|
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
INTERVIEW MET WFH
Trouw, 6 februari 1993.
WFH
Over de schrijfmachine
't
Liefst schrijf ik op alle machines tegelijk
Pieter Webeling.
Voor
het publiceren van dit interview op mijn website werd spontaan toestemming
verleend door de interviewer, waarvoor dank.
Hij hoort stemmetjes.
Stemmetjes van al zijn
schrijfmachines die óók een meesterwerk willen
schrijven. Willem Frederik Hermans (71), auteur van het boekenweekgeschenk 1993,
over de twijfel of hij wel goed genoeg is, de gierigheid van Vestdijk en het
wachten op de doodklap van de computer. "Hoeveel woorden telt
een roman? Ik pakte een willekeurig boek van rond de tweehonderdvijftig pagina's
uit de kast - en telde. Nou nou. Om dát allemaal op te schrijven, met kroontjespen
en inkt... een hoop werk. Van jongs af aan was het voor mij moeilijk een pen te
hanteren. Nu kan 't helemaal niet meer: mijn arm is gedeeltelijk verlamd.
Bovendien is mijn handschrift altijd slecht geweest. Wel leesbaar, maar lelijk.
Ongelooflijk lelijk. Dat verhoudt zich dan niet met literaire schoonheid, hè? Gelukkig had ik een
schrijfmachine, een mooi verlengstuk van mijn schrijvende hand. Het is voor mij
prettig, dat ik met minder lichamelijke inspanning een goed leesbare tekst kan
voortbrengen. Zonder de schrijfmachine zou ik waarschijnlijk nooit schrijver
zijn geworden. "Mijn eerste roman
Conserve,
schreef ik in 1943 op de portable Underwood van mijn zuster. Inderdaad, twee
jaar daarvoor had ze zelfmoord gepleegd. Dat gaf geen raar gevoel, ik vond het
zo een goede bestemming. Daar was die schrijfmachine het ook mee eens. Hij heeft
me nog lang trouw gediend. Later kocht ik een Erika, van Oostduits fabrikaat.
Dat ding was erg slecht, hij ging steeds kapot. Die Oostduitsers hadden
natuurlijk geen zin om hard te werken. Als er nu iets mis is met een lintheffer,
veertrommel of verspringinrichting, kan ik het moeiteloos repareren, maar toen
had ik daar nog geen verstand van. In een vlaag van woede heb ik dat ding eens
door de kamer gesmeten. Trapte ik ook nog de stoel kapot; ik danste door de
kamer met mijn schoen door de zitting. Een zeer belachelijk gezicht. Wie wordt
er nou boos op een schrijfmachine? In 1963 kocht ik als
vervanger een oude, solide Barlock. Een gebouw van gietijzer, waar ik later
onder meer
Nooit meer slapen op zou schrijven. Nou, kort daarna
trof ik een opvouwbare schrijfmachine. Een wonder! Oók ogenblikkelijk gekocht.
Mijn interesse was gewekt. Ik ging naar Londen, daar kende ik een smerige
rommelmarkt, waar ik voor één pond, toen zes gulden, aan stokoude
schrijfmachines kon komen. Die sjouwde ik dan op de boot, soms wel vier
tegelijk. Zo ben ik gaan verzamelen. Een schrijfmachine is toch mijn instrument,
mijn werkinstrument. Je hebt ook oude zeekapiteins die modellen van schepen
verzamelen, nietwaar? Nog steeds bezoek ik enkele keren per week een
rommelmarkt, hier in Brussel. Maar ja, de schrijfmachine gaat er helemaal uit, hè? In de afgelopen dertig jaar
heb ik een collectie opgebouwd van ongeveer honderdzestig exemplaren. En wat dan
wel meer gebeurt: de verzameling keert zich tegen de eigenaar. Ik hoor
stemmetjes: Ik, ik, ik, ik ook 'ns meesterwerk schrijven! Dan krijg ik
gewetensbezwaren. Het liefst schrijf ik op al mijn schrijfmachines
tegelijk." "Ik tik met twee
vingers. Sinds kort werk ik op een oude, maar vrij nieuwe en heel gave 650-X
elektrische IBM, zo'n mooooie schrijfmachine. Het is een van de laatste
schrijfmachines die IBM gemaakt heeft. Hij is geavanceerder en geruislozer dan
mijn vorige, ook met zo'n bolletje. Bij dit type verschuift de wagen niet, dus
als ik in het klad schrijf kan ik telexrollen gebruiken. Hoef ik niet telkens
het blaadje te verwisselen. Zo ontneem ik mijzelf de uitvlucht om na elk getikt
vel pauze te nemen.
Toch treuzel ik nog steeds
om achter mijn schrijfmachine te gaan zitten. Dat komt voort uit mijn bescheiden
inborst: ben ik wel goed genoeg? Ben ik niet te klein om de prachtige roman die
ik in mijn hoofd heb op papier te zetten? Maar dan - klim ik inwendig op een
stoof - en kan ik er toch bij. Als ik niet schrijf, word ik somber. Waarvoor
besta ik eigenlijk, wat is de zin ervan? Het leven is niets anders dan schijn,
vol leugen en bedrog. Zo mopper ik dan, totdat ik 's avonds tegen mezelf zeg: 'Godverrrdomme,
als er nou niks gebeurt... kan ik net zo goed uit het raam springen. Vooruit!' Al mijn gedachten zet ik in
mijn boek, open en bloot. Ik houd niets achter. U zegt dat de schrijfmachine
regelmatig in mijn werk opduikt. Blijkbaar gaat dat vanzelf. Ik ben 't me niet
bewust. Mja, in
De God Denkbaar
tikt een pater in de jungle op een
schrijfmachine. Er loopt een mier langs het lint. Wat zal er in die mier omgaan,
bij al dat samengebalde geweld van die stalen hefbomen? Hij zal wel denken:
"Ik had mij het leven anders voorgesteld". Slauerhoff , geloof ik. Maar denkt u zich eens in,
een reuzen schrijfmachine, met armen zo groot als een bouwkraan, letters zo
groot als een etalageruit, en dan knál, bom. Zou dat niet fantastisch zijn? in De
God Denkbaar komt zo'n monstermachine voor. Daarin valt een kind naar
beneden, dat in zijn vlucht wordt gegrepen door een hamer en pats - tegen
de papierrol te pletter slaat. Er vormt zich een druipende, rode X: de bloedige
ondertekening van het doodvonnis van de hele wereld. Wat zouden de vorige
eigenaars op mijn schrijfmachines hebben geschreven? Daar mijmer ik wel eens
over. De meesten zijn waarschijnlijk afkomstig van notaris-, of
deurwaarderkantoren, maar zóu er eentje bijzijn waarop iemand een of ander
meesterwerk heeft geschreven? Na de dood van Vestdijk heb ik zijn schrijfmachine
gekregen, een grote Remmington. Zo'n exemplaar heeft dan toch een aparte waarde.
Ik heb hem ook later aan het Letterkundig Museum geschonken. Vestdijk was een
gierige man. De letter 't' ontbrak; reparatie kostte hem te veel. Op
manuscripten zie je, dat hij de 't' met een pennetje invulde. Moet je toch zwaar
gek zijn." "Weet u welk boek ik
ooit nog eens heb willen schrijven? 'De genetica van de schrijfmachine'. U weet:
van huis uit ben ik geoloog. Nou, als je de paleontologie, de wetenschap van de
fossielen, doorloopt, kom je allemaal dieren tegen die zijn uitgestorven. Bij de
schrijfmachine is dat min of meer ook het geval. Maar: de beste principes werden
al in 1874 gepatenteerd door Remmington; daarna volgden ook modellen met
slechtere oplossingen. Zo had je een Smith Premier, met aparte toetsen
voor hoofd- en kleine letters. Dat ding werd nog jaren verkocht. De metafoor van
de genetica gaat dus niet helemaal op, want in de paleontologie nemen we aan dat
zwakke dieren vanuit het darwinistische principe meedogenloos werden opgevroten
door betere 'soortgenoten'. Voor de schrijfmachine is
het nu wachten op de doodklap van de computer. Terecht? Meneer. Menéér. De
computer is toch niet beter! Wat is daar beter aan? Zo'n ding is misschien een
vooruitgang op kantoor, een brief ziet er netjes uit. Maar voor particulieren?
De mens is nu eenmaal feilbaar, nietwaar? Fouten in mijn getypte brief verbeter
ik met de pen, daar geneer ik me niet voor. Ik ben tenslotte de secretaresse van
de Shell niet, die keurige brieven naar Amerika moet versturen. En dat geldt
toch ook voor de meeste mensen? Wat móeten ze nou met een computer? Opschrijven
hoeveel ze voor de spinazie bij de groenteboer hebben betaald, zodat ze na een
ingewikkelde calculatie kunnen zien, dat de prijs na een half jaar is gestegen
met dertien cent? Onzin. Ik wil niets weten van die rotcomputers. Niets.
Vrienden hebben me wel eens geprobeerd uit te leggen hoe het werkt. Ik viel na
drie minuten in slaap. Option, repeat, backspace... ooooh, nee zeg,
verschrikkelijk. Waarom zal ik me nu nog gaan uitsloven voor zo'n lullig
schermpje, als ik al vijftig jaar heel eenvoudig op een schrijfmachine werk? De
hoofdzaak is de tekst die eruit komt. Hoe, dat is van secundair belang."
(foto: Piet Schreuders) "Ik word er een beetje mies van. Op de rommelmarkt kom je praktisch nieuwe, overbodig geworden schrijfmachines tegen. Schandelijk. En de kooplui gaan er zo slordig mee om. Gaat het regenen? Láát maar regenen, hoor. Zie je die machines in de loop van een paar weken steeds verder verroesten. Dat snijdt mij door het hart. Want ook al is een schrijfmachine niets meer dan een verbeterd soort takje om mee in het zand te schrijven, na een halve eeuw trouwe dienst zie ik hem toch als mijn kameraad."
De illustraties werden door de webmaster toegevoegd.
OVERZICHT EN LINKS NAAR INTERVIEWS MET WFH: >1950-1959< >1960-1969< >1970-1979< >1980-1989< >1990-1996<
|
|
Bezoek deze pagina's in uw eigen volgorde Plaats "WILLEM FREDERIK HERMANS" bij uw favorieten Ach, waar bemoei ik mij eigenlijk mee?
KENNISMAKEN MET WFH --- SPELLETJES MET WFH LUISTEREN NAAR WFH --- BIJSCHRIJVEN OVER WFH --- ADVERTEREN MET WFH NAAR DE FILM MET WFH --- AUTOBIOGRAFIE VAN WFH MULTATULI EN WFH --- SCHRIJFMACHINES VAN WFH TIJDSCHRIFTEN OVER WFH --- PLAATJES KIJKEN MET WFH WEINREB, EEN KWESTIE VAN WFH --- BOEKJES LEZEN MET WFH RIJMEN MET WFH --- WITTGENSTEIN EN WFH --- NAAR ZWEDEN MET WFH? AANDENKEN AAN WFH --- OP TONEEL MET WFH --- INTERVIEWS MET WFH POST VOOR WFH --- TE GAST BIJ WFH
Bij het samenstellen van deze site heb ik gepoogd bestaande rechten op tekst en afbeelding te eerbiedigen. Mocht er toch nog bezwaar zijn tegen het gebruik van materiaal, laat u dat dan onverwijld weten?
De links naar de verschillende pagina's werden voor het laatst bijgewerkt op: zaterdag 23 december 2006 |