|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
Over Multatuli 35, 21 oktober 1995
Olf Praamstra Bij de voltooiing van Multatuli's volledige werken, een gesprek met
Willem
Frederik Hermans
Willem
Frederik Hermans heeft zich zijn leven lang met
Multatuli beziggehouden. Op
twaalfjarige leeftijd las hij Max Havelaar voor de eerste keer, in 1937 was hij,
vijftien jaar oud, aanwezig bij de festiviteiten ter gelegenheid van Multatuli's
vijftigste sterfdag en tien jaar later, toen Multatuli's zestigste sterfdag werd
herdacht, publiceerde hij zijn
eerste artikel over hem: een recensie van H.A. Ett, De betekenis van Multatuli
voor onze tijd (Amsterdam, 1947), verschenen in Vrij Nederland van 20 september
1947. Dit korte stukje was het begin van een reeks van essays, recensies en
kritieken met Multatuli als onderwerp, waarvan de laatste in dit nummer van
Over
Multatuli verschijnt. De belangrijkste onder die vele publicaties zijn de
biografische schets
'De raadselachtige
Multatuli', waarvan de tweede, herziene
druk in 1987 verscheen en de in het
Aanleiding voor dit gesprek is
de voltooiing van Multatuli’s Volledige
Werken. U hebt aan de voltooiing van deze Volledige
Werken, ook in het openbaar, wel eens getwijfeld en in uw
schattingen over het tijdstip, waarop deze onderneming af zou
zijn, kan enig pessimisme u niet ontzegd worden. In 1981 noemde u het jaar 2081 als vermoedelijke einddatum; in 1987
was u iets optimistischer en hield u het op 2021. Dat het nu
zover is, moet een geweldige meevaller voor u zijn . Ach,
meevaller. . . ik heb niet getwijfeld aan het feit dat het af zou komen, maar
wel vaak gedacht dat ik het niet meer beleven zou. Het Volledig Werk werd
samengesteld door zulke opscheppers, dat die twijfel wel terecht was. Zo'n Hans
van den Bergh schepte op, dat het in 1987 klaar zou zijn. Nou, waar zijn we nu?
Acht jaar later. Maar goed, het meeste hebben we nu tot onze beschikking.
U hebt van jongs af aan een
zeer grote bewondering gehad voor Multatuli. In 1950 schreef u een opstel over Multatuli, met
de veelzeggende titel 'Een pionier in het vacuüm'; en daarin schrijft u: Als Multatuli er niet was geweest, 'dan zou de
letterkunde in Nederland iets zijn dat hier nu eenmaal niet beoefend wordt, zoals de zeevisserij in de Alpen of de
koffiecultuur op Newfoundland.' Is het echt zo slecht gesteld
met de Nederlandse literatuur of steekt Multatuli er zo ver
bovenuit? Allebei,
want al is Multatuli buitengewoon goed, dat betekent nog niet, dat er niet vier
of vijf andere buitengewoon goede schrijvers hadden kunnen zijn. En die zijn er
niet.
Hoe komt dat? Ik
weet het niet. Sommigen zeggen, dat het een gevolg is van het in Nederland
overheersende calvinisme. Dat hoor je tenminste vaak. Maar een land als
Schotland heeft veel grote schrijvers en is niet minder calvinistisch dan
Nederland; en
Zweden, dat dan wel niet calvinistisch maar Luthers is, maar toch
ook erg streng, heeft eveneens grote schrijvers, beroemde toneelschrijvers ook,
en die hebben wij niet. Waar dat 'm in zit, weet ik niet. Misschien omdat
Nederland een import- exportland is, waar de mensen allemaal een beetje Engels en
Frans kennen en denken: wat een ander heeft, hoeven wij zelf niet te maken. Het
grootste deel van de literatuur hangt op de een of andere manier met chauvinisme
samen: het is het te boek stellen van het geweten van de natie. Daar had
Nederland misschien niet zo’n behoefte aan. In de eerste helft van de
negentiende eeuw begon die behoefte een beetje te komen. Voor die tijd bestond
Nederland uit kooplui, uit scharrelaars, die hadden daar geen belang bij.
Maar de zeventiende eeuw staat
toch bekend als een bloeiperiode in de Nederlandse geschiedenis? Onze
kooplieden hebben een bloeiperiode gekend, die hebben overal vandaan grote
schatten bij elkaar geroofd en een groot gebied beheerst.
Maar ook voor de letterkunde is
de zeventiende eeuw toch een hoogtepunt geweest? Een
beetje wel, maar het is, jammer genoeg, allemaal zo vreselijk onleesbaar
uitgevallen. Iemand als Hooft die wou de Nederlandse Tacitus worden. Helaas, had
hij nou gewoon net als
Willem Godschalk van Focquenbroch z'n moerstaal
geschreven, dan hadden we er nu nog plezier van. Maar dat deed hij niet. Zelfs
in die tijd zagen sommigen al in, dat wat hij deed aanstellerij was; een
aanstellerij, die dus diep geworteld is in Nederland. Focquenbroch had al in de
gaten dat Huygens en Hooft zo'n gewrongen Nederlands schreven.
Aanstellerij, dat is dus ook
een reden voor het ontbreken van een goede Nederlandse literatuur? Ja,
dat is wat Multatuli bedoelt, als hij zegt: 'ik probeer levend Hollands te
schrijven, maar ik heb schoolgegaan'. Die schoolmeesters ramden het eruit.
Verklaart die Nederlandse
traditie ook dat u weliswaar grote bewondering hebt voor Multatuli, maar hem desondanks internationaal
niet zo hoog aanslaat? Dat
doe ik niet, hij wórdt internationaal niet hoog aangeslagen. Scandinavische
schrijvers als Ibsen, Andersen, Strindberg e.d., schrijvers uit een
vergelijkbaar klein taalgebied als het onze, zijn nu eenmaal veel beroemder. Dat
is niet, omdat ik het zeg, maar dat is een feit. U kunt dat in iedere krant
lezen, u kunt het zien aan de programma's van theaters in
Parijs, Londen,
Berlijn, of waar dan ook: er is altijd wel een stuk van Ibsen of Strindberg dat
opgevoerd wordt. Ziet u Aleid opgevoerd worden in Parijs?
Nee toch zeker. Of Vorstenschool? Ik heb Vorstenschool een keer helemaal
gezien. Ik meen zelfs met Fie Carelsen in de hoofdrol. Nou ja, het was wel om
uit te zitten, maar het was niet van: oh, oh, wat ben ik onder de indruk.
Multatuli vond het trouwens zelf ook niet mooi. Hij heeft er jaren aan
geworsteld. Goed, het is beter dan Aleid maar dat is dan ook zo slecht. Dat
heeft hij ook niet eens af kunnen maken, zo vervelend vond hij dat.
Nu is schrijven voor toneel ook niet zijn sterkste punt. Maar
ook Max Havelaar is geen wereldberoemd boek. Het is een goed boek, het verveelt
je niet, maar je kan niet zeggen dat het briljant in elkaar zit. Dat slot is een
potje krachtpatserij en dan die dwaze oproep aan koning Willem III. Daar klopt
niets van, want die arme koning Willem III had ook toen al niets in te brengen.
Het boek is niet doelmatig geschreven. De boodschap van Multatuli komt lang niet altijd over. Van het begin af aan is het
boek daarom verkeerd begrepen. Zo is het bijvoorbeeld op grote schaal verspreid
in de Sovjetunie als antikolonialistisch betoog, maar dat was Multatuli's
bedoeling helemaal niet. Er
zijn mensen die Max Havelaar vergelijken met De Negerhut van oom Tom. Ten
onrechte, want die Negerhut van oom Tom is zeer doelmatig geschreven. In dat
boek wordt met alle middelen het idee erin gehakt, dat het niet kan dat de
negers behandeld worden, zoals ze in het verhaal behandeld worden. Dat heeft de
schrijfster heel precies uitgewerkt met behulp van een brave, vrome
slaveneigenaar, die zijn slaven goed behandelt, en een ander die ze stelselmatig
mishandelt en uithongert, enz.; dat zit heel systematisch in elkaar. Maar in de
Havelaar is daar geen sprake van. Veel mensen in Nederland schijnt dat niet uit
te maken, maar in het buitenland ergert men zich daar aan. U kunt dat lezen in
de recensie van de Engelse vertaling van de Havelaar in de Scottsman, die
onlangs in deel XXIV van de Volledige Werken is verschenen; in die recensie
wordt de Havelaar gekraakt. Terwijl Max met Tine, Verbrugge en Duclari zit te
eten en grappen te maken over de vrouwen van Arles en Nîmes, liggen de bewoners
van Lebak langs de weg te sterven. Multatuli besefte niet - trouwens veel
Nederlandse schrijvers beseffen niet - dat zoiets niet kan, dat die zaken in een
verhaal met elkaar samen moeten gaan. Daar hebben Nederlanders geen gevoel voor.
Je ziet dat ook aan de PvdA: de PvdA, de partij van de arbeid, de partij voor
arme mensen die moeten arbeiden om meer macht te krijgen. Lange tijd is die
partij in de Tweede Kamer en ook in de regering vertegenwoordigd geweest door
iemand als Ien Dales: die was 125 kg zwaar! Dat vind ik geen symbool voor zo'n
partij. Men had moeten zeggen: of er gaat vijftig kilo af, of anders niet in de
Kamer. Maar Hollanders accepteren dat. Ja, zo'n aardig mens, zeggen ze dan. Hoe
kan dat nou? Er moet samenhang zijn. Er moet harmonie zijn tussen symbolen en
werkelijkheden. Ook in de Havelaar ontbreekt het daaraan. Al die gezellige
praatjes tijdens het eten, terwijl om hen heen iedereen de hongerdood ligt te
sterven. Dat kan niet. Daarom
wordt het boek vaak verkeerd begrepen en dat is de reden, dat het niet helemaal
raak is. En om dan toch de ellende in Lebak in beeld te brengen, krijg je
Saidjah en Adinda. Dat
is inderdaad to the point. Alle
détails zijn goed: de buffel beschermt kleine Saidjah, en juist die buffel
wordt door de regent opgegeten. Heel goed, zo hoort het. Ik geloof dat dat het
fundament is waar eigenlijk het hele boek om draait.
Maar als u het boek zo
beoordeelt, gaat u ervan uit dat het slechts één doel heeft: verbetering brengen in het lot van de
arme Javaan. Zo
is Multatuli eraan begonnen, maar naderhand merkte hij: wat drommel, het gaat
niet alleen om de onderdrukte Javaan, het gaat ook om de onderdrukte Tine en Max!
Dat schrijft hij trouwens ronduit. En dat is heel iets anders dan in De Negerhut
van oom Tom. Daar blijft de schrijfster volstrekt buiten het boek, die doet niet
mee, en daarom is het boek veel meer to the point dan de Havelaar. En daarom
wordt die Negerhut van oom Tom over de hele wereld nog geregeld gelezen. Van de
Havelaar zijn er, geloof ik, wel dertig vertalingen, maar die staan bij de
afdelingen Nederlands van buitenlandse universiteiten in de kast, en dan is het
afgelopen, helaas.
Maar Multatuli heeft natuurlijk
meer geschreven dan alleen Max Havelaar? Jawel,
maar de Havelaar is verreweg zijn beroemdste boek. Zelf vind ik sommige
gedeelten van Woutertje Pieterse veel mooier, veel beter geschreven ook, het zit
ook beter in elkaar. Maar dat leest men niet. De Salamander-uitgave van
Woutertje Pieterse die een paar jaar geleden uitgekomen is, ligt nu al weer bij
De Slegte.
Heeft u daar een verklaring
voor? Dat
ligt aan het Nederlandse onderwijs. Tegenwoordig worden Nederlandse jongens en
meisjes op school wijsgemaakt, dat alles wat je kan lezen goed is: De Privé,
dat is ook prachtige literatuur om te lezen, en weet ik wat allemaal, dat is de
pest.
Was het vroeger beter? Het
onderwijs wel, al moet u niet denken dat er vóór de oorlog veel gelezen werd.
Toen ik naar het
Barlaeusgymnasium ging in Amsterdam, waren er behalve ik nog
twee of drie andere jongens die boeken lazen uit wat toen de moderne literatuur
was. De meeste jongens gingen liever tennissen of hockeyen.
Misschien waren er toen wel
vaker leraren op school die het lezen van literatuur stimuleerden? O
nee, het is helemaal niet zoals nu, dat ze dachten dat leerlingen de liefde tot
het lezen moest worden bijgebracht. Ik kreeg Nederlands van een meneer
Zijderveld, dat was een geleerd man die veel wetenschappelijke artikelen
schreef, maar liefde tot het lezen bijbrengen? Geen sprake van! We moesten goede
opstellen maken en ons ervan bewust zijn wat je las, hoe vervelend het ook kon
zijn, maar liefde tot het lezen bijbrengen: dat was helemaal geen punt. Dat is
ook onzin: je krijgt op school toch ook geen wiskunde om liefde voor de wiskunde
bij te brengen. Een leraar wiskunde streeft er toch niet naar, dat leerlingen
zeggen: nou dat vind ik leuk, 2 + 3 = 5, ja dat kan ik begrijpen, daar hou ik
van. Dat bestaat toch helemaal niet! Dat is alleen bij Nederlands zo,
tegenwoordig; het is een moderne gekte.
Hoe kwam u er dan bij om
Multatuli te lezen? Ik
had een zuster die drie jaar ouder was dan ik en die had Max Havelaar al gelezen
en er met mij over gepraat. Ik was toen nog erg jong, twaalf of dertien, denk
ik, en mijn zuster zal dus vijftien of zo geweest zijn. Maar zij was al op
jeugdige leeftijd geëngageerd. Ze was zeer bevriend met Irene Vorrink - die
heeft naderhand nog van zich doen spreken -; dat was de dochter van Koos Vorrink,
de voorzitter van de SDAP. Beiden waren toen al zeer maatschappelijk begaan en
dus lazen ze Multatuli. Ik denk dat ik door haar voor het eerst van hem gehoord
heb en zin kreeg om Max Havelaar te lezen. Ik heb het boek toen van mijn vader
geleend.
