|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
KRO Studio, 11 t/m 17 nov. 1989 WILLEM FREDERIK HERMANS: In
Nederland zijn de kruideniers de baas. Ineke Kester
Zondag
zendt de VPRO een documentaire (Ned. 2, 20.56) uit over het leven en werk van de
68-jarige, in Parijs woonachtige schrijver, fysisch geograaf en polemicus Willem
Frederik Hermans. Hermans geldt als een van onze grootste naoorlogse auteurs.
Onlangs verscheen zijn nieuwste roman Au pair. In een exclusief interview voor
Studio vertelt Hermans over zijn boeken, Frankrijk en het door hem verguisde
Holland. Meer
dan veertig jaar geleden verscheen Conserve,
de eerste roman van Willem Frederik Hermans. Inmiddels is hij een van Nederlands
meest gelezen schrijvers. Onlangs kwam zijn laatste roman met de titel Au pair
uit, die gaat over de belevenissen van een Nederlands meisje in Parijs. In de
periode tussen die twee boeken heeft Hermans niet alleen vele romans, novellen
en beschouwingen geschreven, maar voerde hij ook felle polemieken die voor nogal
wat vuurwerk zorgden in het literaire wereldje. Ontevredenheid over het
culturele klimaat in Nederland deed hem ertoe
besluiten zich in Parijs te vestigen, waar hij nu alweer zestien jaar woont. Tor
grote tevredenheid,
aldus de heer Hermans.
Beschouwt u interviews als een noodzakelijk kwaad voor een
schrijver? Een
beetje wel. Ik vind het ook wel leuk natuurlijk.
Iedereen is narcistisch genoeg om het leuk te vinden over zijn eigen werk
te discussiëren. Vroeger was het veel moeilijker dan nu. In die alleroudste
interviews zaten allerlei vooroordelen tegen mij. Ik was nog niet erg beroemd.
Je had interviewers die vragen stelden en als de antwoorden niet klopten met wat
ze hadden gedacht, veranderden ze die gewoon.
U heeft een paar weken intensief aan de documentaire meegewerkt. Ja,
zo'n dag of tien.
Waarom heeft u dat gedaan? Omdat
mijn uitgever het vroeg.
Zo eenvoudig ligt dat? Ja,
natuurlijk.
Het was dus niet zo dat u dacht: ik wil bepaalde dingen voor
eens en voor altijd duidelijk zeggen? Ach
welnee, want wat mensen op televisie zien en horen dat gaat toch het ene oor in
en het andere uit. Ik vind de televisie niet zo'n serieus medium als een hoop
mensen denken. Een serieus literair interview, een geschreven interview, dat kun
je nog ter inzage vragen, of laten voorlezen en eventuele fouten eruit halen.
Maar dit gaat echt helemaal
buiten mij om.
De recensies over Au pair waren erg lovend. Trekt u zich de kritieken
aan? Ik
trek me de kritieken helemaal niet aan. Maar soms, als de kritiek erg, erg
onrechtvaardig was, heb ik het wel eens leuk gevonden om erop in te gaan. Vooral
in de tijd toen ik minder bekend was dan nu. Je zou ze nooit moeten lezen, want
ten eerste zijn de meeste recensies haastwerk, staan ze vol fouten en ten tweede
moet je een boek gewoon lezen, zonder de mening van anderen. Behalve als je een
studie wilt maken van de meestal domme dingen die recensenten zeggen.
Hoe kunt u zich verplaatsen in de wereld van een negentienjarige au pair? Ik
heb verschillende van die meisjes ontmoet hier in Parijs. De avonturen van een
van hen hebben mij nogal beïnvloed. Het meisje was overigens veel kleiner dan
een meter tweeënnegentig, hoor (lacht). Eigenlijk is zij symbolisch voor
Nederland. En ook symbolisch voor de moeite die men zal hebben om bij de andere
Europese landen, vooral de machtige Europese landen, begrip voor Nederland te
vinden. Daar gaat het boek eigenlijk over. U merkt wel, als u het boek leest,
dat die Fransen zich helemaal niet voor haar interesseren. Maar zij interesseert
zich wel voor Frankrijk. Dat komt in Nederland erg veel voor.
U treedt zelf ook nog in het boek op. Wie
zegt dat ik dat ben? Laten we zeggen, in elk boek waarin de romanschrijver
optreedt, is de schrijver zelf ook een romanfiguur. Het is van A tot Z gelogen,
ik heb daar helemaal niet gewandeld bij het Luxembourg. Ik heb dat meisje, zoals
aan het slot, ook niet in een café ontmoet. Zo is dat. (lacht).
Ik heb ook ergens gelezen dat u die generaal was. Oh,
dat is... nee, nee. Dat is een dwaalspoor. Die generaal, althans wat zijn
uiterlijk betreft en zijn rijkdom, is geïnspireerd op de oliemagnaat Paul Getty.
Ik had tijdens het schrijven een groot portret van Paul Getty naast mijn
schrijfmachine liggen. Dat heb ik nog nooit aan iemand verteld.
Soms lijkt het wel of u een haat-liefdeverhouding met Frankrijk heeft. Nou
nee, ik houd heel veel van Frankrijk. Maar het Franse volk vind ik
verbazingwekkend. Als je zo door Parijs loopt, toch eigenlijk wel de mooiste
stad ter wereld, zo ruim aangelegd en je vergelijkt dat met de mentaliteit van
het Franse volk dat uit nog verschrikkelijker kruideniers bestaat dan de
Nederlanders, dat is ongelooflijk. Je kunt hier geen pond suiker kopen of je
loopt de kans dat ze je te veel in rekening brengen. De Nederlanders zijn
eigenlijk een heel vriendelijk volk, in vergelijking met de Fransen. Werkelijk
schatjes zijn het. Ongevraagd wijzen ze je de weg op straat, ze bemoeien zich
overal mee, de buren kijken of er niet bij je ingebroken wordt. Hier niet. Hier
kun je doodgeslagen worden zonder dat de buren er notitie van nemen. Met
goedkeuring spreekt Hermans over de manier waarop schrijvers in Frankrijk
behandeld worden. Voor
literatoren heeft men grote eerbied. Dat is in geen land ter wereld zo. Hier is
een schrijver werkelijk iemand. Hier in de Académie gekozen worden, dat heeft
werkelijk een betekenis. Zoiets bestaat in Nederland helemaal niet. Als je in
Nederland de P.C. Hooftprijs krijgt, dat stelt niks voor. Een beetje geld, maar
anders niks. Maar hier, in de Académie Française gekozen worden, dat houdt in
dat je van overheidswege de hand boven het hoofd wordt gehouden. Wat natuurlijk
van een kant wel erg onbillijk is. Er zitten hier schrijvers in de Académie
Française die dingen gedaan hebben waardoor ze als gewone mensen in aanraking
met de politie zouden komen. Dat bestaat nog steeds. In de achttiende en
negentiende eeuw was dat nog veel sterker. Schrijvers die goed aangeschreven
stonden bij de koning of, in de negentiende eeuw, bij Napoleon de Derde, konden
geen kwaad doen.
Is dat niet langzaam aan het uitsterven? Nog
steeds niet, nee. Mitterrand houdt er ook zo'n soort hof op na. Al die
presidenten, hoor. (Schaterlachend:) Zo gauw hier iemand president wordt, denkt
hij dat hij Lodewijk de Veertiende is. Direct geweldige sommen geld uitgeven.
Musea bouwen, opera bouwen, bibliotheek bouwen. Giscard net zo, Pompidou precies
hetzelfde. Maar daar heb je toch de prachtigste dingen aan te danken. In
Nederland wordt er eindeloos gezeurd en dan komt er nóg niks van de grond. Dat
is zo droevig in Nederland. Dat de kruideniers daar de baas zijn. Neem nou het
Concertgebouw. Dat is in de eerste plaats een lelijk gebouw; zelfs in zijn
soort, als je de stijl buiten beschouwing laat, is het zeer slecht. Het
beeldhouwwerk is echt lelijk. En het is verouderd. Nu is het Concertgebouworkest
een van de weinige kunstzinnige dingen van Nederland met een internationale
reputatie. Dat is nou echt beroemd. Ik bedoel, Harry Mulisch is niet zo beroemd
als ze beweren, maar het Concertgebouworkest is beroemd. Dan zou je zeggen: daar
moet Amsterdam trots op zijn. Nu is dat Concertgebouw in verval geraakt en
bovendien een lelijk kreng: weg ermee, we gaan een prachtig nieuw Concertgebouw
bouwen, het huis van ons Concertgebouworkest. Nee hoor, dat gebeurt dan niet,
want we hebben niemand die een zaal met goede akoestiek kan bouwen. Dat is toch
een schandaal, dat een land niet een architect heeft die dat kan. En nu hebben
ze er een soort kippenhok aan vast gebouwd. En die Opera ook. Daar hebben ze
dertig jaar over getobd, en ten slotte komt er dan een halve Opera en een half
stadhuis te voorschijn. (Hoongelach). Het
gesprek komt op de verloedering van de grote steden. Hermans toont me foto's uit
een geïllustreerd blad, die gemaakt zijn in het twintigste arrondissement van
Parijs, waar veel gastarbeiders wonen. Kijk
eens, zo gaat het daar toe. Ze roosteren een schaap op straat. Ik hoor dat ze
dat In Nederland op het balkon doen en dat het bloed dan naar beneden druipt. Ik
heb wel eens gehoord dat het in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam zo erg is, dat
de politie er niet meer naartoe durft. Dat is toch te gek. We hebben hier
flitsen op de televisie gezien van een wijk in Arnhem die in opstand is gekomen
en de drugsdealers eruit wil rammen. En dat vergeten de mensen in Nederland: met
al die tolerantie komt de democratie in gevaar. Want als je geen lezing meer
kunt houden zonder bedreigd te worden met bommen in de zaal, dan kun je niet
meer zeggen wat je wilt. Hermans
spreekt nu met stemverheffing, in oprechte verontwaardiging. In
ben in 1983 een maand in Zuid-Afrika geweest. Ik heb daar enkele gastcolleges
gegeven. Toen is daar in Nederland groot kabaal over ontstaan. De grootste
leugens zijn erover verspreid, namelijk dat Hermans was uitgenodigd door de
Zuidafrikaanse regering. Dat is helemaal niet waar. Ik ben door enkele
universiteiten uitgenodigd, niet door de regering. Ik heb niet een
regeringsfunctionaris ontmoet. Ik heb absoluut niets gunstigs over de apartheid
gezegd en heb daar in een radio-interview zelfs minder gunstige dingen over
gezegd. Maar dat telt allemaal niet mee. Als je in Zuid-Afrika bent geweest, dan
ben je een racist en een fascist. Dat was zes jaar geleden. Ik kreeg een of twee
maanden geleden wat knipsels uit Het Parool; ze zijn er nóg niet over
uitgezanikt. Het gemeentebestuur van Amsterdam heeft drie jaar geleden het
besluit genomen dat ik onwelkom ben in Amsterdam. Met andere woorden, ik mag
geen voet zetten in gebouwen die van de gemeente Amsterdam zijn. Dat is nooit
ingetrokken. In Het Parool stond als reden: Hermans heeft geen spijt betuigd.
Nee, ik heb geen spijt betuigd. Ik wens me niet te laten dwingen tot
spijtbetuigingen van dingen waar ik geen spijt van heb. Dat is een onderdrukking
van de vrije gedachte.
Welke roman beschouwt u zelf als de meest geslaagde? Dat
weet ik niet. Maar sommige, die geweldig populair zijn, zoals De donkere kamer
van Damokles, daar ben ik eigenlijk niet zo tevreden over. Ik zou dat boek
eigenlijk moeten herschrijven, zoals ik ook Nooit meer slapen, naderhand voor
een deel verbeterd heb. Maar het is te lang geleden om dat nog te doen. Het is
in zoveel exemplaren verspreid dat die verbeteringen toch niet meer tot het
grote publiek zouden doordringen. Ik vind Herinneringen van een engelbewaarder
veel mooier. Dat is ook niet zo lang. En Een heilige van de horlogerie vind ik
een mooi boek. Over Au pair ben ik ook heel tevreden. Dat
moet u vooral in uw interview zetten: Nederland heeft toch, ten opzichte van
sommige schrijvers, een merkwaardige preoccupatie met dikte van boeken. Ik heb
dus een aantal novellen geschreven. Dat was toch schandelijk! Hermans maakt zich
eraf, haha! Hij maakt dunne boekjes, mag niet. Waarom moet ik zoveel dikke
boeken schrijven? Iedere auteur moet er naar streven om, wanneer hij in het graf
stapt, een oeuvre nagelaten te hebben dat van A tot Z nog leesbaar is. Dat is
natuurlijk een onbereikbaar ideaal, maar dat moet toch het ideaal zijn.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |