|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
KNACK 6 november 1991. 'Ik
ben heel rein'
Ter
gelegenheid van de zeventigste verjaardag van W.F. Hermans publiceerde de Bezige
Bij diens verhalenbundel De laatste roker, twintig verhalen uit verschillende
periodes, die bij wijlen op een soms superbe manier een licht werpt op Hermans'
schrijverschap. Na een televisieopname ging Hermans met Knack eten in een Gents
restaurant. Een avondje Hermans: hij spreidt gelijkhebberig enkele meningen ten
toon en droomt tussen sardonisch gelach door luidop van een toekomstig
romanpersonage.
-
Is het niet vervelend om in interviews altijd als een controversieel auteur te
worden opgevoerd?
WFH:
Een beetje wel maar het heeft toch geen zin om onaangenaam te doen tegen de
mensen. Ze denken dat het leuk is voor de kijkers. Als het dan toch moet, moet
je je erbij neerleggen dat een heleboel televisiekijkers nooit een boek lezen.
Maar een enkele keer lezen ze dan toch en heb je het idee dat je er misschien
een lezer bij krijgt. Soms ontmoet je ook de meest onwaarschijnlijke lezers,
mensen van wie je denkt dat ze nooit een boek lezen. Ik zag eergisteren
toevallig een mevrouw die als kind van zestien jaar De donkere kamer van
Damokles gelezen had. Ze vertelde dat ze bij het slot in huilen uitgebarsten
was, zo zielig vond ze het dat het boek slecht afliep. Dat had ik nooit gedacht
en het deed me wel iets. De andere keer ontmoette ik een vrouw in Parijs, die
leest nooit een boek, dacht ik, maar ze kende me. Ze had in 1970 een televisie-interview van me gezien en dat had ze interessant gevonden. Dat vond ik
prettig: ik had die mevrouw toch een genoeglijk half uurtje bezorgd.
-
Tijdens interviews speelt u wel een beetje op publiek?
WFH:
Nee, ik ben van nature erg verlegen en zenuwachtig. Ik ga gewoon als een kalf
naar de slachtbank. Ik denk helemaal niet aan het publiek. Alleen mensen die
tien jaar lang drie keer per week geïnterviewd worden kunnen dat, mensen als ik
niet.
-
Na het gesprek bij Adriaan van Dis zei u: 'Je hebt gezweet, ik heb het je wel
moeilijk gemaakt, hè?'
WFH:
(lacht uitbundig): Van Dis dacht: Hermans is naar Zuid-Afrika geweest en dat
valt bij het merendeel van het Nederlandse publiek niet goed, dus zal ik hem
even krachtig aan de tand voelen. Hij begon vervelende vragen te stellen en toen
zei ik, het is een gevleugeld woord geworden: 'Hoor eens, meneer Van Dis, dit is
geen vraaginterview maar het is van mijn kant een vertelinterview.' Hij schrok
heel erg en maakte een beetje een bespottelijke indruk. Maar het is wel een
goede man. Adriaan van Dis, ik denk dat ik volgend jaar weer een gesprek met hem
doe.
Nederland
heeft oude banden met Zuid-Afrika en je had in Amsterdam, aan de Keizersgracht
een schitterende bibliotheek met prachtige antieke boeken over Zuid-Afrika uit
de oude, koloniale strijd. Daar is dan een stelletje vandalen binnen gerukt en
die hebben de boeken in de gracht gegooid. Dat soort dingen vind ik
verschrikkelijk.
(De
ober brengt Hollandse maatjes en W.F. Hermans begint over een boek dat zich
deels in Gent afspeelt, 'Hoe heette de hoedenmaker' van Loeki Zvonik. Dat boek
bestelde hij na lezing van het hoofdstuk over Dirk de Witte in 'De laatste
deur', de studie die Jeroen Brouwers maakte over de zelfmoord in de Nederlandse
letteren. In 'De laatste deur' staat ook een hoofdstuk over Menno ter Braak, die
in mei '40 zelfmoord pleegde en over wie Hermans jarenlang polemiseerde.)
Iedereen
die mijn boeken kent, weet dat mijn mensbeeld in ieder geval niet hetzelfde is
als dat van Ter Braak, maar dat is het erge niet. Ik neem Ter Braak eigenlijk
niets kwalijk. Het was de aanhang van Ter Braak die de mythe hoog wil houden dat
Ter Braak een geweldige antifascist was die zich van kant maakte toen Hitler
Nederland binnenkwam. Dat was ook wel zo, maar niet zoals die zeurkousen het
voorstellen: Alsof Ter Braak door zich van kant te maken Hitler een geweldige
klap had toegebracht. Het verhaal dat Ter Braak zelfmoord pleegde en dat de
Gestapo de volgende dag al voor zijn deur stond, is volstrekte onzin. Ter Braak
en zijn vrouw zijn op de avond van de zelfmoord naar het huis van zijn broer
gegaan en daar is de daad verricht. De vrouw is daarna een jaar niet meer in hun
huis geweest, er zijn ook helemaal geen Duitsers aan de deur geweest. Dat is
allemaal verzonnen door die bewonderaars die
Ter
Braak was gewoon een bange man die dacht: ik hou het hier voor bekeken. Dat was
zijn recht, iedereen heeft volgens mij het recht om dat te zeggen. Veel mensen
waren toen bang voor de Duitsers, maar in Ter Braaks geval was dat overbodig.
Trouwens, de Duitsers maakten die eerste maanden dat zij bij ons waren niet
zoveel kabaal. Ze waren erop uit om een deel van de bevolking voor hun ideeën
te winnen.
-
Uw mensbeeld verschilt ook grondig met dat van Harry
Mulisch?
WFH:
Harry Mulisch heeft helemaal geen mensbeeld, die heeft niets, die verkoopt
kletskoek.
-
U tipt hem wel als toekomstig Nobelprijswinnaar?
WFH:
Natuurlijk, al denk ik dat zijn kansen nu wel verminderd zijn. Harry heeft over
heel de wereld een netwerk van communisten die zeggen dat Harry Mulisch zo'n
goede schrijver is. Alle Nobelprijswinnaars zijn 'of communist' of meelopers.
Een Naipaul bijvoorbeeld krijgt geen Nobelprijs, Nabokov heeft geen gekregen,
altijd alleen meelopers krijgen de Nobelprijs. Sartre, ja, die heeft hem
geweigerd, maar wat die niet allemaal voor onzin beweerd heeft, o,
verschrikkelijk.
In
geen maanden heeft iemand nog iets van Harry Mulisch vernomen. Hij zal wel even
afwachten. Na de putsch in Rusland dacht Harry: ik heb nog een kans. Maar de
volgende dag: weg putsch, weg Harry. (Lacht). Ik ken hem niet zo goed, ik heb hem
niet opgebeld om te vragen: 'Nou Harry, wat zeg je er nu van?' Hij was ook een
felle aanhanger van Fidel Castro. Die Castro zullen ze vandaag of morgen wel
ophangen, denk ik, want die mensen hebben daar niet te eten, ze kunnen zelfs
geen sigaar meer roken terwijl ze daar toch sigaren maken.
-
Mulisch en Castro geloofden in de nieuwe mens. U hebt daar
nooit in geloofd?
WFH:
Natuurlijk niet, dat kan toch niet. De nieuwe mens, dat wordt dan eventjes
bedacht door Karl Marx aan zijn schrijfbureautje. Kom nou, alstublieft. Harry
Mulisch geloofde dat. Hij zei: 'Hermans is een vuile fascist, een reactionair,
hij gelooft niet in de toekomst', terwijl Harry, o Harry houdt zo van de mensen.
Maar de geschiedenis houdt niet van Harry, wel van mij. Ik ben er niet trots op
dat de geschiedenis mij gelijk geeft, want het is droevig. Begrijpt u dat heel
goed dat ik dat droevig vind?
-
Dat het communisme ineen stuikte?
WFH:
Ik ben daar helemaal niet trots op. Ik heb altijd gedacht dat ik gelijk had,
maar niemand dacht dat het zó in elkaar zou lazeren. Toen de muur van Berlijn
afbrokkelde kwamen al die mensen met hun boodschappentasjes naar West-Berlin om
daar een chocoladereep te kopen. In geen veertig jaar hadden ze een
chocoladereep of een banaan gezien. Maar
mensen als Harry
Mulisch
en Han Lammers waren een paar jaar tevoren nog in Oost-Duitsland geweest en daar
was er toch een veel betere
-
Renate Rubinstein schreef: wat een wonderlijk jaar, blij dat ik het nog kan
meemaken.
WFH:
Jaja, wonderlijk jaar (Onbedaarlijke hoestbui.)
-
U reageert niet op de naam Rubinstein, terwijl u toch
ontzettende ruzie met haar had over de affaire Weinreb?
WFH:
Ach, dat mens is dood, heeft zich van kant gemaakt, heeft zich een spuit in de
arm gedrukt en weg was ze. Ze had multiple sclerose, een verschrikkelijke
ziekte. Ik heb haar na die Weinreb-affaire nooit meer iets gezegd. Ik heb haar
niets misdaan, maar het was een idiote vrouw natuurlijk.
-
Over het communisme had ze dezelfde ideeën als u.
WFH:
Ja, die had ze van mij. Ik heb haar beslist zwaar beïnvloed. Daarom was ze zo
kwaad op me, dat denk ik wel.
-
In De laatste roker staat een verhaal, De schoorsteen, waarin u een
jeugdherinnering vertelt over een socialistische
buurman die geloofde in een betere wereld. Maar hem
beschrijft u wel positief.
WFH:
Ik vond hem ook wel een aardige man. Hij geloofde in een betere wereld maar op
een eenvoudige manier kon hij ook wat. Als Harry Mulisch mooie meubelen uit
eikenhout kon snijden, zou ik zeggen: hij heeft ongelijk, maar hij kan toch wat.
Maar aan iemand die niets fatsoenlijks kan, en alleen ouwehoert en leuterkoek
verkoopt, heb ik geen boodschap.
-
U zou kunnen zeggen: Mulisch verdedigt verkeerde politieke
ideeën, maar hij schrijft toch mooie boeken?
WFH:
Maar ik vind zijn boeken niét mooi, die zijn helemaal verpest door dat domme
gezeur van die jongen. Harry Mulisch is een echte apparatsjik. Hij geneert zich
nergens voor. Heeft hij het mis dan houdt hij een maand zijn mond en gaat hij
weer wat anders vertellen. Ik vergis me ook wel eens, maar waarom vergis ik me
eigenlijk nooit serieus? Omdat als ik me vergis, geef ik toe dat ik het mis heb.
Dit soort mensen niet.
-
Hoe
komt het eigenlijk dat u nooit idealistische of revolutionaire gedachten hebt
gehad?
WFH:
Dat zit natuurlijk verankerd in je jeugd. Toen ik een klein jongetje was,
woonden we aan de rand van een proletariërsbuurt. Mijn ouders waren erg bang
dat me een ongeluk zou overkomen als ik ver uit de buurt op school ging, dus ik
moest heel dicht bij huis op school gaan. Daar zat ik met jongens die veel
proletarischer waren dan ik. Die hadden de pest aan mij, want ik had een beetje
mooiere kleren en zo. Dus daar heb ik al de notie opgedaan van: die mensen zijn
niet te redden. Het mensdom bestaat uit krengen, uit sadisten die iemand pesten
voor niets. Toen kwam ik op de middelbare school en daar was de situatie een
beetje omgekeerd, want daar zat ik in de klas met jongens van ouders die veel
rijker waren dan de mijne en die in een veel rijkere buurt van Amsterdam
woonden. Die keken me ook aan, of die keken me helemaal niet aan, maar ze lieten
me met rust, ze pestten me niet. Dat vond ik al heel erg goed. Dat was dus het
liberalisme. Het is onverschillig, het laat je verrekken maar het pest je niet,
terwijl de communisten die pesten de mensen. Dat is het verschil. Zo is het
ontstaan.
-
Als voorbereiding op De donkere kamer van Damokles las u
meer dan 2000 bladzijden verslagen van een parlementaire
enquêtecommissie. Uw conclusie was: hoe meer u las, hoe meer details,
hoe meer tegenstrijdigheden, hoe minder dicht u bij de waarheid kwam.
WFH:
Dat is zo. Zo'n parlementaire enquête wordt op een bepaald moment gepubliceerd
en dan schrijven alle kranten er over. Maar die journalisten hebben twee, drie
dagen om alles door te lezen, dus die lezen niet erg kritisch. Ze schrijven een
stukje en dan verdwijnt de enquête op de mestvaalt van het verleden. Maar als je
de verslagen kritisch achter elkaar door leest, zie je dat ze elkaar
tegenspreken. Toch blijf je hopen dat je, als je maar alle details weet, door
kritisch ziften tot de waarheid zult komen, maar ik heb het nog maar zelden zien
gebeuren.
-
Eigenlijk wou u zeggen dat de waarheid niet eenduidig is,
een pleidooi voor genuanceerd denken?
WFH:
Jazeker, maar meer nog een pleidooi om zoveel mogelijk details, zoveel mogelijk
feiten te verzamelen. Veel mensen doen maar zonder logica. Wat ik ook een
schandelijk voorbeeld vind is dat van Klaus Barbie die nu dood is. Ik vind dat
allemaal zo zinloos. Het kan natuurlijk niet om na veertig jaar alles nog een
keertje te gaan uitzoeken. Barbie had natuurlijk de ergste dingen gedaan en hij
had zich tot zeven, acht jaar geleden altijd aan berechting onttrokken. Ik zag
zijn proces op tv en wat die man zei, vond ik toch niet antipathiek, maar juist
zeer begrijpelijk. Hij zei: 'Deze dingen zijn voorgevallen in de oorlog en de
oorlog is voorbij.' Hij sprak nog heel behoorlijk Frans.
'Les
Français ont le délire de l'histoire,' zei hij ook nog. Nou,
dat maakte geen goede indruk. Dus: levenslang. Moet je je voorstellen, wat is nu
levenslang voor een oude man van 75 jaar? In de gevangenis vertaalde hij Homerus
uit het Grieks, hij was klaarblijkelijk een goed classicus. Ik begrijp best dat
als het ene land een oorlog wint tegen een ander land en dat soort dingen zijn
gebeurd, dat er dan bloed moet vloeien, maar of het iets met recht of
rechtvaardigheid of met God of wat dan ook te maken heeft, ik zou het begot niet
weten. Wat kan het mij schelen dat Barbie regelrecht naar de hel verdwenen is?
Daar word ik niet beter van.
-
Het verwondert me dat u het begrip hel hanteert?
WFH:
Dat moet je wel hanteren voor een Barbie die de pijp is uitgegaan? Hopelijk
bestaat de hel, maar bestaat die niet en ligt Barbie ergens op een wolk.
(Lacht).
-
U pleit voor zoveel mogelijk details maar anderzijds doet u in uw gebundelde
krantenstukjes soms erg boude uitspraken. Eén willekeurig voorbeeld uit Boze brieven van Bijkaart:
'...... In Chili ook niet iedereen elke dag champagne dronk,
toen de goeddoorvoede Allende nog leefde, die dat wel deed.'
WFH:
Als je foto's van die Allende ziet: die man was zo dik, hij had een vergiet op
zijn kop en een van Breznjev gekregen Kalasjnikov onder de arm. Ja, hij kon
champagne drinken. De beroemde Chileense dichter Neruda was ook vreselijk communist
en bevriend met Allende. Ze ontbeten met champagne. Vind ik best hoor, maar dan
moeten ze niet zitten te lullen van het volk dit of dat: het volk had niet te
vreten en zij hadden een halve kip met champagne als ontbijt. Dat weet ik zeker,
daar wil ik mijn vinger voor in het vuur steken. Mitterand is ook zo'n knullige
volksvriend. Wat die allemaal uitspookt, zeg!
-
U schreef dat iedere Franse president denkt dat hij Lodewijk
de veertiende is.
WFH:
Dat heb ik niet eens zelf verzonnen maar dat dénkt Mitterand. En hij doet het
nog helemaal niet goed ook. Het heiligdom dat hij bedacht heeft, la très grande
bibliothèque, is helemaal geen goed plan. Dat ding is acht verdiepingen hoog en
wordt van plexiglas gemaakt. Als de zon erop staat, wordt het er gloeiend heet
en boeken kunnen niet tegen hoge temperaturen. Maar goed, ze hebben
klimaatbeheersing. Maar als de stroom uitvalt, wordt het tachtig graden in de
bibliotheek en verkolen alle boeken. Dat is echt van het gekke. Gewoon omdat
Mitterand niets anders weet te verzinnen om onsterfelijk te worden. (In het
restaurant zit een bloedmooi meisje. Ze drinkt champagne). Wat is dat een mooi
meisje, die champagnemeid! God, ik zie toch wat in Gent, hoor!
-
Pauline, het lange meisje uit Au Pair moet ook ontzettend
mooi geweest zijn?
WFH:
Ja, heel mooi. Sinds ik dat boek geschreven heb, ben ik wel drie, vier meiden
tegengekomen van die lengte. Ongelooflijk. Vanmorgen zat ik ook in de trein met
een Française die ook zeker twee meter vijfentwintig lang was.
-
In Au Pair stond ze vaak naakt voor de spiegel. Critici
spraken van een riant voyeurisme en suggereerden dat de
schrijver wel eens de voyeur zou kunnen zijn.
WFH:
Nee, dat staat me allemaal verre. Ik schrijf zoveel boeken over slechtheid en
allerlei dingen die me persoonlijk heel verre staan. Ik ben een ongelooflijk
rein personage. Het enige wat me interesseert, is het schrijven van boeken, maar
al die dingen ga ik toch allemaal niet zelf doen.
-
De schrijver verliefd op zijn personage?
WFH:
Nou en? Dat is met iedere schrijver zo. Flaubert was verliefd op madame Bovary,
dat is heel duidelijk. Als je vier, vijf jaar bezig bent met een roman, heb je
daar een band mee. Maar als het boek af is, is het uit. Het personage is dan
maar wind geweest, lucht.
-
In het boek ontmoet Pauline een 'niet zo jonge meneer', die
als de schrijver te herkennen is en duidelijk maakt dat hij haar leven
bepaalt.
WFH:
Natuurlijk, dat doet hij toch? Dat is duidelijk. Andere schrijvers komen daar
niet rond voor uit. Ik wel. Zo zit dat.
-
Op het einde ontneemt hij haar alle illusies?
WFH:
Ach, je zou het verder kunnen uitzoeken en uitleggen maar ik ben nogal afgeleid
door dat knappe meisje. Is ze niet prachtig? Aan haar wijd ik mijn volgende
roman. Hoe heet dat restaurant hier? Is dat geen goed slot voor uw verhaal?
(Plechtig declamerend:) Gefascineerd keek hij naar het meisje. Er was geen
redelijk antwoord op een vraag meer uit hem te krijgen. Hij zei: over haar gaat
mijn volgende roman!
-
Ook die roman zal eindigen op een stukgeslagen illusie van
het hoofdpersonage?
WFH:
Dat weet ik nog niet. Het is echt niet waar dat ik een roman schrijf en van
tevoren weet hoe het afloopt.
-
Schrijft u niet elke keer dezelfde roman?
WFH:
Ja, maar elke keer anders. Wat er in mijn romans hetzelfde is, zit erg diep
verborgen, maar het is er wel. Er zijn bepaalde dingen die altijd terugkomen,
bepaalde dromen ook. Ik heb zeer lugubere dromen, weet u dat? Dan droom ik dat
ik onder een kelder in een zeer hoog huis loop. Het is een donkere, natte kelder
met hele smerige muren waar het water en de stront van afdruipen. Hier en daar
is een lampje. De modder reikt wel tot mijn enkels. Daar sjouw ik doorheen. Heel
chaotisch is dat. Uiteindelijk kom ik dan in een lokaal, een soort WC-salon, met
WC-potten en urinoirs.
Zeer
luguber. Dat is een persisterende droom van mij. (Het meisje laat zich door een
jongen kussen.) Maar kijk nou, die vieze kerel. Dat kan niet, dat is niet
eerlijk. Meid, je weet niet wat je mist. Neemt u mij niet kwalijk, ik word zo
afgeleid door dat meisje.
-
Zal ik u aan haar voorstellen. Vragen of ze boeken van W.F. Hermans gelezen
heeft?
WFH:
(lacht): Zo'n meisje is dom, dat leest geen boeken. Je kunt niet alles hebben.
Johan Vandenbroucke.
Voor de herpublicatie van dit interview werd spontaan toestemming gegeven door de interviewer, waarvoor dank.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |