WEINREB, EEN
KWESTIE VAN WFH




De
ene lijst is de andere niet. Of
je nu bij Schindler of bij Weinreb geregistreerd was, dat kon wel iets uitmaken. Jarenlang is er twijfel geweest over de oprechte bedoelingen van Weinreb: levensreddend
of verraad? WF Hermans meende Weinreb aan de kaak te moeten stellen. Aad Nuis en
Renate Rubinstein wilden (uiteindelijk tegen beter weten in) niets weten van de
vernietigende oordelen van Hermans en de bijval van Loe de Jong. Gelijk hebben
is één, gelijk krijgen twee. Hoe zit dat met twijfel zaaien en twijfel oogsten
eigenlijk?

Een
valse messias
Registratie
van Joodse Nederlanders, voor wie, waar voor? WF
Hermans was van meet af aan overtuigd van
de kwalijke praktijken van de zich arts noemende econoom Weinreb. Loe de Jong viel
Hermans bij, maar de discussie luwt niet.

citaat

(foto:
D.Houwaart / Gem.arch. Den Haag)
'De
chassidische bellenblazer', een fantast, zoals Regina Grüter hem noemt in
haar lijvig boek: 'Een fantast schrijft geschiedenis; De affaires rond Friedriech
Weinreb' (1997). Langzamerhand
komt er schot in het trekken van conclusies. Na 28 jaar! Weinreb's
memoires werden al in 1969 gepubliceerd met hulp van
Aad Nuis en Renate Rubinstein.


En
hoe lang geleden fulmineerde WF Hermans al tegen Weinreb? Het sadistische universum 2 dateert uit 1970. Vele
artikelen verschenen rond maart 1970 al in NRC, Haagse Post, Hollands
Diep enz. enz.



Hermans gaf de brui aan zijn pseudoniem Bijkaart om in zijn brieven in Nieuwsnet
flink uit te halen naar de medestanders van Weinreb, waar hij zijn eigen naam
onder wilde zetten. De overtuiging van zijn eigen gelijk en de wens te laten
zien dat hij stond voor wat hij meende, was daarvoor een belangrijke drijfveer.
Tussen 19 januari en 8 maart 1980 gingen zijn columns alleen maar over de zaak
Weinreb.


(tek: Frank Dam)
Het werd uiteindelijk een beschamende poppenkastvertoning.
NRC Handelsblad 2 mei 1980.

Maar het spel werd hoog gespeeld:
NRC-Handelsblad 16 mei 1980
Het antwoord van Nuis
Aad Nuis vond het in 1979 nog nodig te zeggen hoezeer
het hem speet zo
grondig aangevallen te worden. En
zo ontbrandde in Nieuwsnet
de discussie in januari
1980 opnieuw, zoals je hierboven kunt zien.


En dan gaat iedereen zich er in mengen.
resp. NRC 23 mei, 23 mei 1980, 23 mei
1980, 29 mei 1980

NRC-Handelsblad 28 maart 1980
Wie bepaalt er nu of ergens ooit een
punt achter gezet kan worden?
Renate Rubinstein doet in 1988 nog
een duit in het zakje: Weinreb was net overleden (19 oktober 1988) en zij wordt
nog eens geconfronteerd met bijtende opmerkingen van o.m. Loe de Jong. Ze zou te
laf zijn haar ongelijk te bekennen. Dan doet zij nog een laatste poging.
Eigenlijk, schrijft ze, had de hele Weinreb discussie over andere zaken moeten
gaan. Weinreb was een fantast, maar geen leugenaar. De Joodse Raad, die had op
zijn donder moeten krijgen.
(Tamar: Vrij Nederland, 29
oktober 1988, "Weinreb")


René
Marres (1999) verwijt Hermans inconsequentie. Enerzijds ontkent Hermans dat de waarheid uit het verleden gekend kan worden,
geschiedkunde is daarom
wetenschappelijk niets waard. Anderzijds baseert Hermans zijn overtuiging dat
Weinreb als verrader beschouwd moet worden op zijn onvoorwaardelijk vertrouwen
in de getuigenverklaring van Bep Turksma, waarvan het waarheidsgehalte niet kan
worden aangetoond. Bij gebrek aan bewijs verklaart Marres Weinreb
onschuldig.
Weinreb
toch onschuldig?

In 2002 kan Marres nog altijd niet
rustig gaan slapen en opent weer een aanval op Willem
Friedrich
Hermans en Regina Grüter. Hier de 2de druk uit 2005. Nu heet Weinreb
Frederick
i.p.v. Friedrich. En nu plaatst Marres hem in de galerij der grote schrijvers.
Misschien dat dat overtuigt. We zijn inmiddels na 39 jaar nog even ver.


doctoraalscriptie C.W.J. Jansen
(2004)
Natuurlijk is een kwestie als
deze voor diepgravers na de periode van scherpschrijverij aanleiding om er nog
eens een studie aan te wagen. Jansen is de eerste die zijn bevindingen op deze
site publiceert. 124 Pagina's analyse van de Weinreb-affaire.

Zoals de waard is, vertrouwt hij
zijn gasten?

De Volkskrant, 17-09-2011
Soms is een biograaf de brenger van
onheil.
Willem Otterspeer, die de biografie van WF Hermans in voorbereiding
heeft, moet dat tot zijn schrik hebben ervaren. Ongetwijfeld heeft hij zich
gerealiseerd dat de aanmelding van WF Hermans bij de Kultuurkamer (1942) in de
biografie van de schrijver niet onbesproken kan blijven. Anders zou Otterspeer
dezelfde fout maken als Hermans.

De Volkskrant, 17-09-2011
Je kan er maar beter meteen mee voor
de dag komen. En dat deed Otterspeer. Direct zoekend naar een verklaring. Het
zou toch een intellectuele biografie worden? En in een intellectuele biografie
staan verklaringen. Zo is het nu eenmaal. Otterspeer komt tot een conclusie, die
mij bekend voorkwam. Hermans wilde voor alles schrijver zijn. "Als hij daarvoor
zijn ziel aan de duivel moest verkopen, kon hem dat geen bal schelen."
In
'Hermans in hout' wordt
dezelfde conclusie getrokken. Zij het, dat Hermans zich realiseert na zijn
terugkeer uit Canada altijd een gemankeerd schrijver te zullen moeten zijn, in
een te klein taalgebied en tussen medeschrijvers en lezers die hem altijd
verkeerd zullen interpreteren, hem zullen verachten en bekritiseren. Otterspeer
had het aanmeldingskaartje al eerder gezien. Merkwaardig genoeg maakt Otterspeer
er in 'Hermans in hout' geen gewag van, terwijl toch Hermans' vertrek uit Nederland
naar Canada mede veroorzaakt werd door de doelloze omzwervingen van de schrijver
tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin hij de fout beging zich aan te melden bij de Kultuurkamer.
Vergoelijkend vergelijkt Otterspeer
Hermans met de arts uit de roman 'La peste' van Camus, "...in een leven
dat alleen gezien kan worden als een 'eindeloze nederlaag', is het 'op je post
blijven' het enige wat een arts rest". De vergelijking gaat niet op. De
arts zet zich in voor mensen die aan de pest lijden, met gevaar voor besmetting.
Hermans kiest voor inschrijving zonder hoger doel voor ogen. Een overbekend fenomeen in
vele boeken van Hermans. Daar zit het verband. Otterspeer echter spreekt liever
over verdringing. En dat in het hele Hermans archief niets wijst op ongerustheid
ooit ontmaskerd te worden als (aspirant)lid van de Kultuurkamer lijkt mij
logisch: daar leg je juist geen archief van aan.

HP/DeTijd, 28-11-2011
Wim Berkelaar neemt de wapens op
tegen de 'Hermansianen', die volgens hem zwijgen als het graf. Dat biedt
Berkelaar ruim baan Hermans als grotere bedrieger te beschrijven dan
Friedrich
Weinreb, tegen wie Hermans jarenlang fulmineerde tot zijn gelijk werd bevestigd.
Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Hermans wordt nu neergezet als
moraalridder. Het bombasme van Hermans in zijn polemieken verwart Berkelaar met
moralisme. Hermans hekelde de leugenachtigheid, de goedgelovigheid en de
onzorgvuldigheid van de volgelingen van Weinreb. Hij was op zoek naar de feiten
en ging door tot zijn gelijk vast stond.
Heeft Hermans' keuze zich in te
schrijven iets van die leugenachtigheid? Er moet een moment zijn geweest waarop
Hermans besloot er maar het zwijgen toe te doen. Zo'n stommiteit moffel je weg.
Geen heldendaad, maar een egocentrische blunder die hij anderen net zo makkelijk
verweet. Dat wel. Hermans werk is doorspekt van dit soort macabere vergissingen.
Het is precies het mensbeeld dat hij steeds opnieuw beschreef, dat nu ook het spiegelbeeld van
Hermans zelf lijkt te zijn. Eerder een bevestiging dus, dan een pijnlijke
onthulling.



HP/De Tijd, 4-11-2011
Max Pam haalt als 'Hermansiaan' flink
naar Berkelaar uit. Hij vergelijkt de misstap van Hermans met het pijnlijke
historische bestaan van de vele protestantse, Nederlandse politieambtenaren die
tijdens de Tweede Wereldoorlog ruimhartig en op wrede wijze meewerkten aan de
jodenvervolging, de razzia's, de martelingen en de moorden.
Wim Berkelaar krijgt als
geschiedkundig medewerker van het 'Historisch Documentatiecentrum voor het
Nederlands Protestantisme' van de Vrije Universiteit van Pam de opdracht eens
onderzoek te doen naar de gedragingen van het protestantse deel van de politie
ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Hand in eigen boezem heet dat. Ofwel het
verhaal van de splinter en de balk. Als je een 'Hermansiaan' uitdaagt,
dan vraag je er om.
Hermans blijkt aldus Pam definitief in de lange
rij beroemdheden te passen waarvan al tijdens of pas na hun bestaan gezegd kan
worden dat er aan hun aura en aan hun gedragingen bepaald ook kwalijke kanten kleefden.

De Volkskrant, 20-09-2011
Grunberg maakt er weinig woorden
over vuil. Hij relativeert wat, stelt zich wat vragen bij het artikel van
Otterspeer en gaat over tot de orde van de dag. Wat hem betreft is daar de kous
mee af. Dan doet iedereen er het zwijgen toe.

HP/De Tijd, 11-11-2011

Iedereen? Nee! Er zijn nog
Hermansianen die hun bek durven opentrekken. Oeioei!!! Joris van Casteren bij
voorbeeld, is nog even niet klaar met de historicus Wim Berkelaar, die hij er
van beschuldigt de 'methode-Stapel' te hanteren bij zijn vaststelling dat
Hermans niet meer gelezen wordt vandaag de dag. Berkelaar kon en kan niet tegen de altijd maar
negatieve Hermans en nu hij dood is neemt hij wraak. Over helden gesproken.
Berkelaar wordt als uilskuiken neergezet en grafpisser. Wat wil hij? Een
schuldbekentenis van alle Hermansianen Hermansiaan te zijn? Een boekverbranding
misschien? Natuurlijk is Van Casteren boos omdat Berkelaar Hermans impliciet
Nazi-sympathieën verwijt. Weer zo'n Stapeliaanse neiging, zou ik zeggen.
Komt ineens de gedachte bij mij op,
dat die Berkelaar best eens ooit een
fiets zou kunnen hebben gestolen, na de
Tweede Wereldoorlog dan, of ben ik nu zelf Stapel-gek geworden?

In mei 2012 verschijnt
'Oorlogsmythen'. Ewoud
Kieft moet het boek al in de steigers gehad hebben, toen
het gekrakeel rond de Kultuurkamer begon. Toch past de hele kwestie naadloos bij
zijn betoog over Hermans houding en ideeën in en over de Tweede Wereldoorlog.
Geen gekrakeel, maar een samenhangend verhaal over Hermans' opvattingen op
filosofisch, politiek, literair gebied. Geen verwijt, geen morele veroordeling.
Kieft tekent het perspectief dat ontstaat als hij verklaart hoe Hermans'
wereldbeeld, zijn eigen oorlogservaringen, zijn overtuiging dat het aanhangen
van welke ideologie dan ook tot narigheid leidt, hem tot passiviteit brengen.
Nou ja, passiviteit, voor het maken van keuzes is moed nodig maar geen keuze
willen maken levert een leven vol dilemma's op. Hermans heeft zo'n 54 jaar
getracht dit uit te leggen. Dat kan toch niet duiden op passiviteit? De oorlog
is bij uitstek het decor voor grenssituaties waarin mensen terechtkomen. Keuzes
maken ligt dan voor de hand. Niet kiezen wordt zelden gewaardeerd. De vraag is
en blijft wie nu tegen wie zijn vingertje mag opsteken.
Hermans' oorlogsromans en verhalen
komen stuk voor stuk aan bod,
King Kong, dat werd weggemoffeld en natuurlijk
ook de Weinreb diarree
wordt nog eens nagelopen (zie ook
Jansen). Het klinkt gek, maar actueler kan het
niet.
Otterspeer,
Berkelaar,
Pam,
Grunberg, Van Casteren
van hierboven kunnen voorlopig een puntje zuigen aan de samenhang die Kieft
heeft gebracht in feiten die los van elkaar allemaal wel bekend waren, maar nog
niet zo helder werden verbonden.
Op woensdagavond 16 mei is een discussie
georganiseerd over de Oorlogsmythen van Kieft en Hermans.
zie ook de recensies van:
Jaap Goedegebuure, Trouw
28-04-2012,
Arnold Heumakers, NRC-Handelsblad
04-05-2012,
Willem Otterspeer, De Volkskrant
05-05-2012,
Max Pam, HP/De Site 05-05-2012. http://www.hpdetijd.nl/2012-05-05/nieuwe-wfh-biograaf-neemt-te-veel-hooi-op-zijn-vork/
Max Pam, HP/De Site 11-05-2012.
http://www.hpdetijd.nl/2012-05-11/vals-spel-rond-het-graf-van-w-f-hermans/
Het is nuttig eerst nog even de
laatste conclusies van Max Pam op HP/De Site te lezen (11 mei). Pam vermoedt een
Englandspiel van Otterspeer. Die stuurt Kieft als spion vooruit, om later de
biografie van de juiste tekst te voorzien. Op zijn beurt raadpleegt Pam
informanten van formaat: Benders en Janssen zijn geen van beiden blij met het
boek van Kieft. Het schiet inhoudelijk tekort. Zonder Pam erbij wordt de
discussie woensdag in Utrecht een één-tweetje, als ik hem goed begrijp.

Verslag van de discussie woensdag 17 mei
2012
Een verkenning rond de
raadselachtige persoonlijke aspecten van zowel de schrijver als zijn
romanfiguren die de hele roman door ploeteren, verkennen, vallen, opstaan en aan
het eind na alles een keuze maken die niemand tot nut is en erger nog: die fatale gevolgen
heeft.
Een verkenning rond de schrijver die
na het schrijven van een succesvolle roman onmiddellijk een vrijwel onleesbaar,
surrealistisch werk publiceerde, zo groot was zijn wantrouwen. (Kom daar bij
Mulish eens om).
Een verkenning rond de schrijver die
aanvankelijk niet zo zeer in Weinreb zelf was geďnteresseerd maar in de
wauwelende doch invloedrijke kliek die Weinreb klakkeloos geloofden, volgen en
verdedigden.
Een verkenning rond de schrijver,
wiens schrijverschap zijn eigen tumor was.
Een verkenning rond een schrijver
met een hyper individualistisch wereldbeeld en die geen ander wereldbeeld kon
dulden.

Een schrijver, verblind door zijn eigen
visie,
of een schrijver die zich niets
aantrok van wat hij zelf placht te beweren.
Deelnemers aan de discussie:


Arend Jan Heerma van Voss leidt het
gesprek. Hij durft schoten voor de boeg te lossen, is niet bang op de vingers
getikt te worden en stelt zich vaderlijk op. Hij heeft zijn journalistieke
ervaring, zowel in de bladen als bij de omroep.
Ewoud
Kieft, historicus en popmuzikant. Hij stelt zich de filosofische vraag of er
zoiets bestaat als de 'vrije wil'. Kieft werd door uitersten heen en weer
geslingerd. Vrije wil is een illusie. Zeker in oorlogssituaties raken mensen
verdwaald in zowel de fantasie als in de werkelijkheid. Illusies brengen mensen
in gevaar. Maar aan de andere kant: vasthouden
aan idealen, een persoonlijke keuze maken, uit vrije wil het was een
ongeschreven opdracht voor de grootvader van Kieft. Aan die waarheid heeft
Ewouds vader zich
ook vastgehouden.
Op de laatste bladzijde van
'Oorlogsmythen' maakt Kieft een keuze. Zonder iets van een ideaal wil hij niet
leven, maar hij veroordeelt dat andere denken niet.
Chris van der Heijden,
historicus en schrijver van: 'Grijs verleden'. Het boek laat zien hoe het
zwart-wit denken over wie aan welke kant stond in WO II veranderde in een mistig
grijs gebied, waarin het heldendom werd gerelativeerd, maar ook het vijanddenken
veranderde.
Wilbert Smulders, neerlandicus, doceert aan de Universiteit Utrecht. Hij
publiceerde tal van artikelen en essays over WF Hermans, begeleide de Russische
studente, Olga Ovechkina, bij haar studie neerlandistiek en schreef zijn
proefschrift over de 'Donkere kamer van Damokles'.

Willem Otterspeer, historicus en biograaf van WF Hermans. Hij bracht
verschillende brievenbundels uit en schreef o.a. 'Hermans in hout', een
vingeroefening voor de echte biografie, die in 2013 zal verschijnen. Otterspeer
wilde wel kwijt dat zijn biografie 'De mislukkingskunstenaar' gaat heten.
De discussie lijkt vlammend te beginnen. Van der Heijden verwijt Kieft zijn boek
slecht gelezen te hebben, eenzijdig uit te leggen, verkeerd of onvolledig te
hebben geciteerd. Feit is, dat de visie die Hermans op de oorlog had al in de
jaren vijftig door velen gedeeld werd. Hermans heeft die, veel algemenere visie
verwoord, niet als enige of als eerste. Kieft bestrijdt 'Grijs verleden'
verkeerd gelezen te hebben en legt uit dat hij niet alles van wat Van der
Heijden heeft beweerd voor zijn boek van belang was. Lees het als een essay, zo
heb ik het bedoeld.
In de loop van het gesprek wordt de
toon vriendelijker en naarmate er meer gesprekspartners aanschuiven houdt Van
der Heijden zich afzijdig. "De mensen hier aan tafel kennen Hermans veel beter
dan ik", zegt hij als de voorzitter hem meerdere malen uitnodigt aan het gesprek
te blijven meedoen.
Van de vier deelnemers zijn er drie historici. De vierde is neerlandicus. De
verhouding tussen de twee wetenschappelijke grootheden wordt verkend. Vroeger
was de één onderdeel van de ander. Ze waren verwant. Er is natuurlijk een groot
verschil. De historicus kan zijn theorieën niet met fictie aantonen, de
romanschrijver heeft nog geen verhaal als hij de feiten op een rij zet. Kieft
heeft goed begrepen dat er een zekere spanning tussen de twee zit. Hermans deed
niet anders dan op de scheidslijn te gaan staan. Ronald Havenaar heeft te
eenzijdige kritiek op Kieft op juist dit punt (rec. in Vrij Nederland). Havenaar
(historicus) zat niet in de zaal. Jammer, vonden de andere historici.
Overigens heeft niemand minder dan WF Hermans zelf de spanning tussen beide
velden prachtig verwoord: "Het schrijven van een roman is wetenschap bedrijven
zonder bewijs". Ik hoorde het niemand zeggen.
Hermans wereldbeeld is door velen beschreven. Kieft heeft meer dan alleen
Hermans' werk nageplozen om tot zijn benadering te komen. De persoonlijke
ervaringen van de schrijver hebben een grote invloed gehad. De dood van zijn
zuster (zij pleegde samen met de lievelingsneef Pieter Blind zelfmoord op 14 mei
1940, de dag van de capitulatie), is voor Hermans traumatisch geweest. Maar ook
zijn aversie tegen iedereen en alles dat naar enig ideëel denken riekt is er
door versterkt. Ter Braak komt ter sprake. Wie is er niet mee opgevoed: de
gespreksdeelnemers van deze avond in ieder geval wel. Ook Hermans' zuster,
Corrie, las Ter Braak. Zij geloofde in de
idealen van Ter Braak. Het gebroken geweertje was haar evangelie. De ambivalente
houding van Hermans t.o.v. zijn zuster is in 'Ik heb altijd gelijk' aan begin en
eind van de roman overduidelijk beschreven. De repatriant Lodewijk Stegman wil niets liever dan
door zijn zuster bij aankomst van het schip in de haven afgehaald worden. De
intense haat t.o.v. haar zelfmoord wordt aan het eind van het boek indringend
beschreven. Hermans kon zelf met zijn verdriet geen kant op. Maar achter idealen
aanlopen, zoals zijn zus dat deed, daar was het definitief mee gedaan.
Angst moet Hermans leven hebben
beheerst. Agressie was zijn uitingsvorm. Ze zijn in het leven van de schrijver
complementair. <Merkwaardig genoeg had Hermans de neiging heel argeloos te zijn. Spontaan besluiten
nemen, willen onderzoeken, contacten aangaan. Toch was hij ook altijd op zijn
hoede. Twee kanten die, denk ik,
eveneens complementair zijn.
Dan komt, tijdens de discussie, de vraag weer op, waarom Hermans zich
aanmeldde bij de Kultuurkamer. Otterspeers verklaring slechts schrijver te
willen zijn wordt toch te mager bevonden, als je bij voorbeeld ook de psychologische aspecten hebt
verkend. Daar was ook het gevoel totaal mislukt te zijn voor nodig. En Hermans'
gevoel alleen
dingen te moeten doen die op één of andere manier nog enig nut konden hebben. Ook
de genoemde argeloosheid heeft een rol gespeeld in het maken van zijn keuzes.
En speciaal voor
Max Pam: hier de samenzweerders bijeen.
Als je alleen al Kieft zo ziet, is lippendienst met deze foto wel bewezen. Toch zit in mijn achterhoofd nog het
idee dat Pam wel eens last zou kunnen hebben van eigen oorlogsmythen.
Epiloog
Eigenlijk ging het op deze
discussieavond om de ontvangst van het boek van Ewoud Kieft. Dat maakte de
discussie mat. Alom waardering voor zijn werk, dat wel. En waarom niet? Hem ging
het erom, dat hij een standpunt wilde kunnen innemen. Definitief afwijzen van de
dogmatiek van het goed-en-fout-denken of het afwijzen van het nihilistisch
standpunt dat Hermans inneemt. Historisch gefundeerd, psychologisch verklaard,
filosofisch onderbouwd, Kieft koos net genoeg materiaal om voor zichzelf die
persoonlijke keuze te kunnen maken. Zijn doel was een persoonlijk doel.
Pretenties nieuwe inzichten rond WF Hermans te publiceren waren er niet. Maar de
manier waarop Kieft op eigen gevoel historie, psychologie en filosofie verbindt,
levert wel iets nieuws op. De schrijver en de mens Hermans vallen meer samen dan
in de gebruikelijke commentaren en recensies van de afgelopen decennia.
In de pauze spreek ik Rob Delvigne.
Hij is blij met een focus op WF Hermans die over zijn persoon gaat. De
academische analyses over zijn werk is hij misschien wel zat. Bovendien zijn die
analyses gewoonterecht geworden. Waag het om iets anders te beweren dan wat al
is geschreven door gearriveerde geleerden.
Kieft mag zijn eigen zoektocht dus
afleggen en er verslag van doen. Als hij aan het eind zijn keuze kan maken is
alle inspanning niet voor niets geweest. De vraag blijft of ik het over Kieft,
Hermans of Pam heb gehad.
.
(foto's: Nico Bennemeer)


Het CPNB doet een sterke zet. Als
het om de oorlog gaat, het heldendom van het verzet of de ideeën daarover van WF
Hermans, lees dan 'De donkere kamer van Damokles', voor je een oordeel
uitspreekt over Hermans' oorlogsjaren. Het is 1958 en Hermans schept een beeld
van o.m. het verzet, dat pas na jaren hier en daar onderschreven wordt.
In
hoeverre is Hermans' houding ten aanzien van bv. de Kultuurkamer en zijn
aanmelding te verklaren vanuit zijn visie op de contouren die wij al of niet als
scherp of juist als vaag ervaren omtrent het verzet?
In november 2012 leest iedereen dit
meesterwerk. En nog mooier: het gesprek wordt na 54 jaar breed gevoerd.

Uw commentaar op het boek is welkom
op deze site!

Natuurlijk zullen de commentaren het
zwart en wit van goed en kwaad inkleuren.
Wat een uitgelezen moment om dit
zeldzame omslag te tonen, ontworpen door Robbie Vinogradov in 1993, Vierde
Gymnasium, Amsterdam. Hij won de ontwerpwedstijd, uitgeschreven door uitgever
Van Oorschot.
Tot in november!

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op:
17 mei 2012