Mijn vader hield overigens helemaal niet van Multatuli, hij noemde hem
altijd Malletuli, en vond alles wat hij geschreven had maar onzin, maar als
onderwijzer had hij het moeten lezen, dus had hij de Max Havelaar in de uitgave
van de Wereldbibliotheek, dat herinner ik me nog goed, in zo'n ouderwets bandje
van de Maatschappij voor goede en goedkope lectuur. Dat mocht ik wel van hem
lenen en toen heb ik het gelezen.
En Woutertje Pieterse las u
toen ook al. Iets
later. Toen was ik een jaar of dertien, veertien. Dát vond ik schitterend.
Multatuli is dat verhaal begonnen te schrijven in 1860 en dat is precies het
geboortejaar van mijn grootmoeder van moederszijde. Die is in die buurt geboren,
in de Nieuwe Leliestraat of zoiets, en ik was stomverbaasd om een boek te lezen,
waarin iemand sprak die precies zo praatte als iemand die ik kende. Ik had nog
nooit zo'n boek gelezen: die moeder van Woutertje Pieterse praatte net als mijn
grootmoeder. Geweldig vond ik dat.
Toen u in de jaren zeventig
begon aan het schrijven van uw biografie over Multatuli, ontkwam u er niet aan om u grondig
in de zaak Lebak te verdiepen. Hebt u het idee dat uw inspanningen op dit
gebied ook tot enig resultaat geleid hebben? Of is het zonde van de tijd
geweest? Nee,
dat laatste niet. Je doet het ook niet voor je plezier, maar het kan niet
anders, als je je met Multatuli bezighoudt. Het is in feite de schuld van de
mensen die zich voor mij met deze kwestie hebben beziggehouden. Er waren er bij,
die waren geweldig anti-Multatuli, zoals jhr. W.H.W. de Kock, maar die wist lang
niet alles, waardoor wat hij schreef nu weinig waarde meer heeft; een betere
tegenstander was J. Saks, die heeft de zaak Lebak serieus en grondig onderzocht,
maar ook hij heeft een paar belangrijke fouten gemaakt; en dan heb je natuurlijk
E. du Perron, die zich er eveneens ernstig in heeft verdiept, maar ook hij heeft
het een en ander over het hoofd gezien. Ten slotte is er dan Rob Nieuwenhuys,
maar die had het helemaal bij het verkeerde eind; die Nieuwenhuys, die hadden ze
assistent-resident van Lebak moeten maken! Nee, dat was helemaal niks.
Nu heeft u er zelf het nodige
over geschreven. U heeft gewezen op het belang van bepaalde documenten, in de
loop van de tijd zijn er nog nieuwe
documenten opgedoken, maar het lijkt weinig uitgehaald te hebben. Dat
ben ik niet met u eens. De laatste tijd heb ik er niet veel meer over gehoord.
Zelfs Paul van 't Veer was het vrijwel met mij eens. Hij durfde er alleen niet
zo goed voor uit te komen, want hij was bang dat Garmt Stuiveling kwaad op hem
zou worden.
Voor Multatuli was de waarheid
in de zaak Lebak van het grootste belang. Daarmee stond of viel zijn zaak. Want de Havelaar
was toch in de eerste plaats een pleidooi voor eerherstel van de ambtenaar
Douwes Dekker. Even heeft het erop geleken,
dat het zou lukken. Nl. als Multatuli eind 1859 het
manuscript van Max Havelaar laat lezen aan de minister van
koloniën en met hem onderhandelt over een herbenoeming als
ambtenaar bij het Indische gouvernement. Die onderhandelingen mislukken en dan, schrijft u in uw biografie, heeft Douwes
Dekker 'de beslissende veldslag in de oorlog van zijn leven
verloren'. Waarom? Nou
dat lijkt mij duidelijk. Nederland is nog steeds zo, maar in die tijd in de
zoveelste macht, d.w.z. dat iemand die zoiets doet maatschappelijk volkomen
uitgerangeerd is. Iemand neemt ontslag na herrie, hij schrijft er een boek over,
hij gaat er mee naar deze of gene, de onderhandelingen hebben geen resultaat, en
dan werpt hij het in de openbaarheid -; ja dan ben je verloren als ambtenaar,
dan kan niemand je meer helpen. Vanaf het moment dat hij het boek publiceerde,
was hij de stok achter de deur kwijt.
Er zijn mensen die het
Multatuli kwalijk nemen, dat hij onderhandeld heeft met de minister om herplaatst te worden,
in ruil voor het niet publiceren van zijn boek. U niet. U
vindt het zelfs jammer, dat de onderhandelingen mislukken.
Het lijkt wel of u het betreurt dat hij schrijver is geworden? Dat
is ook zo. Een schrijver in Nederland, en dan in die tijd, stelde toch helemaal
niets voor. Hij heeft zichzelf wel eens vergeleken met een schrijver als Dickens,
die tachtig maal zoveel honorarium voor een lezing kreeg als hij; of met Victor
Hugo, die ook veel meer verdiende. Bovendien was Hugo een man van gewicht, hij
was staatsraad en toen Napoleon III de macht greep, ging hij in ballingschap; en
dat maakte indruk op het Franse volk. Vergelijk dat eens met de verhuizing van
Multatuli naar Wiesbaden. Wie kon dat toen wat schelen? Niemand toch. En dat
ligt niet aan Multatuli, maar aan Nederland. In Nederland valt voor een
schrijver niet veel te beginnen, schrijvers worden hier niet gewaardeerd; men
beschouwt ze als maatschappelijke mislukkelingen. Dat is zelfs nu nog zo. Het is
nog niet zo lang geleden, dat A. Rinnooy Kan, toen nog professor in Rotterdam en
tegenwoordig voorzitter van de werkgevers, mij 'de mislukte hoogleraar Hermans'
noemde. Hoe haalt hij het in zijn kop? Toen had ik de
Grote Prijs der
Nederlandse Letteren al gekregen, maar nee in Nederland blijf je de 'mislukte
hoogleraar Hermans'.
Het is toch een veel grotere
prestatie om een groot schrijver te zijn dan hoogleraar? Ja
zeker, maar daar denkt men in Nederland niet zo over. Schrijvers in Nederland
staan buitenspel. Toen Multatuli zich kandidaat stelde voor de Tweede Kamer,
kreeg hij maar tien stemmen. En dan zeggen de mensen: ja maar dat kan ook niet:
politicus en schrijver, dat gaat niet samen. Maar dat is onzin, het hangt er
maar van af wat voor schrijver. Bij Jacob van Lennep kon het wel, maar bij een
schrijver als Multatuli niet, die was subversief, die schreef geen verhaaltjes
voor kinderen zoals Van Lennep.
Merkt u dat zelf ook, want u
bent natuurlijk ook een omstreden schrijver in Nederland? Ja,
natuurlijk. Maar voor mij is het gemakkelijk. Multatuli heeft voor mij de weg geëffend.
Daarom heb ik hem ook een 'pionier in het vacuüm' genoemd, omdat hij de eerste
was die het zo deed.
Multatuli heeft de weg voor u
geëffend, hij was subversief en omstreden, maar verder bestaan er tussen u en hem weinig
overeenkomsten. Nee,
wij zijn heel verschillende schrijvers. Ik sta ook niet zo negatief tegenover
het schrijven als Multatuli. Hoewel het met die negatieve houding van Multatuli
bij nader inzien ook wel weer meevalt. Hij deed wel of dat schrijven allemaal
flauwekul was, maar dat was het voor hem niet. Hij had een geweldige pudeur van
het schrijven. Dat is natuurlijk ook erg Nederlands: kunstenaar zijn is iets
schandelijks, daar geneer je je voor. Dus deed hij wel uitspraken als: schrijven
is hoererij, schrijven is niks, enz., maar in werkelijkheid deed hij er zeer z'n
best op. Schrijven was het enige waar hij zich echt voor uitsloofde, waar hij
heel erg hard voor werkte. Ik zal u een paar voorbeelden geven. Als je de eerste
druk van Minnebrieven vergelijkt met de druk in de blauwe Garmond-editie, dan
beginnen de Minnebrieven in de eerste druk zo: Zijn rok was kaal, maar dat scheen hij niet te weten. Wie denkt aan zijn eigen rok, bij zoo veel
ellende van anderen? In
de volgende drukken wordt dat: Z'n rok was kaal, maar dit
scheen hy niet te weten. Dus
niet 'dat', maar 'dit' - Piet Grijs, opgelet! En zoontje van Piet Grijs,
tellen!-; en dan de volgende zin: Wie denkt aan eigen rok, by
zoveel ellende van anderen? Hij
heeft 'zijn' weggelaten. Dat is inderdaad beter. Ik zou het ook weggelaten
hebben. Een
ander voorbeeld, ook uit het begin van Minnebrieven: Zoo zeggen de boeken. Er
zijn inderdaad menschen, die een hevigen tegenzin hebben in kale rokken, die
niet hangen om de schouders van een ander. Er
zijn geen rampen ligter te dragen, dan de rampen van een buurman. Alleen brand
maakt een uitzondering. Pokken ook. Dat slaat over Dat
wordt dus in de volgende druk, veel beter: Zo zeggen de boeken. Maar in de wereld is 't zoo
niet. Waarachtig, het is zoo niet! Er
bestaan inderdaad menschen die 'n hevigen tegenzin hebben in kale rokken, als
ze niet hangen om de
schouders van 'n ander. Geen rampen zyn lichter te dragen dan de rampen van 'n
buurman. Alleen brand en pokken maken 'n
uitzondering: die dingen slaan soms over! Dat
is veel beter, dat is ritmisch ook veel beter. Een ander zou met die eerste
versie al lang blij geweest zijn; hij niet, 'dat slaat over' vind ik houterig;
'die dingen slaan over' klinkt beter en tegelijkertijd weet iedereen precies wat
er met 'die dingen' bedoeld wordt. Die eerste versie is trouwens ook nog in
spelling Siegenbeek. Zulke
voorbeelden vind je ook in Specialiteiten; daarvan bestaan twee verschillende
drukken: de eerste verscheen in 1871, de tweede in 1879. In de editie van 1871
schrijft Multatuli: Later,
veel later, ontvingen we uit Amerika Jonathan's raadgeving aan z'n zoon:
"Be honest my dear, be honest
if possible, but ... make money!" (...)
Men stopt haar weg, om niet uit de school te klappen. De diepte van den zin staat alzoo den opgang der
verraderlijke klanken in den weg. Zinledige praatjes als de aangehaalde hebben méér kans op
populariteit. In
1879 maakt hij daarvan - ik laat de eerste zin weg: Men stopt haar weg, om niet uit
de school te klappen, waaruit schynt te blyken dat de diepte van
den zin den opgang der verraderlyke klanken in den weg staat. Dat
aan elkaar plakken maakt het hatelijker, dat maakt het sarcastischer. En
dan de volgende zin: Zinledige praatjes als de
aangehaalde, hoe flauwer hoe liever, hebben méér kans op populariteit. In
de eerste versie ontbreekt dit 'hoe flauwer hoe liever'. Hij heeft die teksten
dus allemaal met aandacht herlezen en waar hij het nog niet helemaal perfect
vond, heeft hij het verbeterd. Hier, nog een voorbeeld: Lezer ik koos mijn wijze, om u
voor te bereiden tot het betoog dat de uitdrukking:
'the
right man on the right place'
ten
onzent (...) etc. En
daar maakt hij later van Lezer ik koos m'n eigen manier
om u voor te bereiden tot het betoog dat enz. Hier
heeft hij dus 'mijne wijze' vervangen, omdat het boekentaal was, en maakt hij
ervan: 'm'n eigen manier'. Ik
heb natuurlijk niet de tijd gehad om het hele boek zo na te vlooien. Dat is ook
mijn soort arbeid eigenlijk niet. Maar hier, nog een laatste voorbeeld: ...tot berisping gaf hy niet
meer aanleiding dan noodig was om onschuldig te zyn aan irritante
vlekkeloosheid. Dat
is in de nieuwe druk: ... tot berisping gaf hy niet
meer aanleiding dan noodig was om onschuldig te zyn aan sarrende vlekkeloosheid. Deze
verandering vind ik niet zo geslaagd. Hij was toch niet bang voor een Frans
woordje, dus had hij beter 'irritante' kunnen laten staan. Dit
zijn dus allemaal voorbeelden, die aantonen hoe serieus Multatuli het schrijven
nam, hoe nauwkeurig hij zijn teksten corrigeerde. Dat blijkt, op een andere
manier, ook uit het mooie artikel dat Chantal Keijser in 1993 in Over Multatuli
publiceerde over zijn bemoeienissen met de typografie. Dan zie je dus dat
Multatuli zich ook in typografisch opzicht ontzettend uitsloofde voor de
correctie. Hij heeft er ook een theorie over: 'Oude fouten weertezien, bederft
mijn oog en begrip.' Dat kan hij niet hebben. 'Vooral m'n eigen flaters
ontsnappen mij dan. Ge begrypt dat ik ( altyd op voet van oorlog met het...
schryvrenrot!) goed op m'n tellen moet passen. Ik mag geen oogenblik suf zyn.'
Dat schrijft hij aan Funke, nota bene, in het hol van de leeuw. Want Funke hield
wel veel van hem, maar hij wou ook graag geld verdienen. Funke zette alles zo
compres mogelijk, dat spaarde een beetje papier. Er
zijn er meer die dat doen, maar dan minder consciëntieus dan Funke. Veel werken
van Multatuli zijn herdrukt als Salamander; ook de Havelaar. Nu zit Max Havelaar
bij Multatuli vol witregels, zeer veel witregels, en die zijn er in de
Salamanderuitgave allemaal uitgegooid. Dat vind ik schandelijk. Je kan wel
zeggen dat hij het misschien een beetje dol maakte, maar als een auteur dat nu
eenmaal wil, dan hoort men dat te respecteren. Een witregel is net zo belangrijk
als een gewone regel - een Franse dichter, ik weet niet meer welke, heeft eens
gezegd: 'het woord stilte is ook een geluid' - en zo is een witregel ook een
regel. Maar de bezorger van de Salamanderuitgave, J.J. Oversteegen, heeft ze
zomaar weggelaten; die Oversteegen met z'n grote mond, een corrupte professor,
een slecht mens, bah, die heeft ze allemaal laten vervallen. De arme Dek had
zich bont en blauw geërgerd.
Hierboven hebben we
vastgesteld, dat Multatuli en u als schrijver weinig gemeen hebben. Is dat de reden dat u zich
steeds meer met z'n leven bent gaan bezighouden? Nee,
dat hoort tot die dingen die een gevolg zijn van samenlopen van omstandigheden.
Ik geloof niet in een noodlot, ik geloof meer in het rollen van knikkers. Want
hoe is het gegaan: ik heb in mijn jeugd veel Multatuli gelezen en later enkele
stukjes over Multatuli geschreven. Toen was er, nu al weer heel wat jaren
geleden, een man, Olivier Boelen, zoon van een rijke wijnhandelaar, die een
uitgeverijtje had en die geweldig veel geld kon opmaken. Het is een idee van hem
geweest, of van
Hans
Sleutelaar, om een fotoboek te maken over het leven van
Multatuli met bijschriften. Zo ben ik dus aan die Raadselachtige Multatuli
gekomen, geld was geen probleem. Anders was ik er, denk ik, nooit aan begonnen. Toen
dat boek was uitverkocht, wilde de Bezige Bij er een tweede druk van gaan
uitgeven, samen met de door mij verzorgde editie van de Havelaar, in één
cassette. Die is nu weer bijna uitverkocht en wellicht komt er binnenkort een
derde druk. Ik hoop dat ze het doen. Dan ga ik mij er weer op werpen. Want nu
met de editie van A. Kets-Vree en de Volledige Werken, die eindelijk compleet
zijn, beschik ik natuurlijk over veel meer gegevens - die kan ik niet allemaal
plunderen, maar
Kets-Vree zal ik, waar ik haar kan, plunderen, want dat heeft ze
bij mij ook gedaan.
Als schrijver lijkt Multatuli
niet op u, maar als mens ook niet? Als
mens helemaal niet. Nee, dat is dus het vreemde, dat hij mensen fascineerde, die
echt helemaal niet op hem leken. Want hij was altijd in de weer met gasten
ontvangen, met vrienden dit, vrienden dat, enz. Die behoefte die heb ik
eigenlijk niet of nauwelijks.
Hij was ook een
wereldverbeteraar, en dat kan men van u evenmin zeggen. Nee,
dat ben ik niet en dat was ik ook nooit geworden. Ik moet wel zeggen, dat mijn
cynisme door het beleven van die Duitse bezetting zeer is toegenomen. Maar
zonder de oorlog, denk ik, was het ongeveer hetzelfde geweest, maar niet zo
vehement. Want toen zag je pas wat de mensen waard waren. Nou, neemt u van mij
aan: geen bal!
En zijn verhouding tot de
vrouwen? Hij
was altijd met meisjes in de weer, hij gedroeg zich als een soort sekteleider;
ook dat heb ik helemaal niet.
U heeft uw biografie als titel
meegegeven, De
Raadselachtige Multatuli. Is hij voor u
in de loop der jaren, nu er steeds meer
documenten verschenen en studies over hem gepubliceerd
zijn, minder raadselachtig geworden. Hoe
meer je van hem hoort of over hem leest, hoe meer tegenspraken er in dat leven
lijken te bestaan. Je krijgt geen hoogte van hem. Nee, ik ben blij dat ik hem
nooit in levende lijve gekend heb, want voor veel mensen is hij buitengewoon
onaangenaam geweest: hij was erg onberekenbaar. Als persoon kon hij vreselijk
tegenvallen. Zo schreef Mina Kruseman bijvoorbeeld: 'Hoe kan zoiets ordinairs,
zoiets moois schrijven!' Nu was die Mina Kruseman zelf ook een rare. Het
is trouwens toch opvallend, dat hij zich omringde met bijzondere mensen. De
mensen met wie hij omging zijn of stapelgek, of werkelijk eersterangs. Mensen
als Van Lennep, Carel Vosmaer en Conrad Busken Huet, dat waren toch de
topschrijvers van die tijd. Hij bleef wel niet altijd even goede vrienden met
hen, maar zij namen hem toch au sérieux. Pieter Bleeker, een schoolvriendje van
hem, staat nog altijd bekend als een groot vissenkenner en zijn werken worden
nog steeds herdrukt. Er zijn nog veel meer van zulke mensen, kijk maar in het
register van de Volledige Werken. Een intrigerende man is natuurlijk ook R.J.A.
Kallenberg van den Bosch, die rentmeester van prins Frederik was. Iemand zou
eens moeten uitzoeken wat voor soort man dat was, of het echt een schatrijke man
was, of dat hij niet zo rijk was en het geld misschien voor een deel van de
prins kwam, die het via een omweg naar hem toesluisde. Want die prins Frederik
schijnt een heel aardige man geweest te zijn. Nog
een voorbeeld: er zijn twee professoren Bosscha geweest. Eén was natuurkundige,
de ander, dat was de vader, was historicus, die in 1867 vanwege zijn brochure
Pruisen en Nederland door Multatuli werd aangevallen. Multatuli heeft de jonge
Bosscha als student ontmoet. Later heeft die Bosscha een dik standaardwerk over
de natuurkunde geschreven, ik geloof in twee of drie forse delen. Toen ik een
jongetje was, lag dat te koop op het Waterlooplein en ik heb er wel eens over
gedacht om het te kopen. Maar ja, dacht ik, er staat zoveel in wat ik niet nodig
heb; en toen hoorde ik later in
Groningen, van de plaatselijke kristallograaf,
dat dat boek van Bosscha nog altijd goed was, dat het wel voor een groot deel
verouderd was, maar dat het voor wat betreft de optica en de kristaloptiek een
prima boek was. Die jonge Bosscha was dus ook niet de eerste de beste, want dat
is een moeilijk onderwerp van de natuurkunde. Dat
soort mensen trok hij aan. Die namen hem au sérieux. Al zal die jonge Bosscha
het niet leuk gevonden hebben, dat zijn vriend later zijn vader belachelijk
heeft gemaakt. Maar ja, ik ben blij dat hij het wel gedaan heeft, want ik vind
Bosscha en Pruisen één van zijn prachtigste boeken; het is om over de grond te
rollen van het lachen.
Hoe ziet u de toekomst van
Multatuli. Op 20 september 1947 was u in Vrij Nederland nog blij verrast, dat de
Multatuliherdenking van dat jaar zo'n ongedwongen karakter vertoonde;
er bestond nog een oprechte behoefte om hem te lezen en over
hem te spreken en te schrijven. Veertig jaar later, in 1987,
lijkt dat definitief veranderd: 1987, schrijft u, is bestemd om de geschiedenis in te gaan als het laatste Multatuli-jaar. Toen
was wat er over hem geschreven werd zo beneden alle peil. Er verschenen boeken
en stukjes in de krant, die zo vol fouten stonden, dat ik niet anders denken kon
dan dat het allemaal geschreven was door mensen die geen echte belangstelling
voor Multatuli hadden en die in elk geval niet op de hoogte waren van zijn werk.
Daar kwam bij de ellendige situatie dat ondanks alle beloften de Volledige
Werken nog steeds niet voltooid waren. Dat herdenkingsjaar was natuurlijk het
goede moment geweest om ze te voltooien. Dat het nu pas zover is slaat nergens
op. Ik ben blij dat ze nu volledig zijn, maar toen in 1987 - het standbeeld
opgericht, de Volledige Werken klaar - dat was het moment geweest. Maar dat werd
het niet, nee.
Misschien helpt het als er een
nieuwe biografie verschijnt, die van Hugo Brandt Corstius bijvoorbeeld. Ach,
die kletskoek van Brandt Corstius, dat is toch verschrikkelijk, dat is wanhopig
gewoon. Die biografie komt nooit af. De man weet nergens van. Hij zwamt dan
zoiets als: Multatuli had een keer met Flaubert moeten gaan praten. Nou,
Flaubert had hem zien aankomen. Multatuli wist helemaal van het bestaan van
Flaubert niet af, want die komt nergens voor, kijkt u maar in het register. Nee,
belangrijker dan die praatjes van Brandt Corstius is de voltooiing van de
Volledige Werken. Dat zou de belangstelling voor Multatuli weer kunnen
stimuleren. In elk geval moet tot alle prijs vermeden worden dat de gemeente de
subsidie aan het museum stopzet. Het Multatuli-Museum moet absoluut blijven
bestaan.
En het tijdschrift
Over Multatuli natuurlijk. Het
tijdschrift ook.
Voor de herpublicatie van dit interview werd toestemming verleend door de interviewer, Olf Praamstra. Waarvoor dank.
De webmaster
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |