|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
Spectator, 17-04-1982
"Nog liever met een orang-oetan op het scherm"
C.
Alleene
"'t
Valt nog mee dat u niet gekomen bent om te bomen," zegt Willem
Frederik Hermans, door Oscar de Wit ooit omschreven als de meest
gevierde, bewonderde, gevreesde en gehate schrijver van Nederland. Naast
hem
"'t
Valt nog mee dat u niet gekomen bent om te bomen," zegt Willem
Frederik Hermans, door Oscar de Wit ooit omschreven als de meest
gevierde, bewonderde, gevreesde en gehate schrijver van Nederland. Naast
hem Freddy de
Vree, zijn vaste begeleider in België, waar hij voor de
studenten van de R.U.G. en UFSAL een lezing houdt. Het
heeft me ettelijke brieven gekost alvorens de meester in een interview
toestemde. Na een kaartje met: "Ik heb helemaal geen zin in een
vraaggesprek", kwam drie weken later een kort briefje met het
jawoord. Hij
zit keurig in het pak, rookt
Gauloises en straalt een beetje nervositeit
uit. Voor hem ligt een piepklein fototoestel. "Fantastisch ding.
Kun je prima foto's mee maken. Heel handig", lacht hij. Hermans
springt blijkbaar even vlot om met de camera als met de pen. Een
staaltje daarvan: de voortreffelijke
omslagfoto van Nooit meer slapen.
"Benieuwd
hoeveel studenten er vanavond naar mijn lezing komen. Als er honderd man is, ben
ik al erg tevreden. Ik heb een primeur meegebracht. Over een uur lees ik een
onuitgegeven novelle voor.
Geyersteins
Dynamiek. Achteraf mogen er vragen worden
gesteld. Tenminste als ze daar zin in hebben." De
Vree steekt een Dunhill op en vraagt of hij mee mag luisteren. Dat mag. "Wat
drinken we? vraagt Hermans, eer je met je vragen komt aanzetten." Slok.
Hoe
bent u aan dat imago van een hooghartig en boosaardig iemand gekomen?
WFH:
Wie
Mandarijnen op zwavelzuur heeft gelezen, zal dat een beetje
begrijpen. Toch vreemd. Eigenlijk heb ik het allemaal neer geschreven om wat aan
de mensen te doen. Maar, ja, ze zijn zo eigenwijs dat ze de hand niet in eigen
boezem steken. Ze gaan liever in de
tegenaanval en declameren dat ik giftig, gemeen en ongenadig ben. Dat is onzin.
Na enkele minuten heb je dat toch al door. Of niet, soms? Toen
u in 1977 de
Grote Prijs der Nederlandse Letteren kreeg zei u in een
interview
met "Het Parool" dat u nogal wat waardering had voor België. Een
Belgenmop? WFH:
Ik denk niet dat België daar blij mee is. Maar ik hou van dit land. Ondanks al
die dwaze verhalen die ik dom en ongeloofwaardig vind. Welke
verhalen? WFH:
Nou ja... De Belgen krakelen graag onder elkaar, maar bloedvergieten is er nog
niet bij. België is gelukkig nog geen Libanon. Ik ben daar zowat een jaar
geleden geweest. Alles is daar aan flarden geschoten. Puin, puin en nog eens
puin. Je kunt er je nog nauwelijks vertonen, want uit iedere hoek wordt er
gevuurd. Natuurlijk zitten jullie met huizenhoge problemen. Soms wordt er
betoogd, gooien ze al eens een raam in en hangt er traangas over de straten.
Maar iedereen kan nog ongestoord zijn pilsje drinken of een sigaretje rollen. Zo
mag ik het graag. Verder ben ik gek op het Belgische landschap, al wordt daar
nog zoveel over geëmmerd. Jullie platteland is op een interessante manier
lelijk. Er zijn ontzettend veel landen met een lelijke urbanisatie. Ik denk aan
enkele Zuid-Amerikaanse landen, maar evengoed aan Europa. Soms doet België me
een beetje aan Ierland denken, een land dat ik in mijn hart draag. België is
mooi door zijn lelijkheid. In sommige buurten worden nieuwe gebouwen opgetrokken
en blijven oude krotten overeind. Die worden dan doorgaans met enorme affiches
dichtgeplakt. Verbazingwekkend. Als ik van Parijs naar Brussel spoor, kom ik
altijd in een fascinerende streek met oude fabrieken terecht. Hoge schoorstenen
en vermoedelijk antieke machines in die oude panden. Interessant... In
1973 nam u ontslag als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen om u als
schrijver in
Parijs te vestigen. Waarom precies Parijs? WFH:
Mensen van mijn generatie voelden zich sterker tot Parijs aangetrokken dan
mensen van nu. Er waren toen meer belangrijke Franse schrijvers. Nederlanders
voelen zich in tegenstelling tot de Belgen niet direct verwant met de Franse
cultuur. Frans blijft voor Nederlanders een heel vreemde taal. Toen ik op school
zat, liep het onderwijs in het Frans op krukken. Ik kreeg Frans van iemand die
de taal nauwelijks kende. Dat was woordjes uit een boekje uit het hoofd leren.
Ik vond dat toen verschrikkelijk. Voor Frans kreeg ik amper een voldoende. Toen
ik veertien was kende ik Frans genoeg om het te lezen. Op die manier ontdekte ik
Baudelaire en Stendahl, twee schrijvers die me enorm interesseerden.
Zo is mijn interesse voor de Franse hoofdstad gegroeid en nam ik me in
1973 voor om daar te gaan wonen. Vóór '73 heb ik af en toe wel sporadisch in
Parijs verbleven. Ik heb er nu nog geen spijt van. Parijs blijft voor mij dé
stad. Ik
ben erg op me zelf aangewezen. Het gebeurt dat ik dagenlang de deur niet uitkom.
Als ik ergens anders zou wonen waar de buitenwereld me niet interesseert zou ik
nooit meer uit mijn huis kruipen. Maar als ik door Parijs kuier, zie ik altijd
wel iets dat leuk of interessant is. Maarten
't Hart is ervan overtuigd dat een schrijver in Nederland geen succes wordt
gegund. Is dat zo? WFH:
Dat is overal zo. Zelfs toen "t Hart nauwelijks gelezen werd keek men al
kritisch tegen hem aan. Nu zijn succes alles overtreft krijgt hij wrange
kritieken, die hij niet verdient. Er
is in de jongste tijd veel te doen over de literaire kritiek. Wolkers heeft
enige tijd geleden Carel Peters van "Vrij Nederland" hard aangepakt en
hem verweten dat hij zijn boek Brandende liefde nauwelijks heeft gelezen.
U hebt ook geen hoge pet op van een kongsie recensenten die in Nederland de
dienst uitmaken. WFH:
De meeste critici vind ik nogal laaghartig. Ik zal me dan ook wachten om me in
hun motieven te verdiepen. Om
het dan nog niet te hebben over het geouwehoer waarmee heel wat recensenten dag-
en weekbladen teisteren. WFH:
Toch is dat voor schrijvers ontzettend leuk. Doorgaans zijn die polemieken
alleen maar hol gelal, Omdat de heren de boeken waarover ze het hebben niet
gelezen of niet begrepen hebben. Polemiek is alleen maar boeiend als daar wat in
gezegd wordt. Elk
goed boek vergt van een schrijver een grote dosis energie. Zo heeft u vijf jaar
aan
Onder professoren gewerkt. Loont het allemaal wel de moeite als u met
de financiële consequenties rekening houdt? WFH:
Dat zijn dingen waar ik als schrijver nauwelijks over nadenk. Daar kan ik met
andere woorden weinig over kwijt. Het valt me op dat critici en journalisten me
zelden iets vragen over de personages van mijn romans. De meeste kritieken gaan
ook niet over de figuren uit mijn boeken, maar over mijn creativiteit en hoe een
roman of een verhaal precies ontstaat. Zelfs
als ik wist hoe dat allemaal in zijn werk gaat, zou ik het nog niet vertellen.
Dat is mijn fabrieksgeheim. Kan
negatieve kritiek de verkoop van een boek afremmen? WFH:
Hangt er van af wie die kritiek schrijft. Als ik iets negatief beoordeel is dat
zo goed gefundeerd dat zoiets een omgekeerd effect heeft. Negatief wordt
positief, zoals in de fotografie. Mensen die een boek lezen trekken zich
doorgaans geen laars aan van de kritiek. Als er een nieuw boek van 't Hart uit
is, staan er de dag daarop duizenden mensen in de winkel. Die lezen niet eerst
wat Peeters of Goedegebuure er van vindt. Kom nou... Er
waren veel moeilijkheden eer u akkoord was om aan het V.P.R.O.-programma
"De Letteren" mee te werken? WFH:
Er waren helemaal geen moeilijkheden. Alles wat daarover verteld is maakt deel
uit van een lastercampagne. Geen enkele krant heeft de waarheid geschreven. Ik
geef u een prachtige primeur. Wat is er gebeurd? De V.P.R.O. is een uitermate
linkse omroep en had vermoedelijk de bedoeling mij ergens in te luizen. De
mensen van deze omroep weten goed dat ik niet links ben. Toen
Harry Mulisch nog
dat programma leidde, hadden ze mij al gevraagd. Ik heb toen neen gezegd, omdat
ik vond dat Mulisch het voorzitterschap van "De Letteren" niet moest
waarnemen. Een groot auteur als Mulisch moet geen tv-programma's maken. Zeg nu
zelf, het is toch ondenkbaar dat iemand als Samuel Beckett een tv-programma zou
presenteren. Dat is waanzin.
Beckett laat misschien een keer in vijf jaar voor behoorlijk wat poen zijn
neus zien en verdwijnt dan weer. Terecht overigens, want praten is helemaal
anders dan schrijven. Ik heb Mulisch gezegd dat hij te goed was voor zo'n
tv-programma en ik niet van plan was hem te steunen door mijn aanwezigheid in
"De Letteren". Een jaar later is Harry tot het besef gekomen dat ik
eigenlijk gelijk had en hij is ermee gestopt. Ofschoon andere schrijvers daar
anders over denken. Ik heb me laten vertellen dat Maarten 't Hart geregeld op de
buis te zien is. De kijkers moeten naar verluidt altijd hard om hem lachen,
omdat hij zo'n rare piepstem heeft. Terzake
nu. Begin oktober vroeg de V.P.R.O. me weer voor "De Letteren". Ook
uitgever Schouten zou in deze uitzending zitten. Schouten is mijn aartsvijand,
is altijd in de olie en heeft als ex-directeur van de Bezige Bij belet dat mijn
jeugdwerk door deze uitgeverij gepubliceerd werd. Wat had ik er nu voor
boodschap aan om met zo'n man in een tv-programma te zitten? Ik heb toen
geantwoord dat ik daar niet eens aan dacht, omdat ik nog liever met een
orang-oetan
voor de camera's zou verschijnen. De V.P.R.O. bleef emmeren over een uitgever in
"De Letteren". Nu heb ik veel vijanden onder uitgevers. Een ervan is
Van Oorschot. Met die kerel wou ik ook niet in een panel zitten. Om dat alles te
vermijden heb ik geëist dat de V.P.R.O. me schriftelijk zou bevestigen wie in
de uitzending zou zitten en mijn honorarium vooraf uitgekeerd zou worden. Dat
was geen probleem. De opname was gepland op 5 november en drie dagen voordien heb
ik nog niets ontvangen. De ochtend van 5 november kreeg ik een telegram met de
deelnemers en mijn honorarium. Ik zou o.a. met Fens en Gomperts spreken. Er was
geen uitgever voorzien. Dat vond ik prima. Ik had geen enkel bezwaar en stapte
meteen in het vliegtuig naar Schiphol. Grote verrassing in Bussum, waar niemand
mij nog verwacht had en er al andere gasten voor de uitzending waren
uitgenodigd. Door
die volstrekt krankzinnige manier van handelen wilde Fens niet mee doen.
Gomperts wou nog wel. Als vervangers waren er Harry Mulisch en
Geert
Lubberhuizen van de Bezige Bij. Maar ik wou niet met Mulisch aan tafel. Niet dat
het mijn doodsvijand is hoor... Toen het inmiddels acht uur was geworden dacht
ik "vooruit met de geit" en ben ik uiteindelijk met Mulisch en
Lubberhuizen in "De Letteren" gekomen. Zo zat dat. Uiteindelijk
kwam al dat gedonder van de onzorgvuldige organisatie van de V.P.R.O. Mijn
schuld was het niet. Integendeel, ik ben altijd heel aardig geweest. Naderhand
hebben enkele kranten me de huid vol gescholden. Dat ben ik gewoon. Dat schijnt
hun trauma te zijn. In
een lezersbrief in "Haagse Post" schrijft u dat u uitgever
Van
Oorschot geen goed man vindt. Heeft u slechte herinneringen aan hem? WFH:
Aanvankelijk vond ik Van Oorschot een aardige man. Na enkele jaren ben ik echter
tot de ontdekking gekomen dat hij niet deugt. Ik heb twaalf jaar tegen hem
moeten procederen om bepaalde dingen die hij verkeerd deed opnieuw glad te
strijken.
Sindsdien heb ik niets meer met hem van doen. U
verwijt de Nederlandse letteren dat er geen concept in zit en alles
teruggebracht kan worden tot
autobiografische en pseudo-biografische
schetsen. WFH:
In de meeste Nederlandse boeken zit geen concept. Wolkers, Reve, 't Hart
schrijven nog louter autobiografisch met een beetje fantasie er bovenop. Dat
vind ik fout. Reve kon ik aanvankelijk nog waarderen. De Avonden is
netjes in vakjes opgesplitst en goed gestileerd. Zijn brieven en archiefboeken
vind ik ondermaats. Wat
vindt u van het taalgebruik van jonge auteurs? WFH:
Afschuwelijk... Vooral de critici hebben er een handje van om termen uit
Amerikaanse magazines in krukkerig Nederlands om te zetten. Wat een armoede!
Het Engelse woord exhaustive (volledig, finaal) wordt in Nederland
"uitputtend". Daar wordt iets uitputtend behandeld... Als iemand me
zegt dat hij iets uitputtend heeft behandeld, antwoord ik meteen: "Ik voel
me kiplekker, dat heeft me helemaal niet uitgeput." Waarom niet schrijven
"volledig" of "compleet"? Onderschrijft u de theorie dat een auteur van eerste garnituur zich van andere schrijvers onderscheidt door het creëren van taal? WFH:
Dat is een listige poging om mijn fabrieksgeheim te ontsluieren. Daar vertel ik
niets over. Wie volgt? Waarom
hebt u indertijd uw alter ego
Age Bijkaart in het leven geroepen? WFH:
Ik heb zelden zo'n grote fan als Age Bijkaart gehad. Hij stond bij nacht en
ontij achter me. Op die man kan ik een kerk bouwen, dat weet ik. Hoe
reageert u als één van de slachtoffers van uw scherpe polemieken u onverwacht
tegen het lijf loopt? WFH:
Mijn slachtoffers verschijnen niet meer onder mijn ogen. Als ze me zien zetten
ze de sokken erin. Toen ik tijdens het afscheidsfeest van de voormalige Bezige
Bij directeur Geert Lubberhuizen opeens Cees Buddingh zag, ben ik naar hem
toegegaan. Intussen was zijn "Dagboeknotities" herdrukt en weer
stonden daar dezelfde fouten in als in de eerste druk. Ikzelf corrigeer altijd
de drukproeven.Toen ik dat tegen Buddingh zei mompelde hij wat... Ik zal je
niet vertellen wat. Daar heeft hij auteursrecht op. Werkt
polemiseren stimulerend? WFH:
Op wie? Op
u. WFH:
Neen. Ik word eerst geprikkeld en dan schrijf ik een stukje over iemand.
Tenminste als ik dat de moeite waard vind. Polemiek leidt me eigenlijk af van dingen die belangrijk zijn. Wel
schrijf ik zo'n scherp stukje met plezier. U kunt het vergelijken met Rembrandt
die in plaats van een doek, liever het plafond schildert. Kunt u zich dat
voorstellen? Leest
u wel eens een Vlaamse auteur? WFH:
Onlangs nog een verhaal van Patrick Conrad gelezen. Goed concept, degelijke plot
en verrassende ontknoping. Waar
staat u in termen van links en rechts? WFH:
Ik ben verschrikkelijk rechts. Toen ik in Brussel aan enkele vreemde bouwvakkers
de weg vroeg, keken die me aan alsof ze me wilden opvreten. Ze zaten achter een
soort kippengaas. Ze konden niet bij me. Gelukkig maar... Sommige mensen moeten
nu eenmaal achter hekken worden opgesloten. Wat
betekent rechts voor u concreet? WFH:
Niet zoveel... Ik ben wel van mening dat niet alle mensen evenveel praatjes
moeten krijgen. Dat veroorzaakt ontzettend veel tijdverlies. Daar komt niets
goeds uit voort. U
staat zelden
interviews toe? WFH:
Ik ben de meest geïnterviewde man van heel Nederland. Iedereen wil me voor de
microfoon sleuren, omdat mijn antwoorden altijd zo grappig zijn. Dat hoort u
toch zelf. Pleit
u voor een wetenschappelijke vorming van de auteur? WFH:
Denkt u aan een bepaald schrijver... Niet
bepaald. WFH:
Wat bedoelt u dan? Dat
een schrijver met een zekere vorming meer moreel gezag heeft. WFH:
Ik hoop het, maar het is lang niet altijd zo. Het is een kwestie van mode. Het
is een tijdlang "in" geweest om schrijvers zonder scholing te
vereren. Het is een op en neergaande beweging. Hoe de situatie op het ogenblik
is, zou ik onmogelijk kunnen zeggen. Ik heb natuurlijk een scholing achter de
rug, maar of dat voor mijn lezers aantrekkelijk is weet ik echt niet. Ik zeg dat
niet om op te scheppen. Maarten 't Hart is b.v. doctor in de biologie. Dat is
toch wel iets anders dan Jan Cremer of Jan Wolkers. In de romans van 't Hart
merk je daar weinig van. Hij heeft het wel over intellectuelen, maar de inhoud
van zijn boeken is niet ingewikkeld. Uw
vroegere werken laten u nauwelijks met rust. Als een boek
herdrukt wordt brengt u bijna altijd correcties aan en herwerkt u soms
bepaalde passages. Heeft het te maken met uw drang naar herschrijven? WFH:
Herschrijven is er niet bij. Soms wijzig ik wel eens een woord. Meer niet. Een
schrijver die naar zijn boeken niet meer omkijkt zit fout. Een boek is nooit
helemaal af of goed. Het gebeurt dat ik 's avonds laat mijn vroeger werk met een
zeker genoegen herlees. Dan merk ik soms dingen die me niet meer zinnen. Zo
simpel is dat. Dat sommige schrijvers hun werk niet corrigeren heeft met luiheid
te maken. Alles kan altijd beter. Soms denk ik als ik nu even opnieuw aan een
boek begon en het driemaal zo dik maakte. Er zijn twee soorten schrijvers... Let
goed op, want hier vertel ik iets exclusiefs. Eerst nog even een pinda... Ik
wacht met spanning... WFH:
Er zijn auteurs die schrijven en schrappen. Een andere categorie bestaat uit
schrijvers die er een hekel aan hebben iets te wijzigen. Die plakken er steeds
maar stukjes tussen. Ik behoor tot die tweede categorie. Proust heeft ook op die
manier gewerkt, ofschoon ik me verder met hem niet wil vergelijken. Zijn
manuscripten stonden vol pijltjes en waren collages van allerlei papiertjes
met wijzigingen. Dat werkprocédé heb ik voor
Nooit meer slapen
toegepast. Het boek is er naderhand beter op geworden. Ik hoefde dat echt niet
te doen, want iedereen vond het al vanaf de eerste druk goed. De
oorlog speelt een niet te onderschatten rol in uw romans en verhalen. WFH:
Ik wil daar niet veel meer over kwijt, omdat iedereen me daar vragen over stelt.
Het fenomeen oorlog boeit me wel. Dat mensen zo gek worden is een raadsel voor
me. Nederlandse
recensenten en uitgevers hebben het vaak over het stuntelige taalgebruik van
Vlaamse schrijvers, terwijl u daarentegen heel wat opmerkingen heeft over de
taal van sommige Nederlandse auteurs. Bent u voorstander van een afzonderlijke
Vlaamse taal, of moeten Vlamingen zich voor hun taal op het Noorden richten? WFH:
Dat is ontzettend ingewikkeld. Wat ik daarover zeg wordt meestal verkeerd
begrepen. Ik ben van mening dat een Vlaamse romancier de taal mag schrijven die
hij spreekt, maar hij mag niet teleurgesteld zijn als zijn taal als dialect
wordt omschreven. De meeste schrijvers voelen zich dan beledigd. Er worden
veel Vlaamse boeken in Nederland gelezen en de meeste, vooral oudere lezers,
vinden dat Vlaams heel leuk. Het sappige taalgebruik van Felix Timmermans vinden
ze in Nederland geweldig. Langzamerhand is bij de Vlaamse auteurs de neiging
gegroeid om algemeen beschaafd te gaan schrijven en hadden ze er niets op
tegen als hun boeken door Nederlanders werden gecorrigeerd. Hierdoor kreeg
de Vlaamse literatuur in Nederland een ander publiek dan het publiek dat
eertijds Timmermans las. Willem Elsschot verwierf in Nederland op die manier een
intellectueel publiek. Hij werd in Holland au sérieux genomen. Dat is een
gevolg van het feit dat zijn boeken van Vlaamse uitdrukkingen werden ontdaan.
Elsschot heeft bovendien een tijdlang in Rotterdam verbleven en had een
Nederlandse vriendin die aan zijn manuscripten sleutelde. Ook Greshoff heeft
zijn teksten bewerkt. Er is een duidelijk verschil in stijl tussen de brieven
van Elsschot en zijn officiële romans. Zijn brieven zijn veel Vlaamser. Eigenlijk
zijn Nederland en Vlaanderen zo klein dat het absoluut geen zin heeft om van
twee soorten Nederlands te spreken. Er mag wat mij betreft best een Vlaamse
variatie bestaan, want ook in Nederland zijn er verschillende provinciale
schakeringen. De
meeste Vlamingen willen een Nederlandse standaardtaal, maar als er soms iets
geschreven wordt dat in de oren van een Hollander vreemd klinkt en de auteur
daarop gewezen wordt is het hek van de dam. Zo'n opmerking wordt als een
belediging ervaren. Dat is niet verstandig. Het
gebruik van het Nederlands is de voorbije vijftig jaar in België enorm
verbeterd. Toch zijn er nog grote verschillen. Ontoelaatbare zinconstructies,
die letterlijk uit het Frans zijn vertaald en in Vlaanderen een eeuwenoude
traditie hebben. Sommigen kunnen zich daar moeilijk los van maken. In Vlaanderen
worden soms woorden gebruikt die in Nederland archaïsch klinken, maar correct
Nederlands zijn. Er is eveneens een wisselwerking tussen beide landen, dat
gebeurt via radio en televisie. Toen
ik op het gymnasium zat werd er een onderscheid gemaakt tussen Vlaamse en
Nederlandse literatuur. Als in een Vlaamse tekst het woord stiel voorkwam, wist
ik niet wat dit betekende. Toen legde de leraar uit dat stiel stond voor
ambacht. Nu staat dat woord in tal van Nederlandse kranten. Zo zijn er nog meer
voorbeelden. Onder
de verzamelnaam "column" is in Nederland een opmerkelijke variatie van
literaire vormen opgebloeid. Wat vindt u van het niveau van deze krantenstukjes? WFH:
Er zijn leesbare en minder leesbare chroniqueurs. Het verschil met veel
buitenlandse columnisten is dat hun taalgebruik veel bloemrijker is. Je leest
natuurlijk ook wel Nederlands bij hen. Karel van het Reve en
Renate
Rubinstein.
Renate schrijft beter dan Nuis. Toch is het nooit briljant, het is nooit
vlinderlicht. Ik vind dat die mensen te veel publiceren. Komrij? WFH: Is
de column een volwaardig literair genre? WFH:
Natuurlijk niet. Het is een grapje. Een Bijkaartwerkje. Zelf vond ik het leuk om
die dingen te schrijven, want je kunt er alle kanten mee uit. Reageren op de
uitlatingen van een politicus, enz... U
houdt toch van Carmiggelt? WFH:
Hij is een van de weinigen die het genre feilloos beheerst. Maar
Carmiggelt heeft te veel moeten schrijven. Hij is in Nederland werkelijk
uitgemolken. De
tranen der acacia's hebt u later ingrijpend gewijzigd. Niet tevreden over de
eerste versie van het boek? WFH:
Echt ingrijpende wijzigingen zijn er niet geweest. Ik heb vooral taalkundige en
stilistische correcties aangebracht. Het
Parijse milieu, valt u naar
vroegere interviews te oordelen best mee? WFH:
Ik kan er vrij ademen. Dat geldt niet voor iedereen, want sommige kunstenaars
voelen zich er geïsoleerd. Er waren een heleboel zaken die me in Amsterdam
ergerden, daar heb ik nu geen last meer van. Ik loop in Parijs (geen) vervelende
stoethaspels tegen het lijf. Dat draagt bij tot mijn geluk. Maar ik zou ook
elders kunnen gaan wonen... In
België? WFH:
Vroeger hadden getrouwde mannen meestal een maîtresse in jullie land wonen.
Het is natuurlijk heel wat anders om die nu nog te gaan opzoeken. Daar gaat het
allemaal niet om. In Parijs leef ik helemaal van mijn pen en van niets anders.
Daar vertel ik liever niets over. Volgt
u nog nauwlettend de Nederlandse actualiteit? WFH:
Alleen als er iets over mij geschreven wordt krijg ik nog wel eens een knipsel.
Verder niets. Bent
u aan nieuw werk bezig? WFH:
Dat is een vraag waar ik geen antwoord op geef. Ik ben nooit aan nieuw werk
bezig, maar op een dag kom ik daarmee voor de draad. Ik ben nooit aan het
schrijven, zie je me schrijven...? Sommige
Nederlanders beweren dat u in Frankrijk woont omdat het er voor een schrijver
financieel interessant is. WFH:
Als ik hier alle laster moet behandelen die over mij wordt verteld, kom ik
vanavond niet meer in mijn bed. Dan zitten we hier morgen nog. Opmerkelijk
dat u vrijwel altijd literaire prijzen heeft geweigerd WFH:
Als ik een prijs van
koning Boudewijn krijg, accepteer ik hem altijd. Aardige
man, die Boudewijn. Toen ik enkele uren geleden samen met
Freddy de Vree voorbij
het koninklijk paleis reed heb ik even naar hem gezwaaid. Boudewijn was thuis
want de vlag wapperde op het paleis. Moet
een auteur over een degelijke dosis psychologische kennis beschikken om
geloofwaardige personages te kunnen creëren? WFH:
Psychologische kennis bestaat niet. Of denkt u dat ik tien psychologische boeken
lees, excerpeer en pas dan een verhaal schrijf? Neen. Het verschil tussen een
auteur met en een auteur zonder psychologisch inzicht, is dat de eerste op zijn
lezers de indruk maakt dat hij er alles van afweet. Een auteur schept een
personage. Als hij dat goed doet krijgt de lezer de indruk dat zijn personages
werkelijk bestaan. Dat is een mooi slot voor dit interview. Nog
één vraag. WFH:
Dit gesprek heeft al veel te lang geduurd. Vooruit. Waarom
zo'n haast? WFH:
Ik word moe... Jeroen
Brouwers verwijt Maarten 't Hart dat hij in zijn boeken te weinig belang aan de
vorm hecht, terwijl 't Hart van mening is dat wie te veel het concept van een
boek benadrukt niet spontaan meer schrijft. Wie haalt volgens u in deze
discussie gelijk? WFH:
Ik begrijp niet dat zoiets tussen beide auteurs een dispuut kan worden, omdat
het twee schrijvers van het autobiografische of semi-autobiografische genre
zijn. Als je daarin te veel vorm gaat leggen wordt het erg moeilijk. Dat is voor
mij geen punt, want ik zuig alles uit mijn duim.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |