|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
IJmuider Courant, 10 augustus 1985
W.F. Hermans: in Groningen was ik van ellende doodgegaan
'Ik wil literatuur als een kerk bouwen of
desnoods als een gevangenis'
door
Ed van Eeden
Mijnheer Hermans, in 1969 zei u in een interview: 'In Parijs
wonen is iets typisch Nederlands, de mislukte vlucht uit wat
ze provincialisme noemen. Ik ga in Parijs wonen en dan ontkom ik eraan -
dat is onzin'. Vier jaar later ging u zelf naar Parijs.
WFH: Maar er is mij geen andere uitweg
overgebleven. Ik heb in het provinciaalste van het provinciale, Groningen,
twintig jaar gewoond. Verder zonder bezwaar, maar ja, het was niet mogelijk om
daar te blijven. Ja, het was wel mogelijk geweest, maar dan was ik van ellende
dood gegaan. Ik ben niet in Parijs gaan wonen om het provincialisme te
ontvluchten, maar doodeenvoudig omdat het een prettige stad is om te zijn.
U woont dan wel in Parijs, maar u blijft gericht op Nederland, door
lezingen daar, verschijningen op televisie en...
Nou, een enkele keer, ja. Ik
ben gemiddeld niet vaker dan één keer in het halfjaar een dag in Nederland.
En hoe is om daar dan weer te zijn?
Akelig, eigenlijk. Ach, de
mensen zijn wel heel lief en vriendelijk voor me, maar... Zo'n stad als
Amsterdam, dat is zo'n verschrikkelijke varkensstal geworden, dat is echt
beschamend. En u heeft kunnen zien dat hier, in Parijs, de straten tenminste nog
behoorlijk aangeveegd worden. In Amsterdam niet meer.
Bent u nu Nederlander, Fransman of 'Internationalist', hoe
ziet u zichzelf?
Als een Nederlandse auteur.
Ik schrijf al vanaf mijn vierde jaar Nederlands.
Maar buiten het feit dat iemand 'woont in zijn taal', zoals
Canetti zegt, vóelt u zich nog Nederlander?
Nou, Nederlander, ik weet het eigenlijk niet precies: ik schrijf in het
Nederlands en probeer dat zo goed mogelijk te doen. Verder interesseert het me
niet zoveel wat er in Nederland gebeurt. Het is een avontuur op zichzelf om
schrijver te zijn in een land als Nederland, dat absoluut geen literaire
traditie heeft. Het is werkelijk haast uniek. In Nederland is eigenlijk geen
enkel echt klassiek boek, en in sommige tijden
Dus de Nederlandse poëzie is ook onder de maat?
Ja, die vind ik helemaal
niet zo goed als altijd gezegd wordt. Gorter vind ik saai, dat is ook niet iets
dat je voor je plezier leest. Er zijn mensen die zo'n afschuwelijke rijmelaar
als Dèr Mouw een belangrijk dichter vinden, maar dat is geknars en gepiep en
heeft absoluut niets met met poëzie te maken. Bloem is onoorspronkelijk en
Leopold en Roland Holst zo moeilijk. Ik bedoel: als iemand gedichten wil maken,
goed, maar dan niet precies als wanneer iemand een schaakwedstrijd wil winnen en
daarom zelf de regels gaat bedenken. Zo gaat het in Nederland met het dichten:
ga maar een móeilijk gedicht maken, allemaal móeilijke sonnetten. Dat is heel
moeilijk, want je moet dan wel vier keer met dezelfde rijmklank werken! Dus wat
doe je dan? Dan ga je allemaal woorden zelf verzinnen en woorden die te lang
zijn, daar kap je gewoon een lettergreep af... Op die manier is er geen pest
aan! Het is allemaal ofwel heel gekunsteld, ofwel zonder enige diepgang.
En de moderne dichters dan, een Lucebert of Vroman?
Vroman? Ach, dat is ook
allemaal veel en veel te veel, hè? En Lucebert... Er zijn heel wat gedichten
van Lucebert die ik wel met grote bewondering heb gelezen. Iemand als Baudelaire
was niet alleen een groot dichter, maar ook een groot kunstcriticus: een man die
ook revolutionaire ideeën had en in de toekomst kon zien en daar prachtige
essays over kon schrijven. Maar in Nederland heb je zo dikwijls van die mensen
die zeggen: 'Nou heb ik tien of twintig gedichten geschreven en nou moet ik voor
mijn boterhammetje nog even een stukje voor de krant schrijven, maar daar doe ik
mijn best niet zo op'. Dat vind ik ontzettend.
Voelt u zich een balling, hier in Parijs?
Ach welnee, allang voor ik
hier woonde kwam ik hier vaak.
Maar heeft u veel contacten, met Franse schrijvers bijvoorbeeld?
Nee, nee, dat heeft geen
zin. Ik heb daar geen behoefte aan, maar ik had in Groningen ook geen contact
met mensen. En in
En met andere dingen: vroeger had je de Veluwe, daar kon je aangenaam en
rustig wandelen. Nu glijd je uit over de patates frites-tentjes. En Terschelling
en Texel, daar kun je toch niet meer zijn! Ik heb in 1951 al gezegd, toen waren
er elf miljoen Nederlanders, dat het land overbevolkt was en dat iedereen
dreigde te stikken. U kunt dat lezen in mijn roman Ik heb altijd gelijk.
Nu wonen er veertien-en-een-half miljoen mensen: er wordt niet naar mij
geluisterd. In plaats van te zeggen: 'Ja, u hebt groot gelijk!', en in ieder
geval geen immigratie meer toe te staan, maar nee, er is niet alleen een
geweldig hoog geboortecijfer, maar dan ook nog eens veel immigranten. Het land
is onbewoonbaar geworden.
U heeft zich nooit erg lovend uitgelaten over de beleidsmakers, in Klaas
kwam niet schreef u: 'Nederland, land waar de
autoriteiten er een soort eer in stellen nooit iets te lezen
en menen hun populariteit niet beter te kunnen vergroten dan door op cultuurgebied de boerenkinkel uit te hangen.' Is dat
exemplarisch voor de politiek?
Ja natuurlijk! Moet u eens
horen, ik heb een paar maanden geleden een lezing gehouden, Relikwieën en
Documenten, bij de opening van het Letterkundig Museum. Daar werd ook een
lezing gehouden door die minister Brinkman, die zich met dat soort zaken moet
bezighouden. Nou, die man begon uit te pakken over de achterban, het budget en
al dat soort platvloersigheden. Dat lijkt me een man die nooit van zijn leven
een boek leest, en ook geen enkel idee heeft wat nu de eisen zijn als in een
beschaafd land een minister een dergelijke culturele instelling opent. Niet dat
al die Franse ministers die toespraken allemaal zelf kunnen schrijven, maar ze
zoeken tenminste iemand uit die een mooie feestrede schrijft. Maar iemand die
bij zo'n gelegenheid gaat zaniken over de achterban, de centen en dergelijke,
dat is toch ongelofelijk!
En het cultuurbeleid?
Het subsidiëren van
schrijvers loopt op niets uit. Ik geloof dat iedereen die wil schrijven in
Nederland wel een baantje kan vinden, zodat hij in zijn vrije tijd kan
schrijven. En als hij niet van plan is zijn vrije tijd op te offeren aan zijn
schrijverschap, dan moet hij gaan voetballen of zo.
Dus een schrijver moet er een betalende baan bij hebben?
Natuurlijk! Ik heb zelf toch
ook twintig jaar een betalende baan ernaast gehad?
Maar een huisarts valt dan al af als schrijver, die heeft
normaal gesproken geen tijd.
Een huisarts moet ook
helemaal niet schrijven, dat lijkt me slecht voor zijn praktijk. Ik zou zelf
geen huisarts nemen die daarnaast schreef, zo'n man moet 24 uur per dag huisarts
zijn.
Wat verwacht u van een literaire kritiek op een van uw
boeken?
(Veert op) Aha! Dat is een heel
interessante vraag! Daar verwacht ik ten eerste van, meneer, dat de mensen niet
dingen lezen in mijn verhalen die er niet in staan. En verder hoop ik dat ze het
net zo mooi vinden als ikzelf, want als ik het zelf niet mooi vond, zou ik het
niet publiceren.
Het ene verhaal kan natuurlijk mooier of minder mooi zijn
dan het andere.
Ja, maar de critici moeten
wel de moeite nemen om goed te lezen wat er in staat, en dat gebeurt soms niet.
Waarom dat zo is, is natuurlijk iets dat geen enkele schrijver naast zich neer
kan leggen, want je bent altijd geneigd te denken dat het je eigen schuld is, al
zal je dat in het openbaar niet toegeven. Zowel in een kritiek als in een roman
als in een polemiek moet alles wat je gaat beweren goed voorbereid zijn. Zo is
Du Perrons pamflet Uren met Dirk Coster niet
te lezen als je het werk van Dirk Coster niet kent, en dat werk is zó
verschrikkelijk vervelend, daar kom je gewoon niet toe. Terwijl Multatuli's stuk
Bosscha's Pruisen en Nederland te waarderen is zonder dat je Bosscha's boek
ooit hebt gelezen. Dat moet ook gelden voor een kritiek.
(In het gesprek over
invloeden op hem en zijn ideeën stelt Hermans zich uiterst terughoudend op. Hij
ontkent minzaam zich met enigerlei levende schrijver verbonden of verwant te
voelen en zegt op mijn conclusie dat hij ook daar een eenling is: 'Men moet óf alléén zijn, óf helemaal niet zijn'. Na dit
gezegd te hebben kijkt Hermans zelf wat verbaasd en knikt vervolgens goedkeurend
naar de draaiende cassetterecorder).
In uw vroege werk was er sprake van personages die de chaos
van de werkelijkheid ervoeren. In het latere werk wordt die
ervaring ook geprojecteerd op de lezer: er is geen houvast
meer voor een éénduidige interpretatie.
Dat ben ik niet met u eens.
In De Zegelring bijvoorbeeld is in het verhaal geen enkel personage dat
precies van de gebeurtenissen op de hoogte is, maar dat is de lezer wél! Nu
blijkt dat sommige lezers zich in de war laten brengen door de personnages, maar
de aandachtige lezer kan toch precies weten wat er gebeurd is.
Om de chaotische werkelijkheid weer te geven, grijpt een
aantal postmodern genoemde schrijvers naar een bewust chaotische structuur van hun werk. U heeft daar niet voor
gekozen.
Nee, natuurlijk niet, ik zou
er niet over denken. Ik geloof dat dat ook niets anders kan zijn dan een
steriele poging om oorspronkelijk te lijken. Maar oorspronkelijkheid is alleen
daar nodig waar het bestaande niet genoeg is. Literatuur is zoiets vreselijk
ouds, alles is al eens, ooit ter wereld, geprobeerd. Zelfs het perfecte imiteren
van een bestaande stijl is een hele prestatie. Als de theologische en
filosofische inzichten veranderen, is het ondenkbaar dat dat geen weerslag heeft
op de romankunst. Het leven in onze eeuw is niet chaotischer dan twee, drie
eeuwen geleden, en is op veel gebieden zelfs veel geordender. Ik kan dus geen
reden bedenken waarom de roman dan wel chaotisch zou moeten zijn.
U besteedt veel tijd aan de fotografie: wat is de relatie
tussen schrijven en fotograferen?
Naar mijn gevoel is het dit:
in de Nederlandse literatuur is het zeer gebruikelijk om omgevingen, het weer
buiten, de bomen, de huizen, enz. uitvoerig te beschrijven, terwijl het voor mij
in de literatuur in hoofdzaak om mensen moet gaan. Die neiging om de omgeving te
beschrijven heb ik ook. En ik dacht: als ik daar nu maar foto's van maak, dan
kan ik die neiging uitleven in de fotografie en dan hoef ik mijn proza er niet
meer mee te verdunnen.
Komt er ooit eens een tentoonstelling of boek met uw fotografisch werk?
Het is vrijwel zeker dat er
volgend jaar bij mijn uitgever een fotoboek gaat uitkomen met foto's van mij. En
dat zal wel gepaard gaan met een fototentoonstelling.
U heeft eens gezegd: 'Een romanschrijver schrijft steeds
weer dezelfde roman'. Gaat dat ook op voor ...
Dat is iets, dat wordt me
zoveel onder de neus gewreven! En dan wordt er gezegd: 'Ja hoor, die Hermans
verzint nooit wat nieuws!'. Nou, dat is natuurlijk helemaal niet zo, maar ik heb
zelf het gevoel dat inderdaad al die boeken over een bepaald oergegeven gaan,
dat mij verder ook onbekend is, maar dat ik in ieder boek weer poog te
benaderen.
Geldt dat alleen voor romans, of ook voor poëzie?
Nou, poëzie... Dat is nu
echt iets waar ik me maar enkele jaren mee beziggehouden heb, daarna helemaal
niet meer, dus dat weet ik niet.
Op de Nacht van de Poëzie 1984 in Utrecht heeft u op het
laatste moment moeten afzeggen; had u daar nieuwe poëzie willen lezen?
Nee, want dat doe ik dus
niet meer: ik had er wat van mijn recente Milosz-vertalingen willen voorlezen.
Zelf schrijf ik alleen nog maar af en toe een spotversje of een
nonsensgedichtje.
Helaas.
Nou, u bent erg vriendelijk,
hoor. Maar u heeft toch veel meer aan zo'n flinke dikke roman dan aan zo'n
flutbundeltje van twintig pagina's met op iedere pagina drie regeltjes!
Waarom zo negatief over poëzie?
Ik geloof dat er in de
totale moderne literatuur tien grote dichters zijn geweest, en zo lang je die
niet allemaal uit je hoofd kent, hoef je eigenlijk geen andere gedichten te
lezen.
Wie zijn die tien grote dichters dan?
Ik dacht wel dat u dat zou
vragen. Eens kijken, telt u mee? Shelley, Swinburne, Baudelaire, Rimbaud, dat
zijn er al vier, Hölderlin, vijf. Apollinaire, zes. Yeats misschien, zeven. Nu
ben ik pas bij zeven... Acht!: Hendrik de Vries, een merkwaardig onderschat
dichter. Oh, Trakl, die vergeet ik. Nu ben ik bij negen, hè? Dan misschien
Maurice Gilliams of Paul van Ostaijen. Zo heb ik dus toch drie Nederlandstaligen!
Het hemd is nader dan de rok: allicht heeft een Nederlandse dichter voor een
Nederlandse lezer het voordeel dat er niet over een misschien niet erg hoge,
maar toch altijd aanwezige taalbarrière gesprongen hoeft te worden..
U houdt een dagboek bij en schrijft veel brieven. Wordt dat
allemaal nog eens gepubliceerd?
Nee, daar voel ik niets
voor, ik vind dat een goedkope manier van literatuur maken.
Maar een brief kan toch een goede structuur hebben?
Ja, maar dan is het geen
brief meer, maar een essay met 'Beste Piet' erboven en 'Hartelijke groeten, Jan'
eronder. Het is misschien dan wel amusant om te lezen, maar ik vind het geen
hoogstaande manier van literatuur bedrijven: je kunt alles maar opschrijven dat
je te binnen valt. Ikzelf wil literatuur als een kerk bouwen, of desnoods als
een gevangenis, maar ik ga geen hoeveelheid ruw bouwmateriaal op een hoopje
gooien! Een dagboek vind ik geen prestatie om je hoed voor af te nemen.
In één van uw vroegere interviews zei u: "Ik ben niet
geschikt voor een groot oeuvre.' Toch beslaat de categorie
Hermans in mijn boekenkast inmiddels een volle plank.
Ja, ik wist toen nog niet
hoe oud ik zou worden. Toen Zola zo oud was als ik, was ik al een jaar dood: hij
is maar 62 geworden. En heeft u wel eens de volledige werken van Zola gezien?
(Hermans neemt me mee naar
zijn woonkamer, waar op rekken, de fraaiste exemplaren van zijn
schrijfmachineverzameling opgesteld staan. In de dubbele boekenkast staan louter
fraaie banden en verzamelde werken. Zola's oeuvre beslaat zo'n vijftien delen
dundruk, tezamen ca. 20.000 pagina's.)
Iemand die Zola volledig wil lezen, komt nergens anders meer toe. Het mooiste is eigenlijk om een oeuvre na te laten dat het nageslacht van A tot Z kan lezen en ook leest. Daarom zou het eigenlijk niet groot moeten zijn...
Voor de herpublicatie van dit interview werd toestemming verleend door de interviewer.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |