|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
Elsevier 9 september 1989
Wim Zaal [Hermans
vertelt over zijn arbeid van zes jaar aan Au Pair, en
over zijn reputatie als vinnige polemist] 1
ste dr, 1989
Het
herenhuis aan de Rue Guynemer in Parijs, waar een belangrijk deel van de roman Au
Pair zich afspeelt, komt geheel met de beschrijving in het boek overeen. Het
is een trots bouwwerk van zeven etages, opgetrokken in natuursteen die met
oranjerode baksteen afgewisseld is, het wordt bekroond met een leien dak, en op
het balkon van de tweede verdieping staan inderdaad twee stenen kurassen met
ledige helmen erboven. Hier woonde dus de oude generaal, bij wie de
negentienjarige Paulina als meisje au pair verbleef; drie verdiepingen boven hem
huisde zijn oudste, drankzuchtige zoon, een schrijver die niet schrijft, en
beneden hem de andere zoon, verstrikt in onvolmaakt pianospel.
'Van
binnen is het huis waarschijnlijk niet zo chic als ik het heb beschreven,' zegt
Willem Frederik Hermans. 'Ik zocht de ideale entourage voor een generaal met een
grote staat van dienst en zodra ik die lege harnassen aan de gevel zag, wist ik:
dit moet het zijn. Er komen wel meer vrij exacte locatiebeschrijvingen in de
roman voor, het Dorchester Hotel in Londen bijvoorbeeld, waar Paulina zo ten
onrechte meent haar maagdelijkheid te zullen verliezen. Terwijl de roman in de
maak was, hebben mijn vrouw en ik daar gelogeerd en gegeten (hetzelfde menu dat
ik Paulina en de mislukte pianist Michel heb voorgezet); kort daarna las ik dat
het hotel een zware boete had gekregen omdat het er in de keuken een grote
janboel was, waar de kakkerlakken ronddansten, maar goed, wij hadden van niets
geweten en met smaak gedineerd.'
Die
precisie is evenwel anekdotisch. Wat de hoofdlijnen van Au Pair betreft,
laat Hermans de lezers lang in het onzekere: hij weeft de intrige zonder dat zij
enige notie hebben in welk web van list en bedrog zij terecht komen. Is dit
verhaal over een Vlissings meisje in Parijs slechts een zedenroman? vragen zij
zich lange tijd af.
'Dat
komt misschien,' zegt Hermans, 'doordat de intrige ook voor mijzelf lang
verborgen is gebleven; de omstandigheid dat ik, zij het met tussenpozen, bijna
zes jaar aan het boek heb gewerkt, wijst daar wel op. Ik wist dat ik een roman
in mijn hoofd had, ik kende ook de personages, maar hoe alles op elkaar inwerkte
heb ik pas schoksgewijs ontdekt. Een essentieel punt was mijn ontdekking van een
passage van Immanuel Kant over het gewetensconflict dat kan ontstaan als je een
vermogen beheert dat aan een ander toebehoort. Toen opende de intrige zich voor
mij en dat moment is in de roman aan te wijzen: dan verschijnt plotseling een
heer (in wie de schrijver te herkennen is) die Paulina vertelt dat zij zich niet
ongerust hoeft te maken. En het is waar, Au Pair loopt beter af dan mijn
meeste andere boeken. Nog sterker, er komen geen vieze woorden
-
Het bedienend personeel dat ziet, hoort en zwijgt, vormt in
de roman de sympathiekste mensengroep.
'Dat
is wel vaker zo. Maar met uitzondering van de intrigant en geldmaker Edouard,
valt het met de rest toch nogal mee. Zelfs de zoons van de generaal zijn niet
antipathiek. Van narigheid doet de oudste niets anders dan drinken, en de
jongste is een dilettant: als hij pianostukken van de joodse componist Alkan
speelt trekt hij een zwarte tabberd aan, om maar iets te noemen. De oude
generaal zelf is een erkende oorlogsheld, maar als hij daarover nooit uitweidt,
gebeurt dat om een andere reden dan sommige lezers zullen denken. Uit Frans
chauvinisme neemt hij gewoon aan dat iedereen zijn loopbaan kent.'
-
Dat stipt Hermans in het boek niet aan, en er is meer dat
hij lijkt te verzwijgen. Waarom verschijnt de advocaat Madame Pauchard, aan wie Paulina zulke beroerde herinneringen
heeft, plots bij de raadsman van de generaal? Vertegenwoordigt zij misschien de
Duitse oorlogsmisdadiger, die rechten
doet gelden op het joodse vermogen dat de generaal
is toevertrouwd?
Hermans
lacht weer, wat zijn gezicht op slag verandert: de omlaag gerichte hoeken die het
een misprijzend trekje geven, plooien zich omhoog en plotseling heeft hij iets
jeugdigs.
'Er
zijn verschillende dingen die in het boek niet bevestigd of tegengesproken
worden, dat geeft er een apart accent aan. De lezer mag meedenken: dat is zelfs
de bedoeling. Ik heb ook elementen aangebracht die in een
rechttoe-rechtaan-verhaal niet zouden passen, zoals interludiën in de vorm van
dromen die Paulina's onzekerheid tot uitdrukking brengen, en tot twee maal toe
de verschijning van de schrijver zelf. Ik heb even getwijfeld of ik die beide
optredens moest laten staan (want de eerste versie schrijf je achter elkaar, en
dan komt het schrappen en omwerken), maar zij hebben toch hun functie, vooral
dat gesprek aan het slot, over Madame Bovary.
'Ik
vind dat Nederlandse romans vaak te vlug worden afgesloten: Eline Vere
overlijdt, en klaar is het boek. Ik heb liever dat er dan nóg iets gebeurt. Die
voorkeur gaat terug tot mijn middelbareschooltijd, toen ik eens met een
aangeplakte baard meedeed in Antigone van Sofokles en het mij diep trof
dat na de eerste ontknoping nog een tweede en derde volgden. De ene klap volgde
de andere op, in een paar minuten tijds: wat mis was gegaan ging in hoog tempo
nog veel misser.'
-
Toch komt Paulina ongeschonden uit de strijd, misschien
omdat die blonde reuzin (zij meet ruim een meter negentig)
zo keurig en naďef is. Het moet voor een schrijver als Hermans niet eenvoudig zijn geweest, met zo'n hoofdfiguur
ruim vierhonderd bladzijden op te trekken. 'Wanneer een auteur van achtenzestig over een meisje van negentien schrijft, kan er geen sterke emotionele binding ontstaan, en één keer ben ik een beetje op haar uitgekeken geweest. Toen heeft het werk een aantal maanden stilgelegen. Een kleine aanleiding bracht mij echter weer op gang. Ik heb altijd erg gehouden van de opera Orpheus en Euridice van Gluck, die ik overigens alleen van de plaat kende: op een avond werd die opera hier in Parijs gegeven, mijn vrouw en ik gingen er heen, en nog dezelfde nacht begon ik weer driftig te schrijven, ik had opeens weer een stuk van de roman beet. De tweede helft heb ik in amper zes maanden op papier gezet, herschreven, gecorrigeerd en in het net getikt.'
-
Wat opvalt is de karige stijl van het boek, dat opgebouwd is
uit mededelingen, uit constateringen, zonder de minste krullendraaierij.
'Bij
het klimmen der jaren is het meer en meer mijn bedoeling geworden een maximum
aan effect te bereiken met een minimum aan middelen. Alles wat van de handeling
afleidt of afwijkt vermijd ik. De zelfkritiek neemt toe.'
-
Desondanks menen sommigen dat uw creativiteit, ondanks uw
gestage productie, is afgenomen.
'Die
geluiden zijn mij niet ontgaan. Bij het minste of geringste wordt nu gezegd: het
is afgelopen met hem, hij wordt te oud. Dat is laster, maar in Nederland kun je
je alles veroorloven, je mag zeggen dat de Eiffeltoren in Delfzijl staat. Wat
ik, om maar iets te noemen, al veertig jaar van de critici hoor, is: het vorige
boek van Hermans was goed, maar dit nieuwe een stuk minder. Conserve was
minder dan Moedwil en Misverstand, De tranen der acacia's minder
dan Conserve en zo is het doorgegaan. Van dat soort kletspraat heb ik me
gelukkig nooit iets aangetrokken. Sommige mensen vervolgen mij al veertig jaar.
Ik heb gepoogd hen tot betere gedachten te brengen, maar het heeft niet mogen
baten.'
-
Al is niemand zo hoffelijk en minzaam in de omgang als de
heer Hermans, hij treedt in kwade buien als de vinnigste
polemist in onze taal op.
'Die
reputatie heb ik niet gestolen, dat is waar. Toch zoek ik de polemiek niet. Men
maakt mij kwaad en vervolgens lees ik in de krant weer hoe gemeen ik ben.'
-
Wil hij graag kwaad worden gemaakt?
'Nee,
dat is echt niet zo, er gebeuren eenvoudig dingen waarbij ik niet kán zwijgen:
dan wil mijn demon dat ik mijn stem verhef. Soms ook neem ik in onschuldig
plezier een loopje met iemand en wil men daar, gezien mijn reputatie of uit pure
vijandschap, gemeenheden in lezen. Dat ik een onlangs verschenen bundeling van
artikelen de titel Door gevaarlijke gekken omringd heb gegeven, is echt
niet bij toeval gebeurd. Er is ware terreur tegen mij uitgeoefend. Omdat ik in
1983 in Zuid-Afrika ben geweest, natuurlijk zonder met één woord de apartheid
te verdedigen, wilde men mij jaren later nog het spreken beletten met een
bommelding en een tentoonstelling van mijn foto's die al weken aan de gang was,
sluiten. Zelfs nu, na zes jaar, is men nog niet over die reis uitgepraat. En
vorig jaar, op vijf december, is iemand mijn woning binnengedrongen om mij met
een bijl een kopje kleiner te maken. Door een gescheurde pees is mijn rechterarm
nog steeds niet goed, het schrijven valt mij moeilijk.
'Kijk,
vroeger aan de universiteit, had ik ook zonder schrijven een gerust gevoel, ik
werkte, en hard ook, maar dat is nu weggevallen. Het verschil tussen een
amateur-schrijver en een echte schrijver is, dat die laatste onderworpen is aan
tucht. Hij kan niet zeggen: ik heb deze week geen zin. Het is als met een
acteur, die om acht uur 's avonds aan het werk moet. Natuurlijk bestaan er
schrijvers die de pose van een dilettant aannemen, zoals Couperus of Stendhal,
die deden alsof ze in een verloren ogenblik wel eens iets op papier zetten, maar
dat is werkelijk niet meer dan flauwekul. Stendhal kon geen snippertje papier
zien of hij moest het volschrijven. Natuurlijk zit je als schrijver wel eens te
tobben, maar op een bepaald moment moet je jezelf voorhouden: afgelopen met dat
gezeur, aan het werk nu!'
-
En als fotograaf, is Hermans als fotograaf een dilettant of
een vakman?
Hij
lacht weer ontspannen. 'Alleen als ik in de stemming ben om foto's te zien (want
je maakt ze met je ogen) ga ik erop uit, en anders heeft het geen zin. Maar een
echte ontspanning is het niet: na veertig jaar ga ik nog altijd met trillende
knieën de donkere kamer in en ik schaam me wanneer een foto slecht is geworden.
Als fotograaf ben ik nu eenmaal, meer dan als schrijver, afhankelijk van de
werkelijkheid, er valt niets meer te herschrijven of te bewerken.'
-
Kost het een schrijver, die sinds zestien jaar in Parijs
woont, veel moeite zijn Nederlands zuiver te houden?
'Het
gebeurt soms dat kennissen tegen mijn vrouw en mij zeggen: Jullie spreken het
Nederlands van twintig jaar geleden. Dat lijkt me sterk overdreven. Het punt is,
denk ik, dat ik volstrekt onmodieus Nederlands spreek en schrijf, en dat hoef ik
niet te betreuren. Het modieuze Nederlands bestaat in belangrijke mate uit
woorden die niet goed zijn (overstijgen in plaats van overtreffen of te boven
gaan, bijvoorbeeld) of uitdrukkingen die binnen korte tijd weer worden
weggevaagd, iedereen heeft het nu over "terug naar af", "met
toeters en bellen", "je komt jezelf tegen" - en wie modeboeken
wil schrijven dient die uitdrukkingen kwistig te gebruiken. Tevens moeten veel
Engelse termen worden gebezigd, dat geeft status. En laat Hermans met zijn
strijd voor de zuiverheid van onze taal maar kletsen.'
-
Heeft die strijd effect?
'Misschien
niet, maar je moet ermee doorgaan. Straks komt het verenigde Europa, en als ons
land niet tot een bewust taalgebruik komt, zakt het Nederlands tot keukentaaltje
af. Zeker, ook het Frans gaat door het gebruik van het Engels achteruit, maar
een grote natie kan zich beter handhaven. Voor Nederland gaat dat niet op. Een
van de oorzaken dat de Nederlandse literatuur in het buitenland niet meetelt is
dat Nederland zélf niet meetelt; je hoort er in Parijs nooit iets over, men
weet niet eens waar het precies ligt, ergens in het noorden, jawel, in de buurt
van Denemarken of zo. Als ik dan het gepraat van politici over "Nederland
gidsland" hoor, kan ik slechts denken: wat een bedrog. Gidsland, nota bene!
Toch niet op cultureel gebied! Wat dat betreft is geen enkel overheid zo zuinig
en onverschillig als de Nederlandse. Nee, ik heb geen dag spijt gehad dat ik
naar Parijs ben verhuisd . Niet dat ik hier een avontuurlijk leven leid,
integendeel, maar ik bevind mij in een centrum van cultureel élan. Om eens een
voorbeeld te geven van een heel andere orde dan Orpheus en Euridice,
vorige week liep een koorddanser van Palais Chaillot naar de tweede verdieping
van de Eiffeltoren, over een kabel van honderden meters lang. Hij deed er, met
sierlijke oefeningen tussendoor, drie kwartier over. Een prachtig gezicht, die
smalle man in zijn regenboogkleurige pak, ver in de hoogte; en hoe eenzaam hij
was, toen hij over de stijgende kabel naar de Eiffeltoren klom, steeds verder,
tot hij verkleinde tot een stip en het was of hij ten hemel steeg.'
Willem
Frederik Hermans, op foto's meestal met de kaken op elkaar geklemd, vertelt met
groot plezier.
'Ja ja, ik ben ook ingelijfd bij het legioen van de kandidaten voor de Nobelprijs, dat weet u toch?' zegt hij op een gegeven ogenblik. 'Maar ik koester niet de minste hoop. Zo iemand uit het Nederlandse taalgebied de prijs al zou krijgen, zou het Hugo Claus zijn, die door vertalingen een grotere bekendheid heeft, zeker hier in Frankrijk, want de Fransen beschouwen België als een soort filiaal. Bovendien: wanneer een internationaal nog onbekende schrijver zoals ik de Nobelprijs krijg, roept iedereen er altijd schande van. Alleen mijn dokters en mijn tandarts zouden blij verrast zijn en de rekening verhogen, twee straten verderop zou niemand het meer weten. Nee hoor, laat mij maar rustig mijn werk doen, dat is het enige wat ik verlang maar wat mij al veertig jaar misgund wordt.'
Voor de (her)publicatie van dit interview werd toestemming verleend door ©
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: dinsdag 27 oktober 2009 |