|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW OVER WFH
Maatstaf, 1985 no. 5. Gesprekken
met
ADRIAAN
MORRIËN over W.F. Hermans. Paul
Aalbers
In Maatstaf
nr 3 van het vorig jaar kwam W.F. Hermans uitgebreid aan het woord over zijn Mandarijnen
op zwavelzuur. Hermans haalde herinneringen op aan zijn kruistocht tegen
zowat iedereen die een rol speelde in het naoorlogse literaire leven. Mandarijnen
op zwavelzuur
beschrijft 'schrijvers en boeken die ten onder gaan.' Eén van de schrijvers die
door Hermans in de Mandarijnen
uitvoerig gehekeld en bespot wordt is Adriaan Morriën. Morriën en
Hermans maakten samen deel uit van de redactie van het literaire tijdschrift
Criterium
dat in 1945 werd heropgericht. Deze
samenwerking vormde de basis van een vriendschap die acht jaar zou duren en de
opheffing van Criterium was er mede de oorzaak van dat de vriendschap eindigde in
een ware literaire oorlog. Nadat Hermans de Mandarijnen begon te publiceren sloeg Adriaan Morriën terug met
zijn brochure
De gruwelkamer van
W.F.
Hermans die evenwel nooit de faam heeft verworven die de Mandarijnen
kreeg. Verder dan een eerste druk heeft de Gruwelkamer
het niet gebracht. De felle
polemiek met Hermans die volgde op een hechte samenwerking is voor Morriën van
verstrekkende betekenis geweest, al was het alleen maar omdat hij er bijna het
leven bij verloor. Hoewel Morriën
niet bepaald aangename herinneringen bewaart aan deze turbulente periode, was
hij gaarne bereid zijn visie op de breuk met Hermans uiteen te zetten. Citaat uit De
Gruwelkamer van W.F. Hermans:
'Ik maakte met Wim
Hermans kennis in het najaar van 1944 of in het voorjaar van 1945, in elk geval nog voor de bevrijding. Ik
was redactiesecretaris van het tijdschrift Criterium
dat zo spoedig mogelijk na de oorlog zou verschijnen en waarvoor ik alvast medewerkers probeerde aan te trekken.
Hermans bezocht mij op een suggestie van John Meulenhoff,
de uitgever van Criterium.
Hermans was toen 23 en ondanks de oorlog
in goede conditie. Ik herinner mij van dat eerste bezoek zijn grijze tweedjas en blauwe gebreide sjaal die
hij keurig opvouwde en over de stoelleuning hing.
Die keurigheid
in zijn uiterlijk en optreden die eerder iets houterigs en plechtstatigs dan iets zwierigs of lichtzinnigs
demonstreerde is me bijgebleven zolang ik hem heb
gekend. Ze was geloof ik niet slechts het overblijfsel van
een opvoeding die hem aan ordelijkheid en stiptheid had
gewend of ook een hulpmiddel om afstand te bewaren maar vooral de uitdrukking van zijn onvermogen om zijn houding
aan de omstandigheden aan te passen. Zijn manier van doen
werd zelden of nooit ongedwongen of los maar behield de
motorische impotentie waaraan de Hollandse burger lijdt.
In dat opzicht was hij
een echte zoon van zijn vaderland. Later begreep ik dat hij altijd op zijn hoede was. Iemand
die met intuïtieve strategie door het leven gaat en in de
ander een mogelijke tegenstander ziet.' - Wat verbond
jullie in die tijd? Dat was in de
eerste plaats natuurlijk een liefde voor de literatuur. Verder deelde ik met hem
een reserve tegenover de toenmalige Nederlandse literatuur en het literaire
leven waarin wij ons nooit echt hebben begeven, hoewel het van mij wel altijd
beweerd wordt. Het was meer dat hij mij fascineerde dan dat ik nou zo
verschrikkelijk tot hem aangetrokken werd. Hij kon best aardig zijn en één van
de dingen die ons wel verbond was de neiging om lasterlijke grapjes te maken
over mensen uit het literaire wereldje. - Was er
verschil in maatschappelijke positie tussen jullie? Ik had mijn
eerste dichtbundel gepubliceerd in 1939. Maar wat betekent dat? Van Duinkerken
heeft wel eens gezegd: een dichtbundel is het visitekaartje dat een jongeman die
zichzelf respecteert overhandigt aan de maatschappij. Veel meer betekende het
natuurlijk niet. In een kleine kring had ik een zekere naam door die
gedichten
maar die naam kreeg Hermans ook al heel gauw. Wel is het zo dat ik de eerste
jaren na de oorlog met, zeg maar, de administratie van de literatuur bezig was
terwijl Hermans zich veel meer met de literatuur zelf bezighield. Als je die
jaargangen van Criterium
doorneemt zie je dat de heftige publicaties van de hand van Hermans zijn. Hij
had scherpe en uitgesproken ideeën over literatuur die ik aan de ene kant
bewonderde maar waar ik het niet altijd mee eens was. Citaat uit De
Gruwelkamer van W.F. Hermans:
'Hij verzekerde mij
bovendien dat een schrijver ongetrouwd moest blijven en geen kinderen mocht hebben, zodat ik door
mijn huwelijk en de geboorte van ons dochtertje mijn leven
dus wel bijzonder slecht had georganiseerd. Er ontbrak trouwens in de ogen van Hermans heel veel in de organisatie
van mijn bestaan en het beheer van mijn echte of vermeende
faculteiten.
Hij zei:
"De vriendschap is het gebied waar de politiek de
literatuur snijdt. Hoe meer men literator is, hoe meer men
bevriend zal zijn met de mensen om ideeën die zij belichamen."' Een
dergelijke opvatting was mij toch vreemd. Je kunt met mensen omgaan om de ideeën
die zij belichamen maar dat maakt voor mijn gevoel nog niet altijd de
vriendschap uit. Mensen zijn altijd materiaal en het is natuurlijk waar dat je
mensen kunt verslijten. Dat zijn tragische ervaringen, maar om op die basis je
zogenaamde vrienden te kiezen, dat kon en dat kan ik niet. Ik heb me ook
altijd afgevraagd wat hij van die vroegere ideeën vond toen hij eenmaal zelf
getrouwd was. Hermans kon
alleen maar omgaan met mensen die het volledig met hem eens waren en dat
beperkte onze vriendschap. Hij was ook niet bevriend op basis van wederzijds
respect, dat wil zeggen dat je elkaars standpunt zolang respecteert totdat het
onmogelijk wordt. Ik vond hem toen al een eenzaam man en dat merk je ook in zijn
verhalen uit Een wonderkind of een total
loss. Je mag toch
aannemen dat het verhaal
De
elektriseermachine van Wimshurst een zelfportret is en daar komt hij naar
voren als een eenzaam jongetje dat zich vreselijk miskend voelt. - Laten we
het hebben over de overname van Criterium
door het blad Libertinage. Dat zal wel
waar zijn maar ik kan het me niet herinneren. Bovendien - en dat was eigenlijk
de belangrijkste reden - was Criterium
niet het blad geworden dat John Meulenhoff zich gewenst had. Meulenhoff had
liever een algemener of ethischer blad. Het was in die tijd vrijwel onmogelijk
een andere uitgever te vinden want na de oorlog krioelde het van de literaire
tijdschriften waarvan er velen weer sneuvelden. Geen uitgever zat te springen om
zo'n verliespost over te nemen. Ik ben nog met Hermans naar Groningen geweest om
te proberen een fusie tot stand te brengen met Podium
maar het werd door Podium
afgewezen. Het was echt een gang naar Canossa. En toen was Libertinage,
onder redactie van Gomperts en Van Leeuwen, bereid met ons samen te gaan.
Adriaan van der Veen, Arthur van Rantwijk en ik hadden wel waardering voor het
werk van Gomperts en daarom zagen we wel wat in die samenwerking. Maar Hermans
werd al razend als je voorstelde om met Gomperts en Van Leeuwen te praten.
Hermans was toen naar Canada en ik heb hem op de hoogte gehouden toen de
overname tot stand kwam. Toen hij terug was - rond Kerstmis 1948 - wilde ik er
met hem over praten, maar toen zei hij afwerend: "Laten we het daar maar
niet over hebben, het is gebeurd." Hij ontloopt
confrontaties maar later krijg je het op je boterham. - Was die
overname voor Hermans geen grote klap omdat hij zijn belangrijkste publicatiemiddel kwijt was? Ja, dat is
waar. Hij kon zonder tussenkomst van de redactie zijn stukken publiceren en
bovendien was Criterium financieel voor hem belangrijk. De redactie had het
grootste deel van het redactiehonorarium aan hem toebedeeld en dankzij die
geringe inkomsten kon hij zich bedruipen. Die inkomsten vielen toen weg. - Is dat van
invloed geweest op zijn keuze voor een academische carrière? Dat zou best
kunnen maar belangrijker was dat hij verliefd werd op een aardige,
aantrekkelijke, alle huiselijkheid belovende Surinaamse vrouw. Haar familie
wilde dat de toekomst met Hermans in vaste banen werd geleid. Hij moest zijn
studie afmaken en dan mocht hij met haar trouwen. Hij kon dan inwonen bij zijn
schoonfamilie in Voorburg. Dat is ook gebeurd. Hij heeft een tijd in Voorburg
gewoond totdat hij benoemd werd tot lector aan de universiteit van
Groningen. In
Voorburg heeft hij ook de locaties voor
De
donkere kamer van Damocles gevonden. - Zijn woede
over de overname van Criterium
door Libertinage heeft Hermans
geuit in zijn Mandarijnen op zwavelzuur.
Was dat voor jou de aanleiding om de Gruwelkamer
te schrijven? Ik ben
uiteindelijk met Hermans gebrouilleerd geraakt door een bespreking van Ik
heb altijd gelijk in Libertinage.
Het was een nogal denigrerende recensie van Yvo Veenstra met de Hermansiaanse
titel 'Pietje Bel spelt de krant'. Van Oorschot
die bij de redactievergadering aanwezig was heeft Hermans vóór de publicatie
ingelicht. Hermans
reageerde zoals gebruikelijk aanvankelijk laconiek en heeft zich later vreselijk
opgewonden. Hij heeft toen drie briefjes verstuurd, één naar Van Oorschot, de
ander naar zijn zwager Van Lier en een derde naar mij, waarin hij ons de
vriendschap opzegde. Dat gebeurde in 1952 en twee jaar later is Hermans met de
publicatie van Mandarijnen op zwavelzuur begonnen waarin hij vele mensen aanviel.
Bijvoorbeeld
J.B. Charles en Jaques Gans. Ik dacht toen
ook dat ik onherroepelijk aan de beurt zou komen en dat hij misschien dingen zou
publiceren die ik hem in vertrouwen had verteld. Intieme zaken, zoals over de
relatie met mijn vrouw en over mijn vrienden, maar ik moet eerlijk zeggen dat
hij dat niet gedaan heeft. - Jij wilde
hem de pas afsnijden. Ja, ik wilde
hem vóór zijn en toen heb ik de brochure De
gruwelkamer van W.F. Hermans geschreven. Dat heeft me
erg aangegrepen. Het schrijven ging tamelijk vlot maar toen ik het eenmaal in
druk zag werd ik door een gevoel van medelijden overweldigd. Ik dacht: iedereen
keert zich nu tegen Hermans en misschien heeft hij het wel verdiend, maar toch
had ik het er moeilijk mee. - Dat uitte
zich ook lichamelijk. Ja, ik heb
toen maagbloedingen gekregen en wel zo hevig dat ik buiten bewustzijn raakte en
in het ziekenhuis moest worden opgenomen. Ik herinner
me nog dat ik naar de operatiezaal werd gereden en dat ik opeens mijn familie
zag en Van Oorschot met zijn vrouw. Ik vroeg me verbaasd af wat die kwamen doen.
Ze kwamen een
laatste blik op me slaan want ze dachten dat ik de geest zou geven. Ik werd
behandeld door een internist en ik zei: jullie moeten me opereren, want ik
voelde me flauw worden Fragment uit
het vraaggesprek van Max Pam met Hermans dat in Maatstaf
nr. 3 van jaargang 1984 is afgedrukt. 'Overal
kondigde Morriën aan dat zijn brochure zou gaan heten humhumhum op maagzuur.
Stamppot op maagzuur of zoiets, ik weet het niet precies meer. En toen kreeg hij
het vanzelf aan zijn maag. Daarvoor moest hij naar het ziekenhuis. Gerard van
het Reve, dit is echt waar, is hem daar gaan bezoeken en zei tegen hem:
"Nou, die brochure tegen Hermans, die lag je zeker zwaar op de maag, hè?"
Toen heeft hij de titel veranderd in De
gruwelkamer van W.F. Hermans. Maar eerst
zou die brochure De gruwelkamer op maagzuur heten of zoiets. Tja, dat is nu eenmaal
de waarheid. Het leven bakt ons dergelijke poetsen.' Morriën:
'Nou ,dat is niet waar, Gerard Reve heeft mij nooit in het ziekenhuis bezocht.
Nee, ik lag er maar 14 dagen. Toen ik eenmaal geopereerd was, ging ik met
sprongen vooruit. Ik ging ook
helemaal niet op zo'n manier met Van Het Reve om dat hij me in het ziekenhuis
zou bezoeken. Verder krijg
je uit het verhaal van Hermans de indruk dat ik in het ziekenhuis werd opgenomen
terwijl ik nog met de brochure bezig was. Dat is dus zeker niet waar, die was
toen al klaar.' - Hoe vind je
die passage in Mandarijnen op zwavelzuur waarin Hermans je beschrijft als een zachtmoedige dichter die,
struikelend over zijn eigen benen, naar iedere vrouw gluurt
die hij op straat passeert? Veel mensen
hebben juist gezegd dat ze dat zo sympathiek aan me vinden. Veel vrouwen ook. En nóg, als
ik hier aan tafel zit en er loopt een vrouw langs, dan kijk ik op. Een voetstap
van een vrouw zal ik altijd weten te onderscheiden uit de geluiden die van
buiten doorklinken. Dat zal ik altijd even opkijken. Dat zijn beloningen die het
leven mij geeft. - Vind je Mandarijnen
op zwavelzuur vermakelijk? Nou, ik vind
de illustraties het leukste. Ik zelf op die vliegende Hollander, en die
portretten van Anna Blamen en van Reve. Dat heeft hij met grote zorg, met grote
liefde, uitgezocht. Maar de rest zit voor mij zo vol met laster en bedrog, dat
gaat zo ver, dat je het je eigenlijk nauwelijks meer hoeft aan te trekken. Dat
zijn karikaturen en dat is volgens mij ook een tactiek geweest. - Hermans
beweert in Mandarijnen op zwavelzuur dat je in opdracht van de Bezige Bij
obscene passages uit De tranen der
acacia's moest schrappen. Dat is
helemaal niet waar, dat is onzin. Hermans heeft, terwijl hij nog aan De
tranen der acacia's schreef, elke maand een portie van dat boek
gepubliceerd in Criterium. Op een
bepaald ogenblik kwam er een bepaald nieuw nummer van Criterium
uit waarin weer een voortzetting van De
tranen der acacia's zou verschijnen. Ik ging naar de uitgeverij om dat
nummer in te zien en toen zag ik opeens dat er overal puntjes stonden. Ik dacht, góh,
wat is dat nou? Uit de context kon ik opmaken dat er iets had gestaan dat in die
tijd voor schunnig of godslasterlijk doorging. Godverdomme, dat mocht je al
helemaal niet publiceren of woorden als kut
of naaien. Toen bleek
dat Hermans door Meulenhoff ter verantwoording was geroepen en dat hij een
compromis met Meulenhoff had bereikt door die woorden door stippeltjes te
vervangen. Ik begreep ook wel waarom hij dat deed en ik kon dat ook in zekere
zin respecteren, al was ik het er niet mee eens. Hij had het honorarium voor
zo'n verhaal veel te hard nodig in die tijd. Ik had graag
gezien dat hij er een redactionele zaak van had gemaakt, maar hij heeft er met
de redacteuren niet over gesproken, toen. We hadden bijvoorbeeld als redactie
kunnen aftreden. - Maar wat is
er met het boek gebeurd? Nou, toen hij
dat boek klaar had heeft hij het - waarschijnlijk ook na samenspraak met mij -
bij Meulenhoff aangeboden. Meulenhoff heeft ook Paranoia
[bedoeld verm.
Horror Coelie, mg]
uitgegeven en Moedwil en Misverstand.
Maar Meulenhoff was niet gesteld op De tranen der acacia's en toen moest Hermans het ergens anders
onderbrengen. En toen heb ik waarschijnlijk tegen hem gezegd, nou, geef het mij
mee en dan zal ik proberen het bij De Bezige Bij onder te brengen. Schuur en ik
hebben het gelezen en wij hebben het aanbevolen om het uit te geven. Ik moet
hebben gezegd dat ik Hermans een begaafd talent vond - Hermans en Van het Reve
waren in die jaren vlak na de oorlog natuurlijk de duidelijkste begaafdheden.
Daarom heb ik hem ook naar Criterium
gehaald. Hermans en Van het Reve waren de grote talenten. Je moest wel blind
zijn om dat niet te zien. - Wilde de
Bezige Bij De tranen der acacia's zonder wijzigingen uitgeven?
Nou, kijk,
veel van die besprekingen speelden zich niet in mijn aanwezigheid af. Ik had
mijn advies gegeven - ik vond dat het moest worden uitgegeven. Ik heb
waarschijnlijk gezegd, voor zover ik mij herinner, dat ik het slot een beetje
lang vond en dat dat misschien iets bekort kon worden, als Hermans dat zou doen.
Verder was het een zaak van de directie, want die moesten besluiten om het uit
te geven. - Wilde je
ook onwelvoeglijke passages schrappen? Nee, helemaal
niet. Hermans beweert zoveel. Hij beweert zoveel dat niet waar is. Dat is zijn
tactiek. - Had De
Bezige Bij dan geen moeite met die passage? Nou,
misschien wel. Ik denk dat Schouten er de meeste moeite mee had. Die schrok toen
nog - dat is hij inmiddels ook wel kwijt - maar die schrok toen nog van zulke
woorden als hij ze gedrukt zag. - En nam jij
het toen voor Hermans op? Nou ik moet
je zeggen, ik werd niet in al die besprekingen gemoeid. Met mij hebben ze
daarover nooit zozeer gepraat. Die woorden waren mij alleen opgevallen toen ze
ontbraken in die eerste publicatie in Criterium.
Maar hersteld in hun verband vielen mij die woorden niet bijzonder op en ze
stoorden me ook allerminst. - Waarom heb
je je bij de Bezige Bij niet harder opgesteld als
je vond dat Hermans akkoord ging met schrappen van die woorden bij
Meulenhoff? Wat had ik
moeten doen? Ontslag nemen bij De Bezige Bij of zoiets? Ik weet niet precies wat
Schouten en Lubberhuizen hem hebben voorgesteld. Voor zover ik weet en mij
herinner heeft Schouten hem voorgesteld het aantal aanstootgevende woorden te
verminderen. Ja, dat was het voorstel van de directie. De directie moest
besluiten om die roman uit te geven. Wij moesten advies uitbrengen en ons advies
was gunstig. - Heb je
Hermans toen nog geholpen bij het zoeken naar andere
uitgevers voor De tranen der
acacia's? Ja, misschien
was mijn vriendschap niet zo groot. Als je me nu vraagt, bij wie dan. De Bezige
Bij was een jonge enthousiaste uitgeverij en daar kwam ook alles uit wat nieuw
was. Reve is er tenslotte ook gedebuteerd met De
Avonden. Buiten de
Bezige Bij zat je meteen in Klootjesland, behalve Van Oorschot natuurlijk en
daar is Hermans ook terecht gekomen. Ja, ik weet het niet... Hij heeft het
mij ook kwalijk genomen. Het gekke is dat wat Hermans in omloop brengt ook bijna
literatuurhistorie wordt, terwijl niemand de werkelijkheid van zijn eigen
humeurigheid of gesteldheid scheidt. Ik bedoel, hij heeft voor mij ook niets
gedaan wat publicatiemogelijkheden betreft. En dat hoefde ook niet. Ik bedoel,
ik reken dat niemand aan, daar moet je zelf maar voor zorgen. - Wel een
wonderlijke vriendschap ,eigenlijk. Ja, maar ik
heb een keer tegen hem gezegd - we zaten toen op een terras op het
Rembrandtplein - "Wim, onze vriendschap is een vriendschap uit
wantrouwen". En toen keek hij op en zei niets. Door zijn zwijgen bevestigde
hij dat. - Je brochure
De gruwelkamer van W.F. Hermans
is toch eigenlijk zeer malicieus. Je bedrijft een soort psycho-analyse en
je vereenzelvigt Hermans met de hoofdpersoon uit zijn
boeken. Nou, dat is
niet psychoanalytisch. Ik vertel niets over zijn vader of zijn verhouding met
zijn vader. - Hier
schrijf je bijvoorbeeld: "De wraak die W.F. Hermans uitoefent en die in
ieder nieuw boek van deze schrijver wordt herhaald is, hoe banaal het ook moge
klinken, een wraak op zijn afkomst, op zijn vader die verantwoordelijk is voor
het ontstaan van de zoon, voor het naakte feit van zijn aanwezigheid op deze
aarde en verder voor de wijze waarop hem deze aanwezigheid in zijn jeugd werd
vergald. W.F. Hermans is een man die in zijn jeugd tekort is gekomen, zoals
iedereen, maar die in dit tekort niet heeft leren berusten. Hij is niet in staat
te vergeten." Dat noem ik
een visie die ter verklaring dient. De hele brochure is natuurlijk een aanval. - Je
vereenzelvigt Hermans ook met de hoofdpersonen uit zijn
boeken.. Ja,
vereenzelvigen. Hij portretteert altijd één en dezelfde figuur. Dat is niet
toevallig.. En als je dan later zo'n verhaal leest van De
elektriseermachine van Wimshurst, dan lees je over een jongetje. Dat staat
in de ik-vorm, als ik me niet vergis. Een schrijver kan dat nooit verzinnen als
hij dat niet uit eigen ervaring kent. En dan kun je zeggen, hij heeft dat
misschien aangedikt of geabstraheerd in zeker mate, maar je merkt ook aan de
toon dat het hem heel na aan het hart ligt - ook als eigen ervaring. Je kunt
dergelijke conclusies natuurlijk niet klakkeloos maken, maar het hele werk van
Hermans overziende, dit soort karakters en dit soort gevoelens die worden
uitgebeeld, dan kun je best daaruit concluderen dat daar een groot stuk
zelfportrettering in zit. Hermans heeft
trouwens zelf ooit geschreven: ik schrijf altijd hetzelfde boek, terwijl hij
toch zo'n grote kampioen van het verzinsel is en hij zich altijd zo sterk keert
tegen mensen die over hun - wat hij dan noemt - oninteressante ervaringen
schrijft. - Zo'n
persoonlijke aanval is toch een grof middel? Ja, vind je
dat? Ja, vergeleken met de middelen van Hermans. - Jij begon
ermee. Ja goed. Als
ik zeg: ik wou hem vóór wezen, betekent dat niet dat ik geen mening had over
de aanvallen die hij bijvoorbeeld op Charles heeft gedaan. Ik was met Charles
bevriend, maar niet zó nauw bevriend. Ik waardeerde zijn werk, maar ik liep er
ook niet zo totaal weg mee als andere mensen. - Maar je
wilt me toch niet vertellen dat je het eigenlijk een
onschuldige brochure vindt.
Nee,
natuurlijk niet. Het was bedoeld om hem te ontmaskeren. - Het was een
keiharde aanval. Ja? Nou
prima. Uitstekend! Hoera! Hoera! Het gekke is
alleen dat mijn brochure eigenlijk onder de tafel is gemoffeld door de tijd. Hij
is nooit herdrukt. Ik heb hem een jaar of twee geleden eens herlezen. Toen dacht
ik, góh, dat is helemaal niet zo slecht geschreven voor iets van dertig jaar
geleden. - Hoe is de
brochure toen ontvangen? Ja, ik kreeg
natuurlijk veel bijval - en dat beschaamde me een beetje - veel mensen die in
Hermans een engel des kwaads of een duivel zagen. Dat voedde mijn schuldgevoel
dat ik tegenover hem had. Als je iets schrijft en publiceert vind je het leuk
als dat dan geprezen wordt. Ja, aan de andere kant - ik heb net laten
doorschemeren hoe ambivalent ik ook tegenover die brochure stond. - Nog een
citaat uit de brochure. "Hij is een fascistische desperado, ook al is die omschrijving misschien een paradox, omdat de echte fascist in vereniging optreedt en zijn persoonlijke wrok tot een collectieve rancune heeft gemaakt. In zijn brochure tegen J.B. Charles stelt W.F. Hermans zijn rancune niet in dienst van een betoog, maar van een persoonlijke mythe. Nl. de mythe dat hij altijd gelijk heeft en niemand hem evenaart. Evenals de fascisten veracht hij de mens. Het blijkt zelfs uit de geïrriteerdheid van zijn schoolmeesterlijke geduld. Zolang wij nog niet in de gruwelkamer van W.F. Hermans leven, zullen wij de mens verdedigen en Hermans' methode ontmaskeren voor wat zij is: een terreurmethode."
Hoe kijk je er nu
tegenaan, na al die jaren? Nou, ik zou
dat woord fascistisch zeker niet meer hebben gebruikt en in zekere zin betreur
ik ook dat het erin terecht is gekomen, maar ik vind wel dat Hermans een zekere
terreur heeft verspreid. Hij heeft ook een soort naamroof gepleegd -
bijvoorbeeld tegenover mij, maar ook tegenover andere mensen. Ik heb ook gemerkt
dat jeugdige auteurs of jeugdig publiek die Hermans met hart en ziel zijn of
waren toegedaan - en dat zijn een paar generaties geweest en ik denk dat het nu
een beetje aan het veranderen is - alles wat ik zei alleen maar als uitingen van
rancune beschouwden of als iets dat verder niet van belang was omdat ik een
talentloos auteur was. Hermans heeft een aantal jeugdige generaties een maatstaf
van wrok en miskenning in de hand gedrukt, die aansluit bij de baldadigheid die
het Hollandse volkskarakter in hoge mate kenmerkt. - De
baldadigheid van adolescenten dan misschien? Ja, dat
zeker. Zo van, het is om te lachen als iemand wordt aangevallen, onttroond en
uitgescholden. En dat
Hermans vooral die jeugdige generaties zolang heeft aangesproken zegt iets over
de gesteldheid van die generaties die allemaal hebben geworsteld met dat
vaderconflict. Die wrok tegen de ouderen of tegen de voorgangers die het voor
het zeggen hebben en die posities innemen enzovoort. - Het lijkt
erop alsof je je miskend voelt en afgunstig bent
op het succes van Hermans. Misschien
voel ik me wel een beetje miskend. Hoewel, als die gevoelens bij me opkomen, dan
denk ik aan de lof die ik krijg voor wat ik schrijf van mensen die ik om te
beginnen sympathiek vind en wier oordeel ik ook in hoge mate op prijs stel. - Maar is
deze affaire nu een afgesloten hoofdstuk voor je? Nou, ja, dat
moet wel hè? Ik weet het niet. Ik heb wel altijd gedacht: zal ik niet
uitvoeriger over Hermans schrijven en al die boeken herlezen. Dan die hele zaak
gaan analyseren op de verdienste die het heeft maar ook op de zwakheden ervan.
Die zwakheden zijn voor mij vooral het schematische van de karakters, eigenlijk
op grond van de psychologie van Freud - veel verder komt Hermans niet. Dan het
slechte taalgebruik. Houterig, stijf taalgebruik, terwijl hij soms ook erg goed
schrijft. - Waarom doe
je dat dan niet? Ja, omdat ik
op mijn leeftijd meer met mijn eigen dingen bezig ben in een striktere
betekenis. Ik heb natuurlijk een leven waarin het een en ander gebeurd is, vol
verhalen enzovoort. - Daar wijd
je liever je krachten aan? Ja, ik denk
het, ja. Dit
interview is de neerslag van twee gesprekken met Adriaan Morriën die door het
VPRO-radioprogramma Boeken zijn uitgezonden op 13 en 20 november 1984. OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
|