|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
VPRO-gids, november
1989 Met W.F. Hermans op de set 'We zijn hier niet in Lutjebroek' Anton de Goede
De schrijver in de namiddag: 'Louise Brooks maakte ook
altijd de verschrikkelijkste ruzie met de regisseur, bovendien ging ze dan met
de verkeerde mannen naar bed. Vandaar dat haar carrière op 25-jarige leeftijd
afgelopen was. Haha...pech.' De regisseur: 'Hoezo..."maakte ook altijd
ruzie"?' De schrijver: 'Oh... wat zei ik?' Er klinkt gelach. En hij die honderduit lacht, met zijn
mond wijd open, is Hermans zelf, die zijn toehoorders zo vaak moeilijk iets
anders doet geloven dan dat hij hen een beetje voor de gek houdt. Als altijd:
een diepgewortelde scepsis gekoppeld aan gevoel voor humor die in vrijwel iedere
zin doorklinkt. De regisseur: 'Nee, u bent heel braaf geweest vandaag.' Hermans: 'Maar deze keer is ook gebeurd wat ik graag wou.
Alleen is het nu maar afwachten wat ze er van maken... ooh, wat we vandaag
gemaakt hebben moet flitsend worden, zoals hier op de televisie in die reclame
waarin je een man ziet met een elektrische zaag: eerst ZZZZZZZ, dan verschijnt
er in beeld: BOSCH (de Duitse firma voor elektrische apparaten, ADG), en zegt
een stem: UN TRAVAIL DE PRO. Klaar. Als een zeepbel die uiteen spat. Zo moet
het. Ja, als het maar veel geld kost per seconde dan weten ze het wel vlug en
duidelijk te zeggen.' Eerder die dag: Daar woont Willem Frederik Hermans dus.
(Nog geen kilometer ten noorden van de zogenaamde 'Triangle d'Or, zoals de
Fransman het gebied begrensd door de Seine en de Champs Elysées wel noemt, waar
onlangs een kantoor van Philips het recordbedrag van 36.300 gulden per vierkante
meter moet hebben opgebracht). In die negentiende eeuwse, neoklassieke woning aan een
der statige avenues uitmondend op de Place d'Etoile. Het is moeiteloos parkeren
op die zondag in augustus. Zelfs waar het de grote personenauto betreft die
producente Ymke Kreiken namens de VPRO bestuurt om na een periode van 12
filmdagen de hoofdpersoon van dit verhaal opnieuw van huis te halen en hem naar
de locatie van vandaag te rijden: het peperdure Hotel Royal Monceau aan de nabij
gelegen Avenue Hoche. Gekleed in een donkerblauw, bijna zwart kostuum met
bespikkelde bordeaux-rode das neemt de schrijver even later plaats naast de bestuurster, uw verslaggever op de achterbank de hand reikend. 'Dag meneer de
Goeie,' klinkt het binnensmonds, en hoewel het gladgeschoren gezicht er
duidelijk niet een is van nature vriendelijk staat lijkt er sprake van een goed
humeur. Interviewer Fransen en regisseur Lieshout hebben steeds
op Hermans kunnen rekenen, zo zullen ze me later verzekeren. Die ene keer dat de
afspraak voor een ontmoeting door de schrijver niet werd nagekomen bleken
Hermans en zijn vrouw te zijn geëvacueerd na het plotseling instorten van een
woning pal achter het eigen huis. 'Twee doden, zes gewonden,' zegt
Hermans nadat de auto nog eens stilhoudt ter hoogte van een zijstraat die zicht
biedt op een grote, aan filmbeelden na een aardschok herinnerende ravage; zware
brokken steen bungelen aan kromme staven, al wat er rest van wat ooit 'gewapend
beton' moet zijn geweest. 'Mijn vrouw en ik hebben op last van de politie lange
tijd op de stoep gezeten met de poes in een grote tas.' Terwijl er sinds de ramp
inmiddels ruim een week is verstreken houden gendarmes de puinhopen nog altijd
in de gaten, politiebusjes hebben de directe omgeving afgezet. Is er voor
Hermans toen door de plaatselijke overheid voor tijdelijk onderdak gezorgd?'
vraag ik hem. 'Welnee,,, zo zijn ze hier niet, dit is Parijs weet u, we zijn
hier niet in Lutjebroek.' Inmiddels zet de auto koers in de richting van het hotel
waar vandaag, naar een idee van Hermans zelf, een soort reclamespot voor zijn
boek Au Pair gaat wordend gedraaid, die in de documentaire zal worden
opgenomen. Heeft Hermans nooit, in navolging van bijvoorbeeld Rudy
Kousbroek, ook maar enige aanvechting om naar Nederland terug te keren?, wil
ik weten. Geen haar op zijn hoofd heeft er ooit aan gedacht, zegt hij, en: 'Het
geval met Rudy Kousbroek is dat hij zich niet interesseert voor mode en evenmin
belangstelling heeft voor lekker eten. Tja, maar dan gaat 2/3 van Parijs aan
je voorbij.' Nog waarschijnlijker acht Hermans het dat Kousbroek uit financiële
nood heeft moeten remigreren: 'Anders dan in Nederland heb je in Parijs geen
zogenaamde huurbeheersing. Meestal is er een contract voor slechts drie jaar,
daarna mag de huiseigenaar verhogen wat hij wil. Dat dwingt veel mensen te
verhuizen. Weet u overigens hoe Kousbroek hier in het telefoonboek stond? Als
Herman Kousbrock', zijn naam onherkenbaar verbasterd, haha.' Daar zwenkt de Ford Scorpio de deftige laan in en komt
het peperdure hotel in zicht waarvan de ingang als decor zal dienen voor de
opnames. 'Ik ben een chique schrijver, ik pas in een chique omgeving,' zal
Hermans meer dan eens verzuchten, ook als blijkt dat Lieshout en Fransen hem de
volgende dag nog in een haven aan de Seine willen interviewen. Hermans oppert
dan dat hij liever wordt geportretteerd in de bar van het Ritzhotel en vraagt
Lieshout daar dezelfde avond nog een afspraak te gaan maken. 'U heeft
weliswaar nogal een baard vandaag, maar daar is van alles aan te doen, en
zoals u gekleed bent, nou ja het is te hopen dat ze u binnen laten, misschien
denken ze wel dat u een terrorist bent, iemand van de Action Directe.' Van het
filmen aan de Seine, of in de Ritz, wordt zo blijkt later, om welke reden dan
ook, afgezien. Voorafgaand aan de opnames van de door Hermans bedachte
reclamespot, wachten we op geluidsman Arno Hagers en cameraman Reinier van
Brummelen die anders dan gepland nog niet zijn gearriveerd. Er blijft weinig
anders over dan ons in de luie meubelen in de lounche van het hotel te laten
vallen en onze ogen de kost te geven. De fraaie inrichting en het uitzicht dat
ons geboden wordt op een wintertuin waar beloftevol gedekt is met wit
tafellinnen, voor gasten die zich vooralsnog niet vertonen, ontlokt aan Fransen
de verzuchting: 'Toch maar eens met een rijke vrouw trouwen.' Waarop Hermans ondanks zijn
venijge rokershoest net een nieuwe Gauloise Bleue opsteekt: 'U moet de moed
niet zo gauw opgeven, u kunt toch proberen veel interviews te maken, en
artikelen en boeken, en daar veel geld mee verdienen?' Het gezicht van Hermans
verraadt op dit moment dat hij niet vies is van een borreltje, en hij spreekt
bij een alerte kelner zijn voorkeur uit voor een Carlsberg-bier. Ook is
bezorgdheid over de anders zo stipte leden van de filmcrew bij hem merkbaar.
'Heeft dit hotel wellicht een filiaal waardoor ze zich vergist kunnen hebben?'
en: 'Ze hebben toch geen ongelukje gehad?' 'Een communicatiefoutje', zo blijkt
na een half uur wanneer de filmcrew uiteindelijk op komt dagen, waarna er
gedurende anderhalf uur hard gewerkt wordt aan wat in de documentaire in minder
dan vijf minuten aan de kijker voorbij trekt. Vele malen moet de scène waarin
een jong aantrekkelijk Frans meisje en een open sportauto centraal staan
worden overgedaan. Er wordt met verscheidene camera's gefilmd en ook als er even
gepauzeerd wordt, registreert een DAT-recorder alles wat er door Hermans
gezegd wordt. 'Feind hört mit,' zie je hem zo nu en dan denken, en eenmaal zegt
hij dan ook plagend: 'Ik laat wel voordat jullie vertrekken, negentiende van
die geluidsbanden in beslag nemen, ik wil dit allemaal niet hebben.' Als ik maar niet denk dat alles tijdens de eerdere
draaidagen net zo vlot verlopen is. Vandaag is er relatief kort gewerkt. Zo
wordt mij verzekerd als het filmen is gestaakt en de complete filmcrew in de
lounche heeft plaatsgenomen. (Een wat wulpse hotelbezoekster leidt even Hermans'
aandacht af en er valt nog net te horen dat hij mompelt: 'Schalks'.)
Aanvankelijk lijkt de stemming die van een feestje dat niet echt op gang wil
komen. Maar later wordt er, iets minder ongemakkelijk, met enthousiasme teruggekeken op een eerdere dag toen Hermans gefilmd
werd in een bioscoopzaal van het Centre Pompidou. Daar werd de door Hermans in
het Essay 'Céline' bejubelde speelfilm Quai des Brümes, uit 1938,
opnieuw bekeken. 'Als je die film nu weer zag, dat was toen werkelijk de top van
de filmkunst. Al die Amerikaanse films uit die tijd, zelfs met Humphrey Bogart,
daarvan zijn de teksten allemaal zó banaal en de beelden zó niet verzorgd.
Maar hier wel, Michel Simon en Jean Gabin, dat is echt grote kunst. Vijftig jaar
oud, stel je dat eens voor. Ga nu eens naar De Jantjes kijken. Dan zie je wat.
Of naar Blonde Bep. Een geweldig acteur die Gabin, hij kon een zeer misdadig
gezicht trekken, met die dunne lippen, en die ongelooflijke haat die hij wist
uit te drukken. (...) Kan eigenlijk de cameraman niet even naast mij komen
zitten? Ik wil hem nog een paar technische geheimen ontfutselen.' Fransen grapt: 'Dat kan alleen tegen een prijs.' Hermans: 'Nou ja... die is er al lang uitgehaald.
Haha,' waarna hij zich tot Van Brummelen richt die hij al die dagen bezig heeft
gezien met de belichting. Natuurlijk verandert de sterkte van het licht steeds
wanneer er wolken voor de zon schuiven. Hermans: 'Maar hoeveel scheelt dat
dan, dat is toch maar een fractie van een diafragma?' 'Nee,' antwoordt Van Brummelen, 'dat scheelt echt een
halve en een hele stop, gisteren ging het heel hard naar beneden.' 'Dan is mijn
hartje gerust', antwoordt Hermans, 'want ik dacht, God, dat heb ik nooit gedaan,
zo precies meten. Maar die toestelletjes waar de meeste mensen mee
fotograferen, daarvan zijn de metertjes waarschijnlijk ook niet heel erg
nauwkeurig?' Van Brummelen: 'Dat is anders, die zijn meestal ook wel nauwkeurig, maar
het verschil is dat ze het hele beeld meten.' Hermans: 'Ja, en soms alleen het midden, bij die oude
Leica's heb ik vaak zo'n Weston-meter gebruikt, een hele degelijke meter.' (Waar schreef Hermans ook weer: 'Mijn grootste ongeluk is
dat ik niet als machine ter wereld gekomen ben en dat ik niet met licht kan
schrijven als een fototoestel') De aandacht van Hermans voor de techniek is tijdens alle
opnamedagen een gelukkige bijkomstigheid gebleken, omdat het instellen van
de apparatuur en het filmen een tijdrovende bezigheid is die minder geïnteresseerden
het geduld wel eens te zeer op de proef gesteld zou kunnen hebben. Toch blijkt zo nu en dan dat Hermans vindt dat zijn
dagelijkse werk een hinderlijke achterstand oploopt. 'Ik heb een vrije avond,
dan kan ik hard werken, alle schade inhalen en proeven corrigeren van een nieuw
boekje getiteld De Schrijfmachine mijmert gekkepraat (te
verschijnen bij Thomas Rap, AdG) de titel refereert aan een gedicht van Nijhoff.
Ik wil nog uitzoeken of het "gekkepraat" of "gekken-praat"
moet zijn. Nijhoff schrijft "gekke-praat", maar de spelling was
officieel "gekken-praat".' Even later komt het gesprek op bibliofiel uitgegeven
boeken en vraagt Fransen aan Hermans of hij de uitgave van 'De Encyclopedie
van de domheid'. van Matthijs van Boxsel kent, gebaseerd op Flauberts Bouvard
et Pécuchet. 'Van Boxsel brengt alles in de literatuur dat gaat over
domheid in kaart. Van het eerste deel heeft hij een editie gebonden in
ezelsleer. Mooi hè?' 'Arme ezel,' zegt Hermans, 'maar hij kan nou wel bewéren
dat het ezelsleer is, maar dat kan toch niemand zien. Maar die Van Boxsel is dus
een ander dan Wim van Boxsel die zogenaamd een biografie van Multatuli schrijft?
Bestaat die man wel echt?' Fransen meent van wel, want hij heeft de veronderstelde
biograaf (die in het Multatuli-jaar 1987 kranten bestookte met ingezonden
brieven waarin hij een grondige Multatuli-studie aankondigde) nog geïnterviewd
op de radio. 'Een gefrustreerde leraar,' oordeelt Fransen, 'ik heb hem er naar
gevraagd, maar er was nog niets te zien van die biografie.' 'Nee,' zegt Hermans, zich gesteund wetend in zijn idee
dat hij de enige Multatuli-expert is, 'die van Piet Grijs, daar zie je ook niets
van. Die moet u maar eens gaan interviewen. Nou Piet, laat eens kijken. Waar
staat nou dat computertje waar alles inzit?' Dan vraagt Lieshout aan Hermans: 'Wilt u nog iets
gezelligs doen vanavond?' Het aarzelende antwoord: 'Ik weet niet, wat noem je nou
gezellig? Haha. Nee ik moet thuis eten, drukproeven corrigeren. Zonder
dat er gefilmd wordt? Misschien in de Ritz; maar ja, dat is verschrikkelijk
duur, ach nee, ik ga maar weg.' Fransen toont begrip: 'Huiswerk maken.' Een peinzende Hermans: 'Ja... zo is het. Het is zwoegen,
zwoegen en nogmaals zwoegen.' Liehout: 'Staat er niet in
Mandarijnen op Zwavelzuur
het citaat: "Voor Hermans moet luieren wel een barre ondeugd zijn?" Hermans: 'Ja. dat schreef die sukkel Eikeleboom, die is
later helemaal aan de drank geraakt, die is, weet ik veel, redacteur plaatselijk
nieuws bij de Dordrechtse Courant of iets dergelijks.' Fransen: 'Hij was eerst adjunct-hoofdredacteur van Vrij
Nederland.' Hermans: 'Maar dat kon hij niet volhouden.' Fransen: 'Op zijn veertigste debuteerde hij nog met mooie
gedichten.' Hermans: 'Slechte gedichten, maar omdat iedereen
medelijden met hem had omdat hij helemaal verzoop zeiden ze "laten we maar
zeggen dat hij mooie gedichten maakt". Luiheid moet wel een barre ondeugd
zijn, voor Eikeleboom niet hè, je ziet aan hemzelf wat er van komt. Dat zijn
van die progressieve, artistieke vooroordelen, ook uit de tijd van Du Perron
en Ter Braak: een schrijver moet niet hard werken, hij woekert met inspiratie en
dan schrijft hij een paar regeltjes op, maar er je verder voor inspannen, dat
hoorde niet. Dat was eigenlijk vals spelen. De pose van de schrijver. Maar de
schrijvers die ze als voorbeeld namen, dat waren ook mensen die erg hard werkten
maar dat nooit zeiden. Die wel altijd veel praats hadden over de hoeveelheid
drank die ze gebruikten, en over alle uitjes met dames en zo, maar ze verzwegen
dan dat ze 's morgens om vier uur opstonden en tot 's middags een uur zaten te
zwoegen. Dat kun je wel begrijpen. Een bekend feestnummer was bijvoorbeeld De
Maupassant, die man is maar even in de veertig geworden. Toen bezweek hij aan
syfilis, maar je moet eens het volledige oeuvre van hem bekijken, de man werkte
zich een ongeluk.' Fransen: 'Om niet te spreken van Simenon.' Hermans: 'Die helemaal. Die schreef naar het schijnt zijn
boekjes in veertien dagen. Maar ik vind het vreselijke boeken. Ik houd überhaupt
niet van politieromans.' Lieshout: 'Ook niet van de Maigret-films met Jean Gabin?' Hermans: 'Oh nee, die heb ik nooit gezien. Er zijn
honderden van die films; geregeld hier op televisie. Een heel saaie Maigret, een
slome burgerman met een pijp. Het interesseert me geen reet wie de hertogin
vermoord heeft. Ik las net vanmorgen in de Herald Tribune: in New York worden
geloof ik vierhondervijftig mensen per dag vermoord, éen per zeven minuten
meen ik; maar daar gaat geeneen Maigret meer naar kijken. Die boeken zijn al
lang niet realistisch meer.' Vervolgens stemt Hermans er toch mee in nog ergens anders
een glas te drinken. 'Hoe laat is het? Half vijf? O ja, dan kan dat. Waar is
mijn sigaretje nou? Misschien iets hier in de buurt dan. Het is geloof ik het
beste bij de Avenue des Ternes en Place Porte Maillot, daar zijn verschillende
aardige brasseries met goede terrassen.' Het wordt uiteindelijk het terras van Bistro Romain aan
de Place Victor Hugo, waar Hermans eens te meer te kennen geeft dat het hem aan
weinig ontbreekt in Parijs, behalve dan aan heimwee naar zijn vaderland. Nogmaals herhaalt hij van
het vele fraais dat de stad biedt. Zijn oog valt op de vijfde verdieping van een
van de huizen aan de overkant van de straat, een negentiende eeuws blok aan de
gevel waarvan een bord is bevestigd met de tekst 'Bureaux à louer'. 'Ziet u dat
mooie appartement? Dat kost een hoop geld hoor,' zegt hij, 'en nog te huur ook.' 'Stel je voor dat de VPRO het zou huren als dependance,'
zeg ik. 'Of,' zo mijmert Fransen 'we huren het en we bedenken een wekelijks
kunstprogramma en dan krijgt u elke week een column.' Even is het stil, dan
leunt Hermans wat achterover: 'Weet u, gaat u nu eerst de documentaire maken,
daarna regelt u een ruimte hier in Parijs en komt met een video-installatie.
Nodigt u mij vervolgens uit en dan gaan wij samen eens kijken. Daarna zullen we
nog wel eens zien.' Anton de Goede
Mochten er door rechthebbende(n) bezwaren worden geuit tegen deze (her)publicatie van dit interview, dan zal de webmaster het terstond van de site verwijderen.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |