf was ook een verwoede
briefschrijfster. Wat
weten we van de vele vriendinnen die hij er op na heeft gehouden? Van Charlotte
de Graaff is zelfs nooit een portret gevonden. Waarschijnlijk heeft zij een kind
van Multatuli gekregen. Ze is later naar Amerika gegaan en daar spoorloos
verdwenen. Er was toen nog geen burgerlijke stand. We weten niet eens of er een
briefwisseling is geweest. Er
is nog iets. Ik had het er daarnet al over: Alle bestaande literatuur over
Multatuli is pro of contra. Nu ben ik zelf in zekere zin pro omdat hij zo'n
groot schrijver is. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij een toonbeeld van
deugdzaamheid was. Hoe
meer er over iemand bekend is, des te moeilijker wordt het hem duidelijk te
karakteriseren. In mijn ogen is Multatuli oraal gefixeerd, daarom was hij ook
zo'n groot prater. Zijn stijl is door het gesproken Nederlands beïnvloed. Hij
was altijd uit op verrassende zinswendingen, maar schrijft toch veel
economischer dan een man als Van Deyssel. Wat
was er verder voor bijzonders met hem aan de hand? Hij was een pathologische
verkwister. Altijd in geldnood, altijd lenen en bedelen. En dan dat roulette
spelen met een speciaal systeem, dat uiteraard tot niets leidde. Hij had, met
die behoefte om vriendinnen om zich heen te hebben, ook altijd nieuwe smoezen om
niet thuis te komen. Grote
leraar Hij
verwaarloosde zijn kinderen. Tot zijn tiende jaar had zijn zoon Edu geen
onderwijs genoten. Het is een godswonder dat die later nog goed is
terechtgekomen. En wat het schrijven betreft: de eerste de beste schuldeiser kon
hem ertoe brengen niet meer te schrijven. Die bracht hem helemaal van zijn stuk.
In feite is Multatuli iemand die een grote zwakte voortdurend heeft proberen te
maskeren, een kínd in de zonde, maar een zóndig kind. Met
al zijn gezeur van: schrijven is hoererij, wist hij precies wat hij schreef. Wou
hij eigenlijk wel een groot schrijver zijn? Misschien wist hij wel niet precies
wat hij wilde. Misschien willen alle schrijvers wel wat anders zijn dan louter
schrijvers. Couperus wilde het publiek amuseren.
Multatuli wilde de grote leraar zijn, een goeroe. In zijn hart was het
Tweede-Kamerlidmaatschap, waar hij tevergeefs naar streefde, ook niet genoeg.
Gouverneur-generaal van Insulinde, dát was wat anders. En dat lidmaatschap is
nog steeds niet meer dan de onderste trede van de ladder. Die
afschuwelijke imbeciel die mij lastig viel met vragen over mijn werkzaamheden
aan de Groningse Universiteit zit toch nog steeds in de Kamer? Die
Anti-Revolutionairen hebben mij zo gepest, dat er daardoor geen vervolg op de Herinneringen
van een Engelbewaarder is gekomen. Dat is hun tijdelijke zegepraal. Zoon
Edu was de kwaaie pier bij Multatuli. Voor de oorlog heeft Edu's weduwe op haar
69ste een boek geschreven waarin zij hem verdedigde tegen alle gebruikelijke
aanvallen. Daarop schreef Du Perron het pamflet Multatuli en de luizen,
waarin hij die oude mevrouw, die helemaal niets verkeerds had gedaan, op een
vreselijke manier uitschold. Erg onbehoorlijk. Maar dergelijke beschuldigingen
blijven wel hangen. Multatuli zelf heeft er ook van gelust! Het
wordt nu wel voorgesteld alsof die 19e eeuw in Nederland zo vreselijk kuis was,
maar waarschijnlijk zijn de mensen in erotisch opzicht altijd hetzelfde
gebleven. Potgieter was vrijgezel en woonde met zijn zuster aan de Leidsegracht,
maar daar sprak niemand over. Bakhuizen van den Brink dronk behoorlijk. Daarover
nooit een woord. Het lijkt wel of Busken Huet er helemaal geen sexueel leven op
heeft nagehouden. Maar
Multatuli: tegenover hem nam niemand ooit een blad voor de mond, die werd op een
gegeven moment zelfs met een brochure bestookt. Eigenlijk geloof ik dat de
meeste vijanden van Multatuli teleurgestelde vrienden zijn. Huisvader Multatuli
had ook iets naïefs. In zijn brieven schreef hij: Ik ben een hartelijk
huisvader. En hij bedoelde het goed. In zijn ambities liet hij zich in de maling
nemen. Hij zocht steun voor het onrecht dat hem in zijn ogen was aangedaan bij
mensen, die hem helemaal niet van plan waren te helpen. Jacob van Lennep, die
de eerste uitgave van de Max Havelaar redigeerde, dat wil zeggen er van
alles in schrapte, deed alsof hij Multatuli's belangen naar beste kunnen
behartigde. Maar de Max Havelaar kostte zo veel, dat de gewone man het
niet kon kopen. Ik
denk dat toen de Max Havelaar was verschenen in 1860, Multatuli heeft
gedacht: Ik moet maar blijven volhouden dat de Max Havelaar de
letterlijke waarheid bevat, omdat ik anders afbreuk aan de Lebak-zaak doe. Het
boek was overigens sterker geworden als hij Havelaar eenvoudiger had voorgesteld
en niet als een genie. Multatuli had geen ongelijk in Lebak, maar de ambtenaren
met wie hij te maken kreeg kun je ook moeilijk verwijten dat ze handelden zoals
ze deden. De
Max Havelaar kun je als aanklacht natuurlijk niet afdoen door vast te
stellen dat Slijmering (Brest van Kempen) in werkelijkheid niet zo'n grote
schoft was en Carolus niet is vergiftigd. Wel
ongelooflijk is dat de voormalige gouverneur-generaal met wie Multatuli het
destijds in Indië aan de stok had gekregen, Duymaer van Twist, later in de
Kamer vragen over de Lebak-zaak zou antwoorden: 'U verwacht toch zeker niet dat
ik mij hier verdedig?' Je zou zeggen dat iedereen JA zou roepen, maar
niemand was nieuwsgierig naar wat hij te zeggen zou hebben. Corruptie Ik
geloof wel dat ik het een en ander omtrent Multatuli heb rechtgezet. Ik ben zo
objectief mogelijk geweest. Fons Rademakers vertelde me, dat toen hij in
Indonesië aan het filmen was er mensen naar hem toekwamen en zeiden: Meneer, de
corruptie is nog even erg als vroeger, alleen er zijn nu geen Max Havelaars
meer. Ik
kan niet zeggen dat de medewerking van het Multatuli-museum en van
Multatuli-kenner Ett erg spontaan zijn geweest. Via Ett kreeg ik een lijstje met
250 foto's over Multatuli in handen. Daarvan bleek een vijfde zoek. In het museum
heb ik wel een oude schoenendoos met pijpen van hem gezien. Waarom
Tine na Multatuli's ontslag in Indië bleef in plaats van met hem mee terug te
gaan naar Europa? Daar
heb je weer zoiets. Ik denk dat Tine in Indië bleef omdat het uit was tussen
hen. Maar bewijs zoiets maar eens. Toen
Multatuli stierf had hij, dacht ik, niets groots meer te schrijven. Hij klaagde
wel vaak: Ik heb zoveel narigheid dat ik er niet meer toe kom Woutertje
Pieterse af te maken?' En
Hermans' eigen toekomstplannen? Hij licht maar een klein tipje van de sluier op. 'Ik
heb al lang geleden besloten om geen vervolg op de Mandarijnen op zwavelzuur
te schrijven,' zegt hij. En als ik plannetjes ga verklappen duurt het jaren voor
ze verwezenlijkt worden. In 1951 heb ik iemand het idee van De donkere kamer
van Damocles verteld met het gevolg dat het pas in '58 klaar was. De
Engelbewaarder
bedacht ik in 1956. Kort daarop heb ik er tijdens een verjaarsvisite over
verteld. Het boek verscheen pas in 1971. Nee, ik verklap mijn romanintriges niet
meer.Ik wil wel nog graag zeggen, dat het krankzinnig is dat CRM handenvol
uitgeeft aan allerlei onzin, zoals anti-romanprojecten en noem maar op, en
niet aan Multatuli. Het Multatuli-museum heeft nog niet eens een catalogus
uitgegeven.' Afrekeningen
'Wat is er waar van de bewering van uitgever Van
Oorschot, dat zonder hem De tranen der
acacia's
nooit zo goed zou zijn verkocht?' 'Onzin.
Zoals het ook niet een geweldige heldendaad van hem is geweest om Hermans
en Van het Reve uit te geven, als wel van de andere uitgevers om het niet
te hebben gedaan. De tranen der acacia's was binnen een jaar na het
verschijnen uitverkocht - dat bewijzen de afrekeningen van de uitgever die ik
u hier laat zien. Dat is dus niet dank zij Van Oorschot die Ritter zou hebben
omgekocht om het voor de radio te bespreken. En
wat Van het Reve betreft: de meeste verhalen die hij over mij rondstrooit zijn
gelogen. Die stukjes van hem in Hollands Diep, wat moet ik daar nou over
zeggen. Het is een beetje zielig, want hij moet natuurlijk van zijn pen leven,
dus zal hij wel blijven doorgaan. Hij wist toen hij de Avonden schreef
al wel, dat hij net als Nescio de schrijver van één boek was. Maar toen kende
hij zijn grenzen nog en brandde hij zijn vingers niet. De Avonden is
goed, al haalt het niet bij Sartre's La Nausée, waarin zoveel meer
overhoop wordt gehaald.'
'De journalist Hofland, die schijnt veel van u te weten. Hij klampte me na
ons vorige gesprek speciaal op straat aan om me dat te zeggen.' 'Zei
hij dat? Hij weet helemaal niets van mij. Niets.'
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |